Rabbit Hole




Hoe lang is het al geleden dat Nicole Kidman nog eens in een
goede film zat? Niet zomaar ça va, maar écht goed? Yup,
wij hebben er ook even over moeten nadenken, en eigenlijk moeten we
al teruggaan naar ‘Birth’, uit 2004, om er eentje te vinden waar we
onverdeeld enthousiast over waren. De voorbije tien jaar dook de
voormalige mevrouw Cruise maar al te vaak op in zielloze big
budget-
producties (nog ‘The Golden Compass’, iemand?), waarin
ze haar onrustwekkend bewegingloze Botox-voorhoofd mocht showen, en
teleurstellende mumblecore-films als ‘Margot at the
Wedding’, die zonder dat het haar schuld was, bloody awful
was. Maar goed, een nieuw decennium is begonnen, de Botox is
klaarblijkelijk uitgewerkt (ze kan opnieuw haar wenkbrauwen
optrekken, wat altijd meegenomen is) en Kidman zit eindelijk nog
eens in een pareltje: samen met Aaron Eckhart staat ze lichtjes
briljant te wezen in ‘Rabbit Hole’.

Eckhart en Kidman spelen Howie en Becca, een gelukkig getrouwd
koppel dat acht maanden geleden hun vierjarige zoontje verloor in
een stom verkeersongeluk. Het jongetje liep zijn hond achterna de
straat op, een auto kon niet op tijd stoppen en het leven zou nooit
nog hetzelfde zijn. Na acht maanden proberen Howie en Becca hun
leven stilaan terug op gang te krijgen, maar het blijft moeilijk.
Howie vindt steun bij een zelfhulpgroep – en dan vooral bij één
bepaalde rouwende moeder – terwijl Becca dat allemaal maar onzin
vindt. Howie houdt krampachtig vast aan tekeningen, foto’s en
filmpjes, terwijl Becca liever niet constant geconfronteerd wordt
met de afwezigheid van haar zoontje. Ze verwerken hun verdriet op
heel verschillende manieren, waardoor na een tijdje ook hun relatie
in gevaar komt.

Dat klinkt als een immens deprimerend verhaal, maar één van de
grote krachten van David Lindsey-Abaire’s script (gebaseerd op zijn
eigen toneelstuk) is juist dat hij nooit verglijdt in goedkoop
sentiment of tranerigheid. Uiteraard is ‘Rabbit Hole’ niet bepaald
lachen, gieren, brullen, maar Lindsey-Abaire en regisseur John
Cameron Mitchell weten een goede balans te vinden tussen de
dramatiek van de situatie enerzijds, en anderzijds ook het besef
dat de wereld verder draait. Dat doen ze door zich te concentreren
op doordeweekse sociale situaties, die opeens een pak moeilijker
worden door de dood van een kind. Becca’s zus wordt zwanger, en wat
onder normale omstandigheden gewoon fantastisch nieuws zou zijn,
wordt nu een beetje gênant. Na acht maanden komt Howie nog eens op
z’n sokken af om te proberen met zijn vrouw te vrijen, maar Becca
interpreteert dat als een poging om meteen een ander kind te
verwekken: “Jij wilt David vervangen!” Wanneer Howie en Becca
beslissen om hun huis te verkopen, komt er een moment waarop ze de
kinderkamer laten zien aan potentiële kopers: “Oh, hoe oud is uw
zoontje?” En wat moet je dan antwoorden aan wildvreemde mensen? En
met dat soort situaties zit de film afgeladen vol. ‘Rabbit Hole’
observeert hoe moeilijk doodnormaal menselijk contact wordt, als je
voortdurend met een dergelijk trauma rondloopt. Je wilt jezelf er
over zetten, maar je wilt ook je eigen kind niet uit je leven
wissen. Je wilt voortgaan, maar je wordt er telkens opnieuw naar
teruggetrokken – het hangt als een wolk over elk gesprek, over
alles wat je doet.

Maar omdat het verdriet van Howie en Becca continu wordt afgezet
tegen hun relaties met de buitenwereld, krijgt de film nooit de
kans om melodramatisch te worden. De personages zwelgen niet in hun
eigen miserie, ze proberen die achter zich te laten. De vraag is
alleen of dat wel kan. Het scenario – dat overigens nergens zijn
theatrale origines verraadt – maakt er een punt van om niemand
schuld toe te wijzen. Zelfs de bestuurder van de wagen kon er écht
niets aan doen. Lindsey-Abaire schetst zijn personages op een erg
geloofwaardige, heldere manier: hun daden zijn altijd duidelijk
gemotiveerd, hun keuzes logisch. Ik heb al mensen horen klagen dat
‘Rabbit Hole’ “geen plot” zou hebben. Tja, dat hangt er maar van af
wat je bedoelt met “plot”. De makers sleuren er geen geforceerde
intriges bij, dat is zeker waar. Maar zo hoort het ook: ‘Rabbit
Hole’ gaat over echte mensen die echte emoties doormaken. Op 91
ultrakorte minuten gunnen Mitchell en Lindsey-Abaire ons een blik
op hun leven. Ze observeren en zijn weer weg. Maar hun observaties
zijn scherp en aan het einde moet je al van steen zijn om niét
ontroerd te raken. De dialogen passen overigens perfect in het
plaatje, met als uitschieter een monoloog van Dianne Wiest aan het
einde van de film: “De dood van een kind wordt nooit makkelijker.
Maar het verandert wel. Het wordt een soort steen die je met je
meedraagt. Maar dat is oké. Het is wat je hebt in plaats van je
zoon.”

Het acteerwerk is unaniem sterk. Nicole Kidman kreeg een
Oscarnominatie voor haar rol – die, zoals verwacht en voorzien,
naar Natalie Portman ging voor ‘Black Swan’ – en geeft inderdaad
een doorleefde prestatie, die net als het scenario nooit in de val
trapt van overdreven pathos. Aaron Eckhart is uitstekend als altijd
in zijn rol van echtgenoot die ogenschijnlijk zijn emoties onder
controle heeft, maar altijd maar een haartje verwijderd is van een
meltdown. Dianne Wiest is solide in een belangrijke
bijrol, maar ik was vooral ook onder de indruk van Miles Teller als
de autobestuurder die nu met zijn schuldgevoel moet leven. Zijn
subtiliteit in die rol is erg overtuigend, en zorgt voor een
vertolking die een dag later nog onder de huid zit.

‘Rabbit Hole’ is een kleine, intieme film, smaakvol
geregisseerd, intelligent geschreven en prachtig geacteerd. Hij is
niet in 3D, hij speelt zich niet af in een fantasiewereld en er
gaat ook geen franchise van komen. En reken maar dat dat
allemaal warme aanbevelingen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 5 =