Het gebeurt niet vaak dat een filmmaker persoonlijke familiegeschiedenis kan koppelen aan onderbelichte historische gebeurtenissen, maar dat is precies wat regisseur-scenarist Emmanuel Marre hier kon doen. Hij baseerde het script voor Notre Salut immers op de briefwisseling tussen zijn overgrootouders, die deel uitmaakten van het met de naziās collaborerende Vichy-regime van Maarschalk PĆ©tain. Die benadering levert een ongelooflijk fascinerend en complex portret op dat tegelijkertijd sterk doorleefd aanvoelt en toch ook een universeel beeld schetst van hoe zelfbegoocheling en ambitie tot halsstarrige blindheid leiden in het licht van moreel verwerpelijke daden.
Het verhaal begint met Henri Marre (Swann Arlaud), overgrootvader van de cineast die zich in Vichy wil laten gelden op basis van zijn zelf uitgegeven boek dat een leidraad wil bieden voor de heropbouw van de “authentieke Franse waarden”. In de schitterende opening zien we hoe Henri probeert gesprekken aan te gaan met, en ideeĆ«n aan te kaarten bij, belangrijke figuren op een feestje; een scĆØne waarin de film ons ook meteen alle bouwstenen aanreikt waarmee zal gewerkt worden. Vooreerst is er de figuur van Henri zelf, die voortdurend indruk probeert te maken op een verkeerde manier. De protagonist is immers geen groot denker of ideoloog, maar eerder een tweederangsfiguur die veroordeeld is tot het spelen van een bijrol. Uiteraard zijn het echter net dit soort figuren die gedijen in de illusies van het fascisme en dus zal Henri naderhand door hielenlikkerij en zelfverloochening opklimmen.
Een tweede element is er een dat door de Amerikaanse criticus Robert Daniels terecht werd uitgelicht na de vertoning van Notre Salut in Cannes: de manier waarop Marre zijn hoofpersonage ook visueel steeds in de periferie van het beeld plaatst. Een beetje zoals in een latere scĆØne waarin Henri weggeduwd wordt in de achtergrond van een groepsfoto, zo fladdert hij ook steeds aan de zijkanten van gesprekken en discussies: steeds aanwezig en op zoek naar aandacht, maar nooit de focus van het gebeuren. Wanneer alle echte kopstukken gaan dineren met de Maarschalk die op bezoek is, spendeert Henri de avond in een klein kamertje met zijn personeel en wanneer de prefect van het departement hem toch uitnodigt, is het zijn vrouw die alle aandacht naar zich toetrekt. Gebruik makend van het typerende Europese 1:66-formaat en geschoten met een oude Eclair camera op Kodak-pellicule leveren die doordachte composities ons daarmee ook een tactiel en tastbaar visueel concept van de onderliggende themaās. Een laatste element dat aangebracht wordt in de openende sequens is een manier om dit heel persoonlijke verhaal toch een universeel karakter te geven: door op bepaalde momenten in de film gebruik te maken van anachronistische muzikale omkadering, worden de gebeurtenissen plots buiten het historische tijdsgewricht getild en geven ze ons een kijk op de mechanismen van macht en ideologie, los van het strikt familiale en individuele aspect.
Marre overstijgt daarmee mooi de louter biografische kant van zijn materiaal, al is die zeker niet te verwaarlozen en kijkt de film geenszins weg van de manier waarop de overgrootvader van de regisseur duidelijk een uiterst zwak figuur was die niet alleen zich in bochten wrong om bij alle mogelijke instanties op een goed blaadje te staan, maar ook, wanneer de Duitsers alsmaar meer hun eigen lijn opdringen, zichzelf bleef voorliegen dat hij het allemaal deed uit liefde voor een groots Frankrijk. In de marge van dat alles krijgen we doorheen de brieven ook het portret van een mislukt huwelijk dat opgeofferd werd aan dubieuze ambities. Een extra narratief dat mooi verweven zit in de meer sociaal-politieke dimensie.



