Far From Heaven


De vrouwenportretten zijn blijkbaar in, tegenwoordig. Na Stephen
Daldry’s mooie, maar nogal praterige drama ‘The Hours’, en de boeiende biopic ‘Frida’‘, duikt regisseur Todd Haynes terug
in het verleden voor ‘Far From Heaven’, zonder meer de vreemdste
film van de drie, en daardoor ook de interessantste. Haynes (eerder
verantwoordelijk voor ‘Safe’ en ‘Velvet Goldmine’, de glitterfilm
met Christian Bale en Ewan McGregor), maakt hier een satire op de
levensstijl en films van de jaren vijftig, maar geeft nooit een
openlijke hint dat het om een satire gaat.

Julianne Moore, één van de betere actrices die Hollywood
momenteel op stal heeft staan, lijkt hier wel uit te breiden op
haar rol van gefrustreerde huisvrouw in ‘The Hours’. Ditmaal speelt ze Cathy
Whitaker, de schijnbaar perfecte echtgenote van haar schijnbaar
perfecte man, Frank (Dennis Quaid). Het lijkt de Whitakers voor de
wind te gaan: Frank heeft een goeie baan bij een
elektronicabedrijf, het echtpaar heeft twee kinderen, ze wonen in
een o zo idyllisch huisje in de voorstad en ze worden gerespecteerd
door de buren. Dit is het ideale leven zoals dat tijdens de jaren
vijftig werd geadverteerd in glossy magazines, in naïeve
tv-programma’s en kitscherige films. Waar geluk schuilt in een
braaf gezinnetje en in de martini die moeder de vrouw ‘s avonds
heeft klaargezet voor haar hardwerkende man.

Dat dit alles slechts schijn is, wordt duidelijk wanneer Cathy
op een avond een tupperwaredoos met eten naar Frank wil brengen,
die aan het overwerken is op kantoor. Wanneer ze zijn bureau
binnenloopt, treft ze hem aan met een andere man. Vernederd en
beschaamd, stemt Frank erin toe een dokter te raadplegen om van
zijn “ziekte” af te komen. Hij geeft hen niet veel hoop. Zelfs
intensieve psychologische behandeling en shocktherapie geeft
maximaal 30 procent kans op een “geslaagde heteroseksuele
reversie.”

Cathy, ondertussen, vindt troost bij de zwarte tuinman, Raymond,
gespeeld door Dennis Haysbert op een manier die verdacht veel doet
denken aan de jonge Sidney Poitier. Niet dat ze iets verkeerd doen
– ze praten, hij neemt haar mee uit eten in een zwart restaurant en
op het hoogtepunt van de erotische spanning tussen beiden, gaan ze
dansen.

Voor Cathy weet wat er gaande is, slaan al die zogenaamde
vriendinnen van haar echter gretig aan het roddelen, en het
perfecte echtpaar Withaker wordt een stel sociale bannelingen.

Een korte inhoud van de film zou kunnen doen geloven dat ‘Far
From Heaven’ niet meer is dan enkel een karakterstudie die de
bekrompen sociale omstandigheden van vijftig jaar geleden
aanklaagt, maar dat is slechts de helft van het verhaal. Wat
Haynes’ film echt interessant maakt, is dat hij die sociale
commentaar levert door de filter van de filmconventies uit die
tijd.

‘Far From Heaven’ ziet eruit als een vergeten pareltje uit 1957.
De hele film speelt zich af tegen een achtergrond van uitbundige
herfstkleuren die in vol ornaat getoond worden, alsof elk blaadje
afzonderlijk werd uitgekozen. De kostumering en sets, zelfs de
uitbundige, groots georchestreerde muziek van ouwe rot Elmer
Bernstein, zijn er allemaal op berekend om ons het gevoel te geven
in een time-warp terecht te zijn gekomen. Deze film geeft z’n
publiek nergens een knipoog, het is geen blik op de maatschappij
van 1957 bekeken vanuit het jaar 2002, maar een schijnbaar
doodernstig melodrama, gemaakt in die tijd.

Bekijk bijvoorbeeld de openingsscéne: een grootschalig kraanshot
geeft ons een indruk van de wereld waarin dit verhaal zich zal
afspelen, en we weten meteen dat dit weinig met de werkelijkheid te
maken heeft – dit is de werkelijkheid zoals ze in de jaren vijftig
voorgesteld werd in grote studiofilms. Films die het leven nog wel
eens eenvoudiger wilden maken dan het werkelijk was. Haynes doet
geen enkele moeite om te verbergen dat het hier om een set gaat –
hoe zou je anders die belichting zo goudgeel krijgen, zo berekend
ideaal? Zelfs het lettertype van de beginaftiteling doet denken aan
technicolor-soap opera’s uit die tijd. Dit is een wereld waarin
mensen dingen zeggen als “aw, shucks”, en “jiminy”!

Niet alleen visueel, maar ook technisch houdt Haynes zich keurig
aan de beperkingen van de films uit de fifties – geen
steadicamshots, of andere trucs die toen nog niet voorhanden waren,
maar een heldere stijl van simpele set-ups. Net zoals ze dat toen
zouden hebben gedaan. De regisseur is echter wel slim genoeg om
enorm veel schoonheid te stoppen binnen die statische shots. Niet
wat de camera doet is interessant, maar wel wat Haynes laat
gebeuren voor de lens. Kijk trouwens ook eens naar de scènes waarin
we Cathy in haar auto zien rijden. Die achtergronden zijn
onmogelijk fake – maar dat was dan ook de bedoeling.

We krijgen dus een film die vormelijk (visueel, sets,
dialogen…) gemaakt had kunnen zijn in 1957, het jaar waarin hij
zich afspeelt. En dàt laat Haynes dan contrasteren met een plot die
homoseksualiteit en interraciale liefde inhoudt. Waarom doet hij
dat, waarom maakt hij niet gewoon een realistische film over die
problemen? Wel, ten eerste omdat de meeste mensen van nu zich die
tijd hoofdzakelijk herinneren uit precies dat soort van films.
Drama’s als ‘All That Heaven Allows’ van Douglas Sirk, een film
waar hevig naar wordt verwezen doorheen ‘Far From Heaven’, zijn wel
zo’n beetje ons collectieve geheugen van die tijd geworden. We
denken aan de jaren vijftig, en we zien dat soort van beelden voor
ons. En bovendien geeft het een extra dimensie aan het hele
verhaal: Cathy en Frank leiden een leven van leugens, en proberen
de hele film lang een soort van oprechtheid, van authenticiteit te
bereiken. Het feit dat ze daarbij rondlopen in een volslagen
artificiële omgeving, die hen continu terug in het gareel van
vrolijke hypocrisie wil trekken, is daarbij een belangrijke
factor.

Op die manier wordt ‘Far From Heaven’ meer dan enkel een
verhandeling over racisme en homofobie, maar ook een genadeloze
parodie op de cinema uit die tijd, die een moraal verspreidde die
dat soort van hatelijke emoties toeliet. En de vraag waarmee je
buiten hoort te gaan, is natuurlijk: is er in de voorbije vijftig
jaar wel iets wezenlijks veranderd, of heeft de ene vorm van
hypocrisie enkel de andere vervangen?

‘Far From Heaven’ is een film van goeie ideeën. Let er
bijvoorbeeld op hoe in het begin alle vrouwen steeds in ruwweg
dezelfde kleuren gekleed zijn. Ze conformeren zich perfect naar
elkaar. Naarmate de film verdergaat, begint Cathy zich echter in
andere kleuren uit te dossen. Ze past niet meer binnen de groep, ze
is een paria geworden. Dat soort van subtiele dingetjes (en er zijn
er nog heel wat meer op te sommen), zijn steeds een kenmerk van een
film waar over is nagedacht – en God weet dat dat soort films
steeds zeldzamer worden.

Aanvankelijk is de verleiding groot om een beetje meerderwaardig
neer te kijken op de samenleving waarin Cathy en Frank vastzitten
(Cathy’s zoontje: “oh, jeez!”, Cathy: “die taal wil ik hier niet
horen!”), maar het duurt niet lang voor de personages onder je huid
kruipen. Julianne Moore is verbluffend goed als Cathy (jawel, nog
pakken beter dan in ‘The Hours’), en
Dennis Quaid is weer helemaal terug van weggeweest als Frank. De
gestileerdheid van de film doet gelukkig niets af van de emotionele
impact ervan. Zonder in melodramatiek te vervallen, weet Haynes een
aantal oprecht ontroerende momenten in zijn film te stoppen – een
prestatie om u tegen te zeggen.

Dit is een film die aanvankelijk misschien bevreemdend kan
overkomen, maar laat u vooral niet afschrikken, want het is een
pareltje.

http://www.farfromheavenmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 10 =