The Hobbit :: The Desolation of Smaug

‘Het kan verkeren’, zo wist Bredero ons al lang, lang geleden te vertellen: opende Peter Jackson het nieuwe millennium in de bioscoop nog met een heerlijk epische, meeslepende trilogie over een handvol Hobbits die het met hulp van een tovenaar en wat dwergen, elfen en mensen opnemen tegen een machtig leger van Orks, Uruk-hai en cyclopische vuurgeesten die zich ophouden in het duistere Mordor – de broedplaats van alles wat Kwaad is – dan sloeg hij vorig jaar, in een poging om dat trucje nog eens over te doen, de bal behoorlijk mis. An Unexpected Journey, het begin van een driedelige verfilming van John Ronald Reuel Tolkiens meesterwerk The Hobbit, deed onze ergste vrees uitkomen: dat Jackson zich qua epiek, speelduur en digitale effecten al lang, lang niet meer kan inhouden. Inderdaad, het eerste deel van The Hobbit viel bezwaarlijk een succes te noemen.

Wat er aan buzz rond de nieuwe films van Peter Jackson is, verklaart overigens ook al veel over de manier waarop The Hobbit gepercipieerd wordt: stonden LOTR-geeks tien jaar geleden nog verkleed en al dagen op voorhand aan te schuiven om toch maar een bioscoopticketje te kunnen bemachtigen, dan heb je tegenwoordig de indruk dat deel twee van de nieuwe trilogie bijna niemand een hol onder de grond kan schelen. Logisch ook: het allerbeste uit de eerste film – de aanwezigheid van Gollum – ging niet meer terugkeren, terwijl het allerirritantste – een gezelschap van een dik dozijn brallende kabouters – niet meteen plaats beloofde te ruimen.

In deel twee, The Desolation of Smaug, trekt het Dwergengezelschap samen met Bilbo (Martin Freeman) en Gandalf (Ian McKellen) verder naar Erebor, ‘The Lonely Mountain’, om ginder hun verloren schat terug te eisen van de ongure draak Smaug (stem van Benedict Cumberbatch). Gandalf verlaat hen echter vooraleer ze door Mirkwood (of Demsterwold) trekken, om zich samen met z’n collega Radagast (Sylvester McCoy) – de Jar-Jar Binks van Middle-Earth – bezig te houden met het Kwaad dat zich roert in Dol Guldur. Inmiddels komen Bilbo, Thorin (Richard Armitage) en hun kameraden terecht in avonturen allerhande, gaande van uit de kluiten gewassen spinnen, tot confrontaties met Woud-elfen als Tauriel (Evangeline Lilly uit Lost) en Legolas (Orlando Bloom had al een tijdje geen werk), de mensen uit Lake Town, waaronder Bard (Luke Evans) en nog een hoop slechtgeluimde Orks, om zo uiteindelijk toch bij The Lonely Mountain te geraken.

Vooraleer we verder ingaan op wat Peter Jackson en z’n scenaristenteam destilleren uit en toevoegen aan het verhaal van Tolkien, willen we even dit kwijt: The Desolation of Smaug is, net zoals z’n voorganger, een verdraaid lelijke film. Het is ons een raadsel waarom Jackson zo ver wil gaan in het digitaliseren van Middle-Earth: de decors zien eruit als decors, de kostuums zien eruit als kostuums, de make-up ziet eruit als (belachelijk digitale) make-up. Alles aan The Hobbit is fake, en hoe state of the art Jackson z’n effectjes ook mogen zijn, ze zijn te opzichtig, ze creëren een te grote afstand tot het verhaal. 3D helpt daar niet meteen bij, en naar de juiste sfeer, die Jackson tien jaar geleden nochtans zo vlot leek te vatten, is het zoeken met een vergrootglas. Om van de overdosis color grading en de opzichtig digitale belichting nog maar te zwijgen: verdorie, wat is The Desolation of Smaug een lelijke film.

Bovendien weet Jackson ons nog maar weinig te verrassen: z’n uitgebreide panoramashots van Elfenrijken, Dwergenmijnen en Mensenstadjes hebben we al te vaak gezien om er nog met opengesperde mond naar kunnen kijken. Dat de Nieuw-Zeelandse regisseur z’n nieuwe trilogie naadloos wil laten aansluiten bij The Lord of the Rings, werkt nu en dan omwille van het herkenningseffect – check Jacksons cameo in de proloog in Bree – maar wordt in dit tweede deel te vaak te opzichtig. Er worden heelder scènes uit de eerste trilogie gespiegeld in de tweede, gaande van het tafereel in de herberg The Prancing Pony, tot de scènes in Moria of op Weathertop. De sfeer, de personages (Legolas komt niet eens voor in het boek), de knipoogjes in het Elfs (zo nadrukkelijk dat ze ‘mellon’ er tussen zwieren), zelfs de verdomde camerabewegingen en de montage: alles moet ons terugvoeren naar tien jaar geleden, maar daar hebben we toch dvd’s voor?

Dat is eens zo jammer, aangezien het boek The Hobbit op zich al interessant genoeg is qua sfeer en verhaal. Het is misschien niet helemaal eerlijk om de film zo nadrukkelijk in het licht van z’n bronmateriaal te bekijken, maar je kan er moeilijk naast kijken dat Jackson moeite heeft om de juiste toon te vinden. De sequentie in Mirkwood valt bezwaarlijk spannend te noemen, en wanneer Jackson dan toch even raak schiet, zoals in de ontsnappingssequens over de rivier, rekt hij de boel veel te lang uit, of vervalt hij van spitante duellen in groteske komische knipogen. Mogen we even suggereren dat het tijd wordt dat er een paar Dwergen, de karikaturaal dikke Bombur op kop, het tijdelijke voor het eeuwige inruilen?

De enige momenten in de film waarin alles even in de juiste plooi lijkt te vallen, zijn diegene waarin Bilbo het heft in eigen handen neemt. Martin Freeman blijft schitterend gecast als Hobbit, en slaagt er als enige in om op een geslaagde manier van melancholisch naar spannend naar komisch te switchen. Het is jammer dat z’n rol verhoudingsgewijs nogal aan de kleine kant is; de scènes waarin hij z’n kameraden bevrijdt uit Elfengevangenissen of Smaug – een voor de rest overigens weinig geslaagde creatie, opgetrokken uit bits, bytes en een nogal groteske stemprestatie van Cumberbatch – probeert af te leiden met gevlei, behoren tot de betere van de film. Jammer dat Jackson zich nooit ook maar een beetje kan inhouden, en zich laat verleiden tot scènes waarin Legolas op Dwergenhoofden balanceert of Thorin – nog altijd een Dwerg die zichzelf een pak te serieus neemt – over goudstromen surft, in een kruiwagen dan nog wel.

Naast Freeman varieert de rest van de cast overigens van ergerlijk (Armitage, McCoy, Stephen Fry als bij de haren gesleurde Master of Lake Town) tot degelijk (Lilly, Bloom, McKellen, Evans). Dat de personages nauwelijks uitgediept worden of ook maar enigszins interessant zijn, helpt trouwens ook niet om je publiek meer dan tweeënhalf uur bij de les te houden. Net zomin als de vele narratieve zijsprongen trouwens – het had ongetwijfeld beter geweest als Tolkiens originele verhaal hier en daar wat uitgedund was, in plaats van op bijna obese wijze aangedikt, want na meer dan vijf (!) uur cinema van een weinig opbeurend niveau hebben we nog altijd niet het hele verhaal achter de kiezen. Volgend jaar deel drie dan maar?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in