King Kong




Even een korte voorspelling van wat de nabije toekomst zal brengen
(ik laat al eens graag het orakel in mijzelf los): ‘King Kong’, het
nieuwe extravaganza van ‘Lord of the
Rings’
-regisseur Peter Jackson, zal tijdens de komende weken
massa’s volk lokken. Zoveel zelfs, dat elke kleinere film die zich
een plaatsje in de multiplex wist te veroveren, ervoor zal moeten
verdwijnen – ze zullen eens voor twintig man ‘Le Temps Qui Reste’ blijven vertonen
terwijl er tweeduizend klaarstaan voor deze. Wég gevariëerde
programmering, dus. Op imdb zullen fanboys van overal ter wereld de
film binnen de kortste keren in de top 20 stemmen en eens de
reuzenaap de bioscoop eindelijk verlaten heeft, zullen we eerst een
vanilla-dvd krijgen, dan een special edition, dan een extended
special edition, dan een ultimate extended edition en dan een
ultimate extended special edition. Allemaal verkrijgbaar mét en
zonder action figure. Jaja, de marktwaarde van deze ‘Kong’
is enorm, maar ik vraag me maar af hoe lang het zal duren voordat
er iemand achter komt dat de keizer geen kleren aan heeft.

Het verhaal is in principe onveranderd gebleven sinds 1933, toen
Merian C. Cooper en Ernest B. Schoedsack hun origineel maakten.
Jack Black speelt Carl Denham, een megalomane regisseur die dik in
de problemen zit met z’n laatste productie: zijn leading
lady
is het afgetrapt, hij heeft geen script en de studio wil
nog het liefst de hele film schrappen. Denham zelf ziet het echter
groots: hij heeft een kaart gevonden naar Skull Island, een
mysterieus eiland waarvan nog nooit iemand levend is teruggekeerd.
Andere mensen zouden dat een rationele reden vinden om ervan weg te
blijven, maar Denham wil er zijn magnum opus gaan draaien. Hij
onmoet Ann Darrow (Naomi Watts), een vaudeville-actrice die zonder
werk zit en rekruteert haar om vierklauwens naar Skull Island te
vertrekken. Ook aan boord van het schip is Jack Driscoll (Adrien
Brody), de schrijver van de film. En nu mag u drie keer raden wat
voor een beest er op Skull Island blijkt te wonen en op wie dat
beest verliefd wordt.

Inhoudelijk is er dus maar weinig nieuws onder de zon. Wat wél
nieuw is, is dat Peter Jackson voor ditzelfde verhaaltje, dat
Cooper en Schoedsack op 100 minuten verteld kregen, maar liefst
drie uur nodig heeft. Je hoeft geen specialist te zijn in de
narratologie om te begrijpen dat de plot van ‘King Kong’ in feite
uit drie grote delen bestaat, drie bewegingen: de set-up van het
verhaal in New York, inclusief de reis naar Skull Island. Dan het
hele segment op het eiland. En tenslotte de terugkeer naar de VS,
waar Kong op de Empire State Building mag kruipen om daar
spectaculair ten onder te gaan. Dat is alles dat er in essentie
gebeurt in het verhaal van ‘King Kong’, dat is de reis die de
personages meemaken. Om aan elk van die delen een half uur (of
misschien iets meer) te spenderen, is redelijk. Als je er telkens
een uur mee bezig bent, dan mag je zeker zijn dat je érgens over de
schreef bent gegaan.

En hier is dat bij de actiescènes. Peter Jackson doet dat graag,
actiescènes filmen, en het valt eraan te merken – er zit er
namelijk geen enkele in die korter dan vijf minuten duurt, en
meestal bevinden we ons in de regionen van de tien minuten of nóg
langer. Kong die vecht met drie dinosaurussen tegelijk, Adrien
Brody die Naomi Watts uit zijn harige knuist gaat redden, de finale
in de straten van New York… Akkoord, dat zijn allemaal verplichte
nummers, maar waarom moet je daar iedere keer zo lang mee bezig
zijn? ‘The Lord of the Rings’ had ook
zo z’n langdradige segmenten, maar op z’n minst had je nog het
gevoel dat je naar een verhaal van epische proporties aan het
kijken was, met veel personages en een hele serie verschillende
plotlijnen. ‘King Kong’ daarentegen, is zo rechtlijnig als het maar
kan worden en er zijn al bij al maar drie belangrijke personages.
De enige reden waarom deze film drie uur duurt, is omdat Jackson
niet wilde (of niet kón) ophouden met z’n actiescènes. Nóg een
dinosaurus, nóg wat gore insecten, nóg wat auto’s die aan gort
worden geslagen, nóg, nóg, nóg. Het gevolg is dat je ‘t na pakweg
twee uur stilaan beu begint te worden. Peter Jackson moest zich na
z’n successen met de ‘Rings’-films tegenover niemand nog
verantwoorden en heeft zich dan ook net zoveel zitten uitleven
achter z’n computer als hij zelf wilde. Ergens had een bekwame
monteur hem moeten vertellen dat less is more.

Overigens zijn die fel gelauwerende digitale effecten niet altijd
even naadloos in de film verwerkt. Kong zelf ziet er geloofwaardig
uit, ja, maar een scène waarin Jack Black, Adrien Brody en enkele
nevenfiguren op de loop moeten gaan voor een op hol geslagen kudde
dino’s, is dan weer heel andere koek. Dat is misschien een probleem
dat te wijten is aan de vooraf bepaalde release dates:
Jackson wist nog voor hij begon te draaien wanneer z’n film moest
uitkomen, en dan mocht iedereen op z’n kop gaan staan, de film
moést op 14 december de zalen in. Die dino-scène is daar duidelijk
een slachtoffer van.

Van personages is er nauwelijks sprake: Naomi Watts speelt hier een
gillend en krijsend decorstuk, van wie we enkel te weten komen dat
ze aan het begin van de film honger heeft en dat aan het einde haar
kapsel nog steeds in model ligt, ondanks de wind bovenop de Empire
State. Adrien Brody is dan weer een schrijver die… euhm… wel
ja, die schrijft en daarna de held uithangt in een
onderlijveke. De enige die iets interssanter is, is Jack
Black als charlataneske filmregisseur, gewoon omdat hij een slecht
karakter heeft. Het probleem met de personages is niét dat de
acteurs het slecht spelen – wel in tegendeel, ze doen allemaal
moedig hun best – maar wel dat er daar gewoon geen rollen zijn.
Andy Serkis, die eerder al Gollem speelde in ‘Lord of the Rings’, heeft zijn lichaam deze
keer ter beschikking gesteld als blauwdruk voor de digitale aap, en
eigenlijk heeft hij daarmee de rol met de meeste emotionele
diepgang. Kun je nagaan.

Ach ja, het zal vast wel weer reacties régenen van mensen voor wie
‘King Kong’ het hoogtepunt van het cinemajaar betekent, maar mij
doet dit niks. Het is een veel te lang uitgesponnen speciale
effectenshow met af en toe een zeer mooi plaatje (de
openingsmontage doet nog het beste vermoeden) en af en toe eens een
leuke grap (Kong die op het einde elke blondine op straat
vastgrijpt en achteloos weggooit wanneer het Watts niet blijkt te
zijn). Ik troost mij met de gedachte dat dit soort film doorgaans
na een paar jaar wel wordt ontmaskerd voor wat het echt is:
gebakken lucht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =