The International




Net wanneer het vertrouwen in de banken absoluut niet lager kon
zakken, komt Tom Tykwer aanzetten met ‘The International’, een
corporate thriller waaruit blijkt dat bankiers niet alleen
profiteurs, maar ook samenzwerende evil masterminds zijn
die je normaal alleen aantreft in James Bond-avonturen. Al een
geluk dat Clive ‘I want some fucking justice’ Owen hun
plannetjes in het snotje heeft en er alles aan doet om de
zakkenvullers een stevige rammeling te geven. Go Clive!
Dat ‘The International’ toch net iets meer is geworden dan een
zoveelste ‘ik tegen de rest van de corrupte wereld’-actiethriller
heeft niet alleen te maken met Clive Owen die naar goede gewoonte
knettert van de intensiteit, maar ook met het esthetische oog van
de regisseur en een scenario dat ouderwetse suspense verkiest boven
hersenloos geknal. Behalve dan bij die tien minuten durende
shootout in het Guggenheim Museum, maar die is dan ook
awesome moet je weten.

Clive Owen speelt Louis Salinger, een norse Interpolagent die
met de hulp van een New Yorkse procureur (Naomi Watts) de onzuivere
activiteiten van een Luxemburgse grootbank onderzoekt. Salinger
vermoedt dat de IBBC (International Bank of Businees and Credit)
vuil geld verdient met witwaspraktijken, wapenhandel en het
financieren van coups. Wanneer een belangrijke getuige vermoord
wordt, bijt Salinger zich vast in het onderzoek om de corruptie en
misdaden van de witteboordscriminelen aan het licht te brengen.

‘The International’ mag dan wel gepend en ingeblikt zijn voordat
de huidige recessie op ons dak viel, maar ondertussen speelt deze
gestileerde complotthriller lekker in op de actualiteit. Als je dan
toch een film uitbrengt waarin ‘een bank’ de slechterik moet
spelen, dan doe je best wanneer de hele wereld de gladde palingen
van het bankwezen op een satéstokje wil spietsen. Het verhoogt de
betrokkenheid van de opgefokte kijker en de sympathie voor de
antiheld krijgt gegarandeerd een stevige boost. Maar wie zich
verwacht aan een diepgravende thriller die op genadeloze
wijze de dubieuze politieke rol van de bankiers op internationaal
vlak uitspit is er echter aan voor de moeite. ‘The International’
is niet de ‘Traffic’ of ‘Syriana’ van de
financiële sector en mist ook de complexiteit en diepgang om zich
te meten met ‘Michael Clayton’. Het
is een spannende thriller, voortreffelijk in beeld gebracht en niet
gespeend van enige intelligentie, maar het blijft beperkt tot
entertainment. Een beetje zoals ‘The Interpreter’ dus. De
geviseerde bank is een iets minder karikaturale versie van SPECTRE,
Clive Owen is een iets realistischere versie van Bond en je moet
geen spoedcursus bij Paul D’Hoore gevolgd hebben om de intriges te
kunnen bijbenen.

Wat niet wegneemt dat Tom Tykwer een degelijke genreprent in
elkaar heeft gebokst die even gretig teruggrijpt naar de
complotthrillers uit de jaren zeventig als naar de snedige
spionagecapriolen van trendsetter Bourne en meeloper Bond. De net
niet van de pot gerukte plot (banken die wereldconflicten
beïnvloeden om zo de gigantische schulden te beheersen, nou) krijgt
een min of meer geloofwaardig cachet dankzij de nuchtere aanpak,
terwijl het iets te machinale scenario even vastberaden op doel
afgaat als Clive Owen en zijn onkreukbare frons die toch meermaals
tot factor 12 moet plooien. ‘The International’ mag dan wel niet zo
intelligent zijn als het zich voordoet, maar het bolt vlot vooruit
en de clichés van het genre worden meestal ontweken (nope,
Naomi Watts is geen love interest). Een intrigerende beginscène –
geweldig openingsshot van Clive’s vermoeide smoel trouwens –
prikkelt vroeg de interesse en er passeert nauwelijks een
overbodige scène. De hippe citytrips (van Berlijn naar Milaan, van
New York naar Istanboel) houdt ‘The International’ bovendien
voortdurend in beweging en creëren een welkome dynamiek doorheen
het verhaal dat het meer moet hebben van procedurele praat en
geneuzel in documenten. Belangrijkste minpunt is dan ook dat het
allemaal zo plotgedreven is dat er weinig ruimte is voor diepgang
of personageontwikkeling en je eigenlijk terecht kan afvragen wat
nu precies het nut is van Naomi Watts haar personage, behalve dan
om het gestoppelde charisma van Clive Owen te counteren met wat
breekbare vrouwelijkheid.

Maar de regisseur van ‘Lola Rennt’ en ‘Perfume’ maakt gelukkig
veel goed met een wel heel stijlvolle mise-en-scène (die aanslag in
Milaan!) en laat geen enkele kans onbenut om de strakke designs
veelzeggend op camera te vangen. De indrukwekkende, maar koude
architecturale hoogstandjes zijn de ideale habitat voor de immorele
façade van de jakhalzen in maatpakken en Tykwer houdt de visuele
motieven consequent zonder dat het gekunsteld of zelfingenomen
wordt. Lichtjes geniaal trouwens, hoe hij de esthetische fetisj
laat culmineren in een implausibele, maar bijzonder knap in beeld
gezette schietpartij in het Guggenheim. Mensen schreeuwen, een arty
farty video-installatie moet eraan geloven, sneeuw dwarrelt
zachtjes naar beneden uit het net naar de vernieling geschoten dak
en het hart doet eventjes heel hard boenke boenk, terwijl
de Clive moet rennen voor zijn leven in de eindeloze spiraal van
Frank Lloyd Wright. Was elk uitstapje moderne kunst maar zo
cool.

Een evenwichtige mix van branie en brains maken van
‘The International’ een bescheiden, maar aardige thriller. Tykwer
zorgt voor de knappe plaatjes, Owen voor de getormenteerde fronsen
en na twee uur spannend, maar onmemorabel escapisme keer je terug
naar de echte wereld waarin de grootbanken de plannen voor
wereldominantie inruilen voor het in de luren leggen van de kleine
spaarder, het Guggenheim Museum nog niet aan grut werd geschoten en
Clive Owen een goedlachse Liverpoolfan met een peperkoeken hartje
blijkt te zijn. Go figure.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 7 =