Joy Ride


Zoals die van Apeldoorn wel eens zeggen op de Nederlandse
televisie: soms zit ‘t mee en soms zit ‘t tegen. Was ‘Killing Me Softly’ deze week een
tegenvaller van jewelste, dan viel ‘Joy Ride’ eigenlijk verrassend
mee. Hoge verwachtingen had ik niet van deze weinig in de
belangstelling gekomen thriller, maar dit is wel degelijk een zeer
effectieve film, die bij momenten ongemeen spannend wordt.

Paul Walker, de domste undercover agent uit de filmgeschiedenis
in ‘The Fast and The Furious’,
speelt Thomas, een student die tijdens de zomervakantie naar huis
wil gaan, en besluit om dat, ondanks de afstand, met de auto te
doen, zodat hij een vriendin kan gaan ophalen uit haar unief.
Onderweg pikt hij echter eerst zijn broer Fuller op, gespeeld door
Steve Zahn, die net uit de gevangenis komt wegens openbare
dronkenschap.

Het blijft natuurlijk een conventie van de hedendaagse thriller
dat filmpersonages uitsluitend met klassieke, gigantische karren
rijden, en hier is het niet anders. Zo’n auto waarmee je zeven keer
kunt schakelen, hoewel hij maar vier versnellingen heeft. Een
filmwagen enfin.

Doet er niet toe. Onderweg besluit Fuller een CB-radio in de
wagen te installeren – voor wie niet weet wat dat is: een vrije
radio die vrachtwagenchauffeurs gebruiken om met elkaar in contact
te blijven en voor noodgevallen. Ze halen een wrede grap uit met
één van die chauffeurs, die zich Rusty Nails laat noemen. Walker
doet zich als een vrouw voor en spreekt met hem af in het motel
waarin ze logeren – in kamer 17, terwijl hij en zijn broer in kamer
18 giechelend zitten te luisteren hoe de racistische eikel die daar
logeert zal reageren op de verschijning van de
vrachtwagenbestuurder met een fles roze champagne in z’n handen.
Die grap loopt echter verkeerd af: de man die in kamer 17 logeerde
wordt in coma teruggevonden en Thomas en Fuller worden gestalkt
door het woedende slachtoffer van hun grap. Dat zal hen dan ook
leren met de voeten te spelen van een kerel die Rusty Nails heet.
Als je dat hoort, dan wéét je toch dat het mis is? Als het nu
Fluffy Bunny was geweest, ja dàn!

Het is onmogelijk om naar ‘Joy Ride’ te kijken zonder
automatisch vergelijkingen te trekken met ‘Duel’, Steven Spielbergs
debuutfilm waarin een – net zoals hier steeds onzichtbare –
vrachtwagenbestuurder achter het nietige autootje van Dennis Weaver
aan zit. Spielberg koos hierbij voor een haast zuiver visuele
benadering, met zeer weinig dialoog. John Dahl, ook regisseur van
oa ‘Red Rock West’, gaat wat dat betreft de andere richting op, en
bouwt zijn verhaal klassieker op, met een traditionele introductie
van de personages, en het traditioneel uitwerken van hun onderlinge
relaties. Wat voor originaliteit de film dan ook bezit, ligt in
ieder geval niet in de dialogen, die vaak nogal standaard lijken
voor dit soort films. Kijk naar de broer-zus conversaties uit
‘Jeepers Creepers’‘, en je zult wel
merken wat voor dialogen ik bedoel. Het klinkt best geloofwaardig,
tot je erover begint na te denken. Want eigenlijk praat gewoon
niemand zo. Dat doen ze enkel in films, maar dat is al zo lang een
gegeven van elke thriller dat niemand er nog bij stil staat.

Een andere film die direct bij mij opkwam was ‘The Hitcher’ met
Rutger Hauer, alweer zo’n film die niets aan twijfel overliet: het
was de bedoeling dat het spannend zou zijn, en niets anders. Zeker
het einde van ‘Joy Ride’ deed wat dat betreft een duidelijk
belletje rinkelen. ‘Joy Ride’ ligt ook een beetje in die lijn: de
schijn wordt opgehouden door een soortement driehoeksrelatie tussen
de twee broers en het meisje te construeren, maar uiteindelijk zijn
de personages en hun relaties enkel voorwendsels om de actie op
gang te brengen. En eens die op gang is, is er niets dat het nog
kan tegenhouden.

De achtervolgingen barsten immers van de goeie ideeën: de scène
met de Mastercard, de scène met de pick-up truck, de scène met de
kofferbak enzovoort… De film sjeest van het ene
puntje-van-je-stoel moment naar het andere, en doet dat doorgaans
met zo’n rotvaart dat je helemaal geen tijd krijgt om je af te
vragen hoe logisch al die plotwendingen wel zijn.

En natuurlijk, af en toe wordt er een loopje met de logica
genomen, maar niet zo vaak als je zou denken: de centrale vraag is
of je kunt geloven dat de vrachtwagenchauffeur hen zou hebben
kunnen opsporen, hun auto zou hebben kunnen herkennen. Als dat
mogelijk is, valt de rest in feite, theoretisch dan toch, op z’n
plaats. Dan zou het kunnen. Indien niet… tja, dan heb je een film
die geen steek houdt, maar zelfs dan kan ik er niet echt van wakker
liggen. Waarom? Omdat het zo spannend is. En het is vanaf het begin
duidelijk dat de regisseur die voorwaarde als de enige geldige voor
het bestaan van zijn hele film heeft opgesteld: het moet spannend
zijn, het publiek moet op z’n nagels zitten bijten.

De film lijdt er wel onder dat Leelee Sobieski zo laat wordt
geïntroduceerd. De film is al half afgelopen wanneer ze eindelijk
in de wagen stapt, en tegen die tijd wordt het opbouwen van een
nieuwe relatie tussen de personages enkel een hinderlijk element,
dat de film vertraagt. Er zitten tien minuten in het midden die het
tempo laten verslappen, en in dit soort van thriller kan dat zeer
hinderlijk zijn. En o ja… Kan er mij iemand uitleggen wat het
einde precies betekent?

Maar goed, laat die bemerkingen u niet tegenhouden naar ‘Joy
Ride’ te kijken, want het blijft één van de betere thrillers van
het voorbije jaar. Eentje die spannend weet te zijn zonder dat je
je verstand moet inleveren. Ze vragen je alleen het af en toe even
op stand-by te zetten. Wat kun je nog meer wensen?

http://www.joyridemovie.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 3 =