Buitenspel




Als je de interviews zo eens leest die Jan Verheyen al heeft
gegeven naar aanleiding van zijn nieuwe film ‘Buitenspel’, kun je
moeilijk anders dan opmerken dat de man een moegestreden indruk
maakt. Hij is het schijnbaar zodanig gewend geraakt dat zijn
hersenspinsels door de pers worden vermorzeld, dat hij op voorhand
alvast op de bres springt: “De critici zullen het wel weer niks
vinden, mààr…” Het argument dat hij dan steevast aanhaalt, is dat
er nu eenmaal een markt is voor commerciële cinema en dat het niet
elke dag Lars Von Trier of Fien Troch hoeft te zijn met een
loodzwaar drama. In principe heeft hij daar natuurlijk gelijk in:
films voor een breed publiek, feel good movies om bomma en
bompa mee naartoe te nemen, mogen en moeten er zijn. Maar er is
geen enkel excuus voor banaliteit, en dàt is de val waar Jan
Verheyen regelmatig intrapt.

‘Buitenspel’ draait rond Gilles (Ilya Van Malderghem), een
twaalfjarig jongetje dat onder impuls van zijn vader (Filip
Peeters) obsessief bezig is met voetbal: zijn kamer is een schrijn
voor elke voetbalgrootheid die ooit deze aardkloot bewoonde en hij
is de sterspeler in een plaatselijk ploegje. Wanneer Gilles’ vader
op een dag dood neerstuikt, is de jongen ontroostbaar. Aanvankelijk
wil hij het voetballen definitief opgeven, tot hij plotseling
bezoek krijgt van de geest van zijn oudeheer, die hem overtuigt om
er toch mee door te gaan. Gilles sukkelt echter met een ernstige
blessure en al gauw komt er een moment waarop hij moet kiezen:
ofwel voor de realiteit en zijn gezondheid, ofwel voor het spook
van zijn vader en diens dromen van eeuwige roem op een
voetbalveld.

Geloof het of niet, maar er zijn een aantal dingen die goed zitten
in ‘Buitenspel’. Zo krijgen we een over het algemeen sterke cast:
Filip Peeters voert een sympathiek nummertje op als schielijk
overleden vader en Joke Devynck is effectief als rouwende moeder,
maar het is de jonge Ilya Van Malderghem die het meeste indruk
maakt. Als debutant heeft hij hier een relatief moeilijke rol voor
de kiezen gekregen: zwaar emotioneel beladen dialogen, huilscènes,
momenten van grote woede enzovoort… ‘Buitenspel’ is een film die
teert op emoties, en het is een dertienjarig jongetje die die
gevoelens op een geloofwaardige manier naar een publiek moet
toebrengen. En dat lùkt hem, de typische toneelschooltrucjes waar
kindacteurs soms wel eens gebruik van maken, blijven hier helemaal
achterwege. Geen overdreven articulatie, geen aangedikte emoties,
geen zelfbewuste intonaties. (Je moet eens opletten hoe dikwijls
kinderen de neiging hebben om aan het einde van hun zinnen hoger te
gaan met hun stem, wat enorm fake klinkt – Van Malderghem trapt
niet in die val.) Bravo voor de kleine, dus.

En bovendien toont Verheyen ook dat hij best kan regisseren als hij
wil: de voetbalscènes zijn glashelder in beeld gezet, zodat we niet
zomaar tweeëntwintig kinderen zien die een beetje door elkaar lopen
met een bal, maar echt een inzicht krijgen in de tactiek van zo’n
spel. Verheyen gebruikt slow-motion en geluidseffecten om ons toch
maar duidelijk te maken hoe mooi en gracieus voetbal wel kan zijn –
nu heb ik doorgaans een absolute hekel aan voetbal, maar tijdens
die scènes geloofde ik erin.

