“Er zijn onder de kruisvaarders vrouwelijke ridders die mannenharnassen dragen en in de frontlinie strijden.” In tegenstelling tot christelijke kroniekschrijvers, die de rol van de vrouw in de middeleeuwse samenleving doorgaans onderschatten of ronduit negeerden, waren Arabische kroniekschrijvers zoals Imad al-Din al-Isfahani (1125-1201) er als de kippen bij om hun fascinatie uit te spreken over de inzet van vrouwelijke ‘Franken’ tijdens de Derde Kruistocht (1189-1192). Historische overleveringen over als man verklede vrouwen zijn minder zeldzaam dan je zou denken. De dichter Francesco Petrarca schreef er in het Italië van de veertiende eeuw ook al over. Het is echter pas sinds de #MeToo-beweging dat er meer belangstelling is om ook dergelijke, voor het grote publiek onbekende verhalen van vrouwen die tegen de moraal en de zeden van hun tijd schuurden voor het voetlicht te brengen. In 2024 was er Des Teufels Bad, over vrouwen die in het Duitsland van de achttiende eeuw een kapitale zonde begingen om te ontsnappen aan de patriarchale greep van hun echtgenoten. Nu is er Rose, het verhaal van een als man verklede vrouw die een nieuw leven wil opbouwen in een protestants dorp in het Duitsland van de zeventiende eeuw. Beide films hebben een historische achtergrond, handelen over het genderprivilege van de man en de radicale pogingen van het andere geslacht om daaraan te ontsnappen.
Duitsland, 1648. De akkers roken nog na van een recente brandhaard en liggen bezaaid met skeletten. Uit de chaos die de Dertigjarige Oorlog achterlaat in de Duitse gebieden, duikt een soldaat op. Deze ‘zonderling’ en ‘vreemde erfgenaam’, zoals de protestantse dorpelingen ‘hem’ noemen, betrekt een geërfde hoeve en steekt onmiddellijk de handen uit de mouwen om het landgoed in zijn oude glorie te herstellen. De soldaat, als symbool van de dood, transformeert tot een van hoop en vruchtbaarheid. Dode akkers worden opnieuw bloeiende weiden. Als een buur echter zijn dochter aanbiedt in ruil voor een stuk grond, dreigt een groot geheim uit te komen. De uitgekiende zwart-witfotografie van Gerald Kerkletz, maar ook het plot over een vreemdeling die de rust van een gemeenschap komt verstoren, roepen herinneringen op aan het oeuvre van de Hongaarse cineast Béla Tarr. De zwaarmoedigheid die als een loden hitte over diens werk hangt, is hier echter afwezig. Humor is niettemin situationeel en vloeit vooral voort uit de rigide verwachtingen van de dorpelingen. Cineast Markus Schleinzer maakt een meesterzet door nooit de mannelijke naam te onthullen die de ex-soldaat gebruikt om zich voor te stellen aan de dorpsgenoten. Rose en het echte leven dat schuilgaat achter die naam wordt aan ons onthuld door een onbekende voice-over die op geregelde tijdstippen intervenieert. De afstandelijke, neutrale toon van de stem geeft de kijker de indruk dat hier een antropologisch fenomeen wordt beschreven.
De regisseur weigert om zijn personage te politiseren of expliciet in de LGBTQI+ hoek te duwen. De ambiguïteit rond de seksualiteit van Rose blijft onopgelost. De hoofdreden om zich uit te geven als man lijkt eerder pragmatisch te zijn. Door simpelweg een broek te dragen kan Rose gaan en staan waar ze wil en hoeft ze aan niets of niemand verantwoording af te leggen. Die boodschap
wordt geruggensteund door een fantastische acteerprestatie van Sandra Hüller. Ingetogen als het moet, aanvallend als het kan, toont de Duitse actrice de emotionele tweespalt van iemand met een geheime identiteit in al haar facetten. Tot slot wordt dit nog eens extra versterkt door de score waarin de ijle a-capellastem van singer-songwriter Tara Nome Doyle perfect de verborgen verzuchtingen van het hoofdpersonage vertolkt.
Rose kaart het genderprivilege aan en hoe het hoofdpersonage dit privilege met haar eigen wapens bekampt door zich uit te geven als man. De uitspraak “We hebben onszelf bedacht en verzonnen” in de finale van de film is dan ook het ontroerende slotakkoord van een vrouw die de ultieme zelfverwezenlijking heeft bereikt.



