Best Of: 2025

Fuck Trump, to hell met Poetin, en laat ons niet beginnen over de begroting. Het was een jaar als een ander, soit, en dus ook één met 25 topnummers die ons leven dag na dag mooier kleurden. 2025 in vijf woorden: ‘Gelukkig was er ook muziek’

  1. Antony Szmierek :: Rafters

Antony Szmierek ziet eruit als een voetballer op een Paninisticker uit de jaren tachtig en hij tackelt al even vlijmscherp met poëtische oneliners. Hoeveel dancehits kent u immers die op het ritme van een neerdwarrelende confettisnipper het relaas brengen van alles wat overstemd wordt door het feestgedruis? “Rafters” is een anthem over die eerste zoen, over onvoorwaardelijke vriendschap, over de kracht van woorden en opgaan in het moment. Dit is verlossing aan 135 bpm, dit is tegelijk visite- en staalkaart van een opkomende artiest die we met grote aandacht gaan blijven volgen. Net als Tadej Pogacar ontsnapt Szmierek op Eurosonic in januari aan het peloton en hij arriveert aan de finish met overschot op de concurrentie.

Hoogtepunt: 2’09”. De beat valt stil en een moment van helderheid valt binnen. “And all of a sudden there’s this natural light pouring through the windows, we’re alive amongst the dust, I am you and you are one of us, and nothing has to mean anything.” We knipperen met de ogen en trekken ons nog een keer op gang om de boîte te trashen.

  1. Geese :: Taxes

2025 bestond in de indiewereld uit twee verschillende tijdperken: een voor en na de release van Geese’ derde album Getting Killed. Cameron Winter en zijn bende maakten de polsstoksprong richting Grote Band, haast zoals Fontaines D.C. dat enkele jaren geleden deed. Terecht ook wel: Getting Killed is om van te snoepen. Het is eclectisch, uitbundig en muzikaal verdomd vernuftig. Doorheen de plaat zwalpt Winter als een dronken dandy, maar net wanneer dat karakter wat gaat vervelen, pakt hij uit met rake, poëtische lyrics waardoor de ziel van oude bluesnummers waait. In “Taxes” voelen wij de pijn van een leeggeperste arbeider in de lage middenklasse, zijn zorgen verzuchtend vanuit zijn afbladderend raamkozijn in de buitenwijken.

Hoogtepunt: 0’20”. Het tribale getrommel waarmee het nummer aanheft doet ons vermoeden dat we weer op dreef zijn voor drie minuten lolbroekenarij, maar de donderende openingszin doet alles omslaan: “I should burn in hell”

  1. Viagra Boys :: Man Made Of Meat

Alwaar de gecontroleerde chaos het meest welig tiert, daar vertoeven ook wij het liefst. In “Man Made Of Meat”, vooruitgestuurde single en openingssalvo op Viagra Boys’ laatste worp, krijgen we een onweerstaanbaar vlezig refrein voor de kiezen waar zelfs de vegetariërs uit ons team niet aan kunnen weerstaan. Dit nummer zou met een waarschuwing moeten komen: “bevat moddervette bassen die het risico op onomkeerbaar toegeslibde aders belachelijk groot maken”. Gewoon “okay” zeggen zonder dat op te volgen met “alright” lukt ons overigens ook al niet meer. Als iemand daar een pilletje voor heeft, vind ons.

Hoogtepunt: Elk refrein mee scanderen is de enige optie. Of 2’24”: “I subscribed to your mom’s OnlyFans”. Kan tellen als lyric van het jaar.

  1. Fontaines D.C. :: It’s Amazing To Be Young

Voor “It’s Amazing To Be Young” tapte het alomtegenwoordige Fontaines D.C. uit het heerlijke Cure-vaatje dat ze eerder al voor “Favourite” aanboorden. Een dromerige melodie, nostalgischer dan de bos Monchichi’s aan de tas van de gemiddelde Gen Z’er, maar oneindig veel cooler. Mannen, laat die kraan maar open voor ons broodnodige shotje anti-cynisme.

Hoogtepunt: 0’14”. “Cooost” – je mag ze nog zo zien aankomen, die verzuchtingen van Grian Chatten zijn toch telkens weer een beetje adembenemend.

  1. Zwangere Guy :: Vecht voor papier I

Hergebruik is de beste recyclage. Umi Defoort pakt die legendarische Chanel Zero-riff van “Black Fuel”, maakt er een loop van, en knalt er een monster van een beat onder. Zwangere Guy doet wat van hem verwacht wordt: zich eens goed opwinden. “Vecht voor papier I” is een virulente, ziedende afrekening met de wereld zoals die vandaag is. Het eindigt wanneer alle agressie door het afvoerputje is weggedruppeld, en Papa ZG er bijna moedeloos zingend bijstaat: “Mijn laatste tranen deden zeer en dacht ‘ja dit passeert wel weer'”.

Hoogtepunt: 0’00”.Eerst die riff, vervolgens die beat, en dan die Guy. Het resultaat van de optelsom is opwinding.

  1. Dressed Like Boys :: Stonewall Riots Forever

En toen hing Jelle Denturck zijn gitaar aan de haak, trok hij een oversized wit pak aan, en ging achter zijn piano zitten: het was tijd om zijn echte zelf te ontdekken. Op zijn debuut als Dressed Like Boys onderzocht hij de onverkende kanten van zijn geaardheid, omarmde hij breed wat dat betekende, en schreef hij en passant de mooiste plaat van het jaar. Dat moest wel culmineren in een eerbetoon aan dat moment dat het begin van all things Pride zou zijn. Denturck laat in zijn tekst de getuigen van toen aan het woord, bouwt met hun zinnen – “angry days and sleepless nights”! – een monument van weerbaarheid. Transformatie van het jaar.

Hoogtepunt: 2’56”. “Stonewall riots forever / Queens are gathering”. De triomf is een feit.

  1. Kae Tempest :: Know Yourself 

“If you saw the younger you, what would you say to them?”: een filosofisch vraagje als een ander, Kae Tempest maakt er een razend duet van met zijn jongere zelf, die hem de vraag voor de voeten werpt. Zoals elders op het alweer verbluffende Self-Titled draait het om zijn transformatie doorheen de jaren, en dus werpt hij de vraag terug: “I thank the little me that put the work in / Could you picture me when you were spitting 16’s?”

Hoogtepunt: 0’11”. Nog eens die heerlijk scherpe stem van de jonge Kate, en dan over een bubbelende beat: de nieuwe, oudere, mannelijkere Kae. Je hoort hoe breed die “bridge between the present and the past” moet zijn geweest.

  1. Mogwai :: Hi Chaos

The Bad Fire was een lichte teleurstelling na de wederopstanding van Schots postrockinstituut Mogwai met hun vorige plaat. Maar kijk, op “Hi Chaos” maakten ze de titel van het nummer wel helemaal waar. Altijd goed als Stuart Braithwaite en de zijnen laten zien dat ze niet enkel zwijgzame vaders van middelbare leeftijd zijn maar ook nog altijd straatschoffies uit Glasgow op zoek naar ruzie. “Hi Chaos” zet meteen de versterker wat luider om daarna de remmen te sluikstorten in de tuin van 10 Downing Street. Mogwai is een vuist en een traan, maar hier toch vooral twee vuisten toek op uw gezicht.

Hoogtepunt: 4’40”. Geen idee wat er allemaal in die laatste geluidsmuur zit, maar wij willen er geen ruzie mee.

  1. Heartworms :: Just To Ask A Dance

Op EP A Comforting Notion diende Heartworms zich al erg voldragen aan, debuut Glutton For Punishment was helemaal de bevestiging, en nergens was dat duidelijker dan op dit imposante openingsnummer dat geen moeite doet om te verbergen dat Jojo Orme weet hoe theater werkt. Het is het optrekken van het doek, de openingscredits, en de opwindende eerste actiescene in één. En het beste is: het gaat gewoon over twee pubers die verliefd geelogen, maar geen actie ondernemen.

Hoogtepunt: 0’23”. Die donderende, échte openingsakkoorden.

  1. Bar Italia :: Fundraiser

De Londense koffietent Bar Italia boert goed, en als de klanten blijven komen, waarom dan het menu aanpassen? Helaas dachten de gelijknamige artrockers van Bar italia er anders over bij het schrijven van hun nieuwe plaat Fundraiser. Er worden uitstapjes gemaakt richting Bublé-achtige romantiek en akoestische folk. En daar komt het trio niet mee weg. Wat ze dan weer wél nog steeds als de beste kunnen, is nummers schrijven waarbij we ons opnieuw puistige tieners uit de nillies voelen die onbezonnen met die harken beneden de riem van onze skinny jeans staan te shaken. Opener “Fundraiser” is zo’n heerlijk complexloze lap. Deze flikkeren we meteen op onze iPod.

