In a Better World




Eind februari zijn we tijdens een verder traditioneel saaie
Oscarceremonie toch twee keer heel even geschrokken. Eerst toen
Melissa Leo tijdens haar speech ongegeneerd een f-bomb de
wereld in stuurde (enfin, de wereld buiten Amerika dan toch, waar
het gewraakte woord keurig werd weggebliept). En daarna toen de
prijs voor beste buitenlandse film voor één van de zeldzame
verrassingen van de avond zorgde. ‘Incendies’ ging tegen de
verwachtingen in met lege handen naar huis, terwijl Susanne Bier
het podium op mocht voor haar drama ‘In a Better World’. Nu ja, het
was onverwacht en ergens ook weer niet. Haar film ‘Brothers’ kreeg
al een (weliswaar geflopte) Amerikaanse remake en zelf maakte ze al
haar VS-debuut met het melodrama ‘Things We Lost in the Fire’, met
Benicio Del Toro en Halle Berry. Ze houden wel van Bier, daar in
Hollywood.

Ditmaal gaat het over twee jongens van een jaar of twaalf.
Christian is net zijn moeder verloren, maar blijft daar ongeveer
even koel onder als Damien uit ‘The Omen’. In de nasleep daarvan
trekt hij in bij zijn grootmoeder en gaat hij naar een nieuwe
school. Daar ontmoet hij Elias, het kneusje van de klas, wiens
vader als dokter regelmatig op zending gaat naar Afrika, en die
genadeloos gepest wordt. De twee worden vriendjes, vooral nadat
Christian de pesters op de loop jaagt met behulp van een fietspomp
en een groot mes.

Met die premisse begint Bier, samen met scenarist Anders Thomas
Jensen (regisseur van ‘Adam’s Apples’), een verhandeling over de
menselijke fascinatie voor geweld, en de gevolgen die het kan
hebben. De voornaamste conclusie die ze trekken, is niet echt
opmerkelijke origineel, maar zeker waar: het is moeilijk om de
andere wang te keren, terwijl agressie en geweld continu de
bovenhand lijken te halen. Het is veel bevredigender om een pestkop
een pak rammel te geven, dan om te gaan uithuilen bij een
volwassene. Gelijkaardig aan de situatie met de kinderen, krijgt
Anton, de vader van Elias, het aan de stok met een brallerige
garagist na een banaal incident op een speelplein. De garagist
deelt een paar klappen uit, terwijl Anton geen centimeter uit de
weg gaat. “Ik heb gewonnen, want ik heb geen geweld moeten
gebruiken,” legt Anton achteraf uit aan zijn zoon. “Denk je dat de
ander dat ook zo aanvoelt?,” krijgt hij als antwoord. Een nog
extremer voorbeeld krijgen we in een nevenplot die zich afspeelt in
Afrika – een lokale krijgsheer wordt gewond het kamp binnengebracht
waar Anton werkt. Een meedogenloze moordenaar, die ontelbare mensen
heeft gefolterd, ligt weerloos voor je – wat doe je dan?

De films van Susanne Bier zijn altijd al erg formeel
geconstrueerd geweest, en dat is niet anders voor ‘In a Better
World’. Er zit geen scène in of hij krijgt wel een pay off
aan het einde. Geen enkele dialoog of hij draagt wel nadrukkelijk
bij aan de thematiek en symboliek. Alles wat de personages doen,
past volledig in de schematische opzet van de film. Dan kan je
zeggen: “Kijk, dàt is dus goed schrijfwerk – in een degelijk
scenario bestaat er geen toeval.” En in principe zou je gelijk
hebben. Maar die aanpak ontdoet de film ook van alle spontaniteit.
Het is een berekende film, waarvan het scenario zo rigoureus
symmetrisch opgebouwd is, dat je voortdurend de manipulerende hand
van de regisseur en scenarist blijft voelen. Niets gebeurt op een
natuurlijke manier in ‘In a Better World’. Het gebeurt
uitdrukkelijk omdat Bier en Jensen het verhaal in die bepaalde
richting hebben gesleurd. In het echte leven gebeurt er ook al eens
iets dat achteraf niét bijdraagt tot een hartverscheurende
emotionele loutering. In deze film niet.

Wil dat dan zeggen dat de prent de moeite niet is? Nee, dat heb
ik niet gezegd. Want hoewel je de hele tijd blijft aanvoelen dat je
schaamteloos gemanipuleerd wordt, blijft de film wel zijn
drijfkracht behouden. Het tempo zit goed en er zijn heel wat
individuele scènes die perfect werken. De manier waarop Christian
de pester aanpakt, en de door de schooldirectie afgedwongen
verzoening achteraf, zijn pareltjes van ingehouden, onderhuidse
spanning en agressie. Ook een scène waarin de twee jongens foute
dingen doen met enkele vuurpijlen, bevat heel wat suspense, en de
eindconfrontatie tussen Anton en de Afrikaanse krijgsheer is dan
wel sentimenteel, maar ook bijzonder krachtig. Er zit een
uitstekende film verscholen in ‘In a Better World’, maar de makers
hadden hun publiek meer moeten vertrouwen om hun eigen conclusies
te trekken, ook zonder dat ze constant aan hun bretels naar de
juiste interpretaties worden gevoerd.

De acteerprestaties bevestigen dat vermoeden. De twee jongens,
William Johnk Nielsen en Markus Rygaard, zijn opvallend intens en
geloofwaardig in de hoofdrollen. Zonder over de top te gaan,
suggereren ze de woede (Christian) en angst (Elias) die de
voornaamste drijfveren van hun personages zijn. De continu
sluimerende woede achter Nielsens ogen en de manier waarop Rygaard
de eeuwige schichtigheid van een gepest kind suggereert, zijn
subtiel geacteerd en perfect geloofwaardig.

In de volwassen rollen zien we enkele oudgedienden van de
Scandinavische cinema, waaronder Ulrich Thomsen, uit ‘Festen’ en
‘Adam’s Apples’, en Tryne Dirholm uit ‘Troubled
Water’. Ook over hen valt er geen kwaad woord te zeggen.
Zelfs op momenten dat je Jensen wat al te nadrukkelijk aan het
verhaal voelt trekken om het toch maar in een bepaalde richting te
forceren, leggen zij een integriteit aan de dag die blijft
werken.

Het laatste half uur is verreweg het zwakste van de film. Bier
kan het melodrama niet vermijden, en eindigt met net één monoloog
te veel, net één opvallend symbolische scène te veel. De hele film
heeft tot dan toe naar bepaalde inhoudelijke punten toegewerkt –
waar is het dan voor nodig om die nog eens letterlijk in de
dialogen te leggen ook?

In het Engels hebben ze alweer een mooi woord voor het
voornaamste probleem van ‘In a Better World’: overwritten. Alsof
Jensen en Bier, uit angst om verkeerd begrepen te worden, hun
ideeën al te nadrukkelijk in hun scenario hebben zitten hameren.
Dat is jammer, maar het maakt er nog geen slechte film van.
Daarvoor heeft de prent te veel drijfkracht, zijn de
acteerprestaties te sterk en het centrale gegeven te intrigerend.
‘In a Better World’ zou je een typisch Scandinavisch drama kunnen
noemen, in de zin dat de film inhoudelijk en vormelijk duidelijk
tot dezelfde familie behoort als ‘Troubled Water’, ‘Submarino’ en
Biers eigen ‘Brothers’. Telkens menselijke drama’s met
morele, zelfs spirituele dimensies. Telkens films met grote
ambities en, als het er op aankomt, te korte beentjes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in