For Those I Love :: For Those I Love

De naam geeft het weg: eigenlijk wilde David Balfe al zijn vrienden eren. Tot die beste, Paul Curran, een vroege exit koos. Drie jaar later werd For Those I Love een indrukwekkend grafschrift, een eerbetoon aan warme en diepe vriendschap, een plaat die aan de ribben blijft kleven.

‘We were young together’. In dat beklijvende zinnetje zit de essentie van Mayflies, Andrew O’Hagans mooie ode aan de jongensvriendschap, gebald. Ik weet niet of David Balfe het boek ooit gelezen heeft, maar elk woord, elke zucht, elke noot op zijn debuut als For Those I Love  ademt het gevoel uit: we waren jong, het leven was groots en oneindig, maar ook bedreigend en ruw. En toen liep het fout.

Het verhaal is al verteld toen na zijn zelfgekozen einde de leden van The Murder Capital in Currans nagedachtenis een punkgroepje begonnen, maar voor Balfe was de jonge dichter en muzikant meer dan een vriend. Het was zijn bloedbroeder, medebandlid in het veelbelovende Burnt Out, het licht in zijn leven sinds die ene keer dat een badge van At The Drive In een band voor het leven smeedde tussen twee tieners.

Er waren meer vrienden in die tijd: Gilly, the two Ronnies, Peetey,… Balfe zou ze allemaal eren op dat elektronische project dat hij naast Burnt Out was begonnen. Dat blijkt wanneer hij op het einde van opener ‘I Have A Love’ de vierde muur doorbreekt. ‘A year ago or so, I played this song for you on the car stereo in the night’s breeze / This bit kicked in with its synths and its keys and you smiled as ya sat next to me / You in the front, Gilly in the backseat, going ninety to the sounds as we roared down the street / The other boys stompin’ feet, and me in utter disbelief at the joy from the break in the beats.’

Ook in “You Stayed / To Live” worden onstuimige jongerenstreken herkauwd tot er niets meer overblijft dan pijn. ‘I just want to text you a photo and say this looks just like that Mount Kimbie video we always watched / Nothing is real and you’re not here’. Op de achtergrond klinkt de nagloed van een rave, die verdergaat in “To Have You”. Een sample van Barbara Masons “Everything I Own” versmelt met Jacques Lacan die in Leuven een lezing geeft over de dood, en terwijl de beat in feesten uitbarst zinkt Balfe weg: ‘there’s not a lot of steps between peace and utter misery, when you’re 17 and all you have is love and dreams’.

Balfe brengt het met een dik Iers accent, vaak op die losse  conversatietoon die Mike Skinner perfectioneerde. Het is een vreugdevolle, maar harde jeugd die hij bezingt, ergens in de groezelige rand van Dublin. In “Top Scheme” maakt hij de staat van de Ierse natie op, de uitzichtloosheid van zijn generatie. ‘How can we not feel this rage? When the therapy costs more than half your wage’, raast hij over een grimetrack. Het grauwe “Birthday / The Pain” beschrijft hoe op zijn zevende in zijn straat een dakloze werd doodgestoken.

Wanneer Balfe na de dood van Curran het spoor hopeloos bijster raakt, loopt ook de muziek verloren. Het spookhuis heeft veel van dat van Burial, met messteken van synths die het hart doorboren. We zitten rock bottom, er wordt gevlucht in drank: ‘And every time your phone bings, ya panic / ‘Cause you’re terrified of what’s on the other end / It’s happened again / So you stop answering the phone / And you don’t look at texts / And you only check / When its plans for pints on deck / And then you get wrecked and look at the only messages ya have left from your best friend sent before his death’. Het woord dat we zoeken is trauma.

In “The Shape Of You” gebeurt nog een ongeluk in België, maar Balfe klimt uiteindelijk toch uit het dal. ‘I have a love / and it never fades’ gaat het als een mantra, en die komt in verschillende songs terug. In “You Stayed / To Live” klinkt het als een verbeten coda, een manier om de vaak herkauwde herinneringen door te slikken. Tegen afsluiter “Leave Me Not Love” is het een zekerheid. ‘Those I love brought me back to health.’ Maar het verdriet schrijnt, de pijn blijft: ‘What happened to my best mate?’

In een van zijn gedichten bezong Curran “The art that never gets made”; achteraf gezien een grafschrift voor zijn gefnuikte dichterscarrière. Wij moeten het doen met de kunst die wel is gemaakt in zijn gedachtenis. ‘You live in Keats / The Liffey littered with Grogan’s seats / And Disorder by Joy Division forever on repeat’, zingt Balfe zijn oude maker toe.

Dat hij ondertussen ook zelf een meesterwerkje heeft afgeleverd is alleen maar bonus.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + tien =