Hoogtepunt: 0″10″. Een ingehouden baslijn opent de deuren, maar dat is niet nodig: de heerlijk dansbare gitaarriff komt dwars door de ruit naar binnen gestormd.

  1. Turnstile :: NEVER ENOUGH

Weinig bands die in 2025 zoveel mensen blij maakten als Turnstile, met hun zweterige liveshows die de barriers van de grote zalen probeerden te slopen, en voor een ongeziene stagedivehype zorgden. Weinig bands die zoveel mensen boos maakten ook, want wat moest de gemiddelde hardcorefan in godsnaam met deze gekke mengvorm die plots een gooi naar mainstreamsucces deed? Luister naar die wonderlijke intro van “NEVER ENOUGH”, één en al glinsterende galm – een vervolg op het geluid dat de band op Glow On al verkende – en hoe die uitmondt in de lekkerste riff van het jaar, en je weet: die puristen moeten niet zagen. Twee minuten later lijkt het alweer voorbij, maar de song duurt er net geen vijf, met een soort derde bedrijf dat niet zou misstaan op een meditatieplaatje, zo dicht sluipt het richting ambient, en gek genoeg werkt dat ook, al is het maar als adempauze. In de laatste seconden zijn daar immers toch weer de bonkende drums van Daniel Fang die je brutaal uit dromenland halen – nog maar eens op het verkeerde been gezet – en tegen dan weet je al láng niet meer waar je begonnen was.

Hoogtepunt: 1’09”. Ambient en meeuwengeluiden, allemaal goed en wel, maar hiervoor doe je het: die riff, die drumroffel, zo raak dat je hart haast uit je borstkas davert.

  1. Matt Berninger :: Bonnet Of Pins

Get Sunk kent topsongs op overschot, maar “Bonnet Of Pins” heeft toch dat beetje extra onweerstaanbare The National-achtigheid in zijn vaart, melodie en thematiek. Matt Berninger laat hier gretig zijn prototype protagonist opdraven: zo’n schepsel dat graag de mythe cultiveert van gelaten cynisme met naïeve romantiek en vice versa te remediëren, maar op een feestje eigenlijk gewoon maar wat aanmoddert met “a Nabokov cocktail” in de ene hand en een sigaret in de andere. Diens oude vlam is ook van de partij, en daar komen geheid brokken van. Mooie, mooie brokken.

Hoogtepunt: 3’14”. In een perfecte vertolking breekt Berningers stem ter hoogte van die bitterzoete clou “This stuff takes a lifetime”. Zijn protagonist moet met de handen in het haar en de tranen in de ogen toegeven dat Zij hem eeuwig om Haar vingers zal kunnen winden.

  1. Lorde :: What Was That

Ja jongens, wat was dat? We wisten dat Lorde opnieuw aan bangers aan het werken was, maar zo’n loeier? Neen, die zagen we niet komen. “What Was That” was de ideale herinnering waarom de Nieuw-Zeelandse van bij debuut “Royals” zo opwindend was. De manier waarop ze kaalheid inzet om haar nummer net krachtiger te maken, die synths die halverwege de beat doorbreken net scherper klinken doordat ze een soort leegte moeten doorklieven. En net daardoor knalt dit nummer harder dan alles wat TayTay, Charlie en anderen ooit hebben gemaakt.

Hoogtepunt: 0’42”. “MDMA in the back garden”, en je voelt hoe haar delivery aan urgentie wint.

  1. Big Thief :: Incomprehensible

De wegen van de muziek zijn ondoorgrondelijk, en binnen de muziek zijn er weinig entiteiten zo ondoorgrondelijk als Big Thiefs Adrianne Lenker. Alles verandert constant, alles is in beweging, en Big Thief is daar niet immuun voor, op Double Infinity. Waarom zouden we moeite doen om een verklaring te zoeken voor die eeuwige verandering? “Incomprehensible” is een warm pleidooi voor aanvaarding van het feit dat we de dingen des levens nooit zullen snappen, gedragen door een speelse productie die de folk van Big Thief een nieuw onvatbaar elan geeft.

Hoogtepunt: 2’49”. Die laatste keren “Incomprehensible / Let me be”, aangevuld met woordeloze fantasieën in Lenkers engelenstem om het onvatbare te benadrukken.

