Geese, de artrockband uit New York, doet de emoties – zowel goede als slechte – oplaaien met zijn derde album Getting Killed. Met alle technisch vernuft en doordachte ideeën doet Geese niet aan ‘gewoontjes’. Compromisloos, rotgetalenteerd en wat onhandig aan de oppervlakte schieten de muzikanten alle kanten op: soms mis, maar als het raak is, dan zal je het gevoeld hebben.

De ganzentroep landt wederom in onze platenkast met album nummer drie, subtiel getiteld Getting Killed. De vlucht die ze er hebben opzitten sinds hun laatste kreet 3D Country bevatte echter wel wat turbulentie: gitarist en mede-oprichter Foster Hudson verliet het nest en er werd zelfs wat getwijfeld aan het voortbestaan van de band bij de release van het erg goed ontvangen Heavy Metal, de soloplaat van de andere oprichter Cameron Winter.
Nu Winter het dus meer voor het zeggen heeft en op zijn soloplaat zijn aspiraties richting een soort indie-meets-slackerrock liet blijken, konden we ons afvragen of dit ook de lijn van Geese 2.0 zou zijn. Of gaat het helemaal een andere richting uit met Kenny Beats aan de knoppen – de man mag Denzel Curry, Vince Staples en zelfs IDLES tot zijn vaste klanten rekenen? Het antwoord is: beide.
Opener en pre-release “Trinidad” krijgt een avant-gardistisch geluid mee zoals bij Captain Beefheart, Frank Zappa of dEUS in de nineties. Een lekker wegswingend jazzthemaatje wordt regelmatig ondergescheten met woede-uitbarstingen vol gekrijs, ontstemde gitaar en zich een klaplong blazende trompet. Tom Waits blaft instemmend wanneer hij dit hoort, denken we dan.
Het blijkt evenwel geen voorbode te zijn voor het vervolg van het album. Het tweede nummer “Cobra” gaat weer meer richting het vertrouwde geluid van de band. Van Morrison meets Mac Demarco, oftewel: zomers klinkende songs van hoog technisch niveau, maar dan met een lichte zonneslag. Nu we Winters soloworp hebben gehoord, is het onmogelijk om zijn hand hierin niet te horen. De strandstoel gaat nog wat horizontaler met het laidback “Husbands”, en wat te zeggen van het seditatieve “Au pays du cocaine”? Deze nummers tsjokken soms ietsje te traag vooruit, hetgeen zeker gezegd kan worden van filler “Islands Of Men”. Het is het gevaar dat lonkt wanneer je zoals Geese jong bent en de wereld aan je voeten ligt: als alle wegen open liggen, is het net belangrijk om een pad te vinden en dat tot op het einde te volgen. Anders is de richting zoek en kom je uiteindelijk nergens uit.
Maar als de gans gakt, gakt ze goed. “Getting Killed” is swingend en uitbundig als iets wat David Byrne had kunnen maken – toch als hij net op een punaise is gaan zitten. Hieraan wordt een gestaag opbouwende outro geplakt die pakweg The Bends doet herleven. De uitbundigheid verschijnt ook regelmatig in een wat een ‘dronken dandy’-sfeertje zoals in het lekker onfris ruikende “100 Horses” en “Bow Down”. Het tekstueel hoogtepunt is dan weer “Taxes”, een donderpreek tegen het moordend kapitalisme, ingekapseld in een radiovriendelijk popnummer.
De grens die de groep opzoekt tussen het idiote en het overdacht intellectuele staat helaas soms de songs in de weg. “Half Real” begint nog veelbelovend, maar de ideeën zijn snel op: lyrics en toonladders worden tot in den treure herhaald, tot het nummer abrupt stopt. De heren hebben het er zowaar zelf mee gehad. Slotnummer “Long Island City” staat bol van de ideeën en technische kunstjes, maar ook hier ontbreekt een echt nummer. “I don’t know where I am going … here I come”, zingt hij in het slotnummer. Als hij het al niet weet, waarom zouden wij hier dan al te veel gewicht aan toekennen? Branie volstaat niet altijd om een gebrek aan inhoud te maskeren met veel vorm.
Getting Killed is zeker een blijver in onze platenbak van het jaar, al moeten we deze wel voorzien van het label ‘kans op hoogdravendheid – beluisteren op eigen risico’. Als we weten waar de band en frontman vandaan komen, kunnen we nog eindeloos blijven palaveren over wat dit album wel of niet had kunnen zijn, maar is dat net niet het soort overdacht gepalaver waar we de heren hier van verwijten? Exact ja. Dan nog maar eentje van hetzelfde, barman, en de rekening graag. Schluss.