Dat is het goeie nieuws. Het slechte nieuws is dat het scenario
regelmatig vervaarlijk in de richting van het plat sentiment neigt.
We krijgen droomscènes die in principe niets ter zake doen, maar
gewoon worden ingelast omdat ze “iets meer zeggen over de
mentaliteit van het hoofdpersonage”. Allemaal goed en wel, maar die
droomscènes zijn ook gewoon overbodig en melig. Of wat dacht u van
een scène waarin Joke Devynck haar zoontje confronteert met zijn
waanbeelden en hem toebijt: ‘Gilles, papa is dood! Hij is dood!’
Mét bijbehorende vochtige ogen en overslaande stem, dat spreekt
voor zich.

Op het gebied van het scenario had ik trouwens ook problemen met
het personage Joris, gespeeld door Peter Bulckaen. Joris is
boekhouder en een vriend van Gilles’ vader. Na diens dood staat
Joris Gilles’ moeder bij met raad, advies, steun en smachtende
blikken die zoveel willen zeggen als: “Ik wil jou hier en nu.” De
bedoeling van Verheyen en co was blijkbaar om van die Joris een
sympathieke pee te maken, die niets kwaads in de zin heeft en
oprecht verliefd wordt op de moeder van Gilles. Maar in de praktijk
pakt dat anders uit – de indruk die dat personage op mij maakte,
was dat hij een onderkruiper was die niet eens kon wachten tot het
lijk van zijn vriend goed en wel koud was vooraleer hij diens vrouw
probeerde binnen te doen. Gilles’ verontwaardigde reactie op de
relatie van zijn moeder met die kwal is perfect begrijpelijk –
Joris komt over als een onsympathiek personage, terwijl dat niet
het idee van de makers was.

Blijft daar nog het feit dat in ‘Buitenspel’ op een nogal
twijfelachtige manier gebruik wordt gemaakt van bepaalde
stereotypes. In de voetbalploeg van Gilles zit een zwart jongetje,
wiens ouders uiteraard mystieke figuren zijn die contact hebben met
de doden – het is zo dat Gilles uiteindelijk zijn vader terugvindt.
Niet alleen houdt de familie regelmatig scéances, maar hun huis
staat uiteraard vol met Afrikaanse kunst – wat zouden zwarten
anders in huis hebben? Daar tegenover staat dan weer Kris
Piekaerts, van het onvolprezen duo Kris en Yves, die als licht
mentaal gehandicapte voor een vrolijke noot moet zorgen. Wat mij
stoort, is dat deze mensen worden aangewend als comic
relief.
Je toont een twaalfjarig negertje dat z’n hagelwitte
tanden blootlacht en op die manier lok je een vertederde reactie
uit bij je publiek. Je toont een gehandicapte en meteen hebben je
kijkers het gedacht: “Och kijk eens, hoe schattig, een achterlijke
en hij kan nog in een film meespelen!” Die personages, die zich
onderscheiden door hun huidskleur of door hun mentale capaciteiten,
worden hier uitgespeeld om een lach los te weken en meer niet. Je
kunt je afvragen of dat wel zo netjes is.

Wat zeker niét netjes is, is Jan Verheyens traditionele product
placement,
die net als in ‘Team Spirit’ weer hallucinante
proporties aanneemt. Ditmaal zijn de sponsors Dexia, Het Laatste
Nieuws en (vooral) Free Record Shop. Dat je bepaalde toegevingen
moet doen om in Vlaanderland een film gefinancierd te krijgen, nog
tot daar aan toe, maar er zijn grenzen. Nog één stapje verder en al
de personages hadden rondgelopen met merknamen op hun hemdsboorden,
net als Jean-Marie Pfaff.

Enfin. ‘Buitenspel’ een écht barslechte film noemen zou fel
overdreven zijn. De prent is technisch competent gemaakt, en er is
een publiek voor. Maar dit lijkt mij eerder een anderhalf uur
durende aflevering van een matig boeiende dramareeks dan een echte
film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 5 =