  1. For Those I Love :: Mirror

Een wandeltje door de verloederde Dublinse buurt waar David Balfe opgroeide als een trip door een spookhuis. Het lijkt bekend, en zelfs een overval blijkt uiteindelijk gewoon een kennis te zijn en dus is all safe. En toch ook weer niet, want de rapper – for want of a better word – ziet hoe ook daar het fascisme wortel schiet. Woest spuwt hij de finale. “Reprobate, ethnostate, modern nationalist cunts / They manipulate young workers and then neglect them when done / The modern state will strip a man down until he’s naked and scared / and these cunting blackshirts will give him a face to lace with his fears”, vat hij de onontkoombare dans van het neoliberalisme en het populisme samen. En om zeker te zijn dat we begrijpen hoe hij daarover denkt hamert hij het er in op het ritme van een dreunende beat: “Cunts, cunts, cunts, cunts, cunts, cunts, cunts, cunts, cunts, cunts, cunts, cunts”. Ja, zoveel keer.

Hoogtepunt: 3’11”. En toch klopt het echte hart van deze song net voordien. “Still I choose to plant roots in this lose/lose / Repeat the picture, an ounce for mixture, denounce the crowd and bleed for scripture / See I’ve been knifed alive by mine, but wined and dined by those on high became the bigger crime to me, if I’m going to bleed then make me bleed with a blade I can see.” Van de zijnen kan hij ten minste begrijpen waarom ze klootzakken zijn geworden. En laat die beat maar eens goed beuken.

  1. Snocaps :: Cherry Hard Candy

Twee Crutchfields voor de prijs van één, met MJ Lenderman er gratis bovenop? Dat hadden we niet zien aankomen, maar met Snocaps was daar toch echt plots een nieuw prachtproject van de gouden tweeling Katie en Allison – respectievelijk van Waxahatchee en Swearin’. “Cherry Hard Candy” is de mooiste som der delen van op hun titelloze debuut, triomfantelijke countryjangle waarin de zussen hun stemmen laten versmelten zoals enkel zussen dat kunnen, geruggensteund door Lenderman en zijn rinkelende, jakkerende gitaarspel. Een nummer dat klinkt alsof het er altijd al was, zo moeiteloos klikt alles in elkaar.

Hoogtepunt: 0’00”. Binnen zonder kloppen: Lenderman beukt nog net niet de deur in met zijn gitaar, en we zijn vertrokken voor een vreugdevol rondje rocken.

  1. Soap Box :: Good Guys

“We’ll do our part for refugees / Only if they’ve got blue eyes” – wie dacht dat alleen IDLES zich kon opwinden over het Britse migratiebeleid: meet Soapbox. Deze bende boze punk-Schotten is live al even aan een verpletterende veroveringstocht bezig (onze blauwe plekken na hun passage op Left Of The Dial zijn eindelijk een beetje weggetrokken), met tweede ep Locked In is er nu ook een deftige plaatweergave van al dat podiumgeweld. Hoogtepuntje “Good Guys” rolt met spierballen en ogen richting centrist shite, en geeft ondertussen de BBC, Bush en Blair een riffende veeg uit de pan. Subtiel? Zeker niet, maar sommige boodschappen worden er maar beter met de voorhamer ingeramd.

Hoogtepunt: 0’44”. Die gitaar als nagels op een schoolbord, overspoeld door een chaotische lawine van bas en drums, en Tom Rowan die losbrandt in een furieus refrein dat je tegen de tweede keer wel móet meebrullen.

  1. Squid :: Crispy Skin

Squid was de lieveling van al wie in vervoering raakt van die balorige postpunkwind die nu al enkele jaren vanuit de UK de dakpannen van onze huizen komt blazen. Ja, ze zijn deel van de hype, maar toch eigen genoeg om erbovenuit te steken. Klinkt als een goede reden om vooral op diezelfde koers te blijven varen, maar dat is buiten deze tentakeldragers gerekend: Cowards is geen energiebom, maar een sluipen, een afwachten. En de aanpak werkt: door gas terug te nemen en ruimte te scheppen komt de echte klasse van dit collectief nog meer bovendrijven. In “Crispy Skin” pelt het laagje per laagje zijn slachtoffer af, als een likkebaardende Hannibal Lecter. Haute cuisine, alleen jammer dat wij op het bord liggen.

Hoogtepunt: 5’30”. Een woordeloze outro vol spanning neemt alle tijd om het laatste bloed uit ons te laten druppelen.

  1. Tortoise :: Works And Days

Negen jaar mochten we wachten op een nieuwe Tortoise, zo lang dat we ons zelfs al hadden neergelegd bij een definitief afscheid. Onze tranen werden evenwel vlotjes gedroogd door de spannende jazzexperimenten van gitarist Jeff Parker, maar kijk, plots is-ie er dan toch: Touch, heet de nieuweling. Hoera! Hoera… toch? Nou ja, het houdt erg vast aan de lijn die de band aanhield voor de hiatus, en ondanks dat we misschien op iets spannenders hadden gehoopt, kan dat ons toch nog bovengemiddeld bekoren. Zoals steeds is het album een lange zoektocht, een gedachte-experiment waarin de gemeenschappelijke deler van kraut, ambient, freejazz en postrock opgezocht wordt. Een lange tocht heeft steeds pieken en dalen, en “Works And Days” is duidelijk zo’n hoogtepunt. Even een fotootje nemen, opslaan in onze grijze massa, en weer voort.

Hoogtepunt: 1’30”. Negentig seconden aan grauwgrijze kraut hebben we reeds achter de rug, wanneer plots een akkoordenwissel richting majeur de lucht doet uitklaren. We voelen haast de straling op ons gelaat.

  1. Pothamus :: Abur

Pothamus, die sludgeband uit Mechelen, bevestigde dit jaar snoeihard en pokkeluid met tweede plat Abur. Het is moeilijk een nummer te kiezen uit wat een psychedelisch-mythologische trip van drie kwartier is, ayahuasca gemixt met donkere kleigrond. We gaan uiteindelijk voor het monolithische slot- en titelnummer, toch al een goed derde van de plaat. Omdat het veel meer doet dan de puntjes op de i zetten. Het zet de i op z’n kop, deconstrueert het hele alfabet, ontneemt je taal. Met je ogen dicht hoor je verre woorden, een massieve maar kraakheldere ritmesectie, subtiele gitaaraccenten. Vanbinnen beleef je andere werelden en word je langzaam uitgeveegd over het canvas – iets van Bruegel of Bosch. Grote woorden voor een groots nummer. Beleef het vooral zelf.

Hoogtepunt: 11’34”. De drum schakelt een laatste versnelling harder, de finale bocht is genomen. We zien je op de bodem van de put, platgeslagen en binnenstebuiten gekeerd.

  1. Getdown Services :: Eat Quiche, Sleep, Repeat

Op café is het een ander verhaal, maar op plaat hebben wij simpelweg een boon voor wordy Engelsmannen (zie ook onze nummer één). Getdown Services brengen nu eenmaal hun fuckall-mentaliteit met zo’n overtuigende deadpan dat je niet anders kan dan overstag gaan. Zeggen ze iets zinnigs? Nope. Is het poëtisch? Loop toch heen.
Zongen ze in 2024 nog over hondenkwijl, dan is het nu dog muck die aan hun blote voeten kleeft. Er is al genoeg sérieux in de wereld, en als u daar toch niet genoeg van krijgt, luister dan maar naar Matt Berninger. Op plaat klinkt dit duo al bij al nog ingetogen, maar live dendert “Eat Quiche, Sleep, Repeat” lekker lui verder – een groove zo onweerstaanbaar dat ze zelfs de werklozen-met-bierpens-look van deze twee heren in iets sexy kan transformeren. In acht genomen dat ze graag halfnaakt over het podium dartelen, dan wéét je dat je een goede song in handen hebt.

Hoogtepunt: 2’14”. Wanneer vorm en inhoud perfect samenvallen: “I bring a certain sadness to the conga line”. We zouden het nummer niet beter kunnen samenvatten.

  1.  Wet Leg :: Catch These Fists

Een te gekke riff die emergency loop-streken heeft, binnensmondse strofes en een ultra-aanstekelijk refrein met weerhaken volgens het klassieke Wet Leg-recept: yes please! Met “catch these fists” houden de tofste zonderlingen van de indierockscene de vinger aan de pols: “He don’t get puss, he get the boot” – en of we een strijdkreet nodig hadden in deze Trumpiaanse tijden waarin verkrachters straffeloos verder van gynaecoloogje mogen spelen. En, jongens, wat kwam deze mallemolen van een band met een pittig exemplaar op de proppen.

Hoogtepunt: 1’20”. Alsof dit nummer de puurste vorm van fun nog niet bereikt had. Natuurlijk ontbrak er nog een koebel.

  1. Little Simz :: Thief

De indrukwekkende transformatie die Britse rapper Little Simz dit jaar liet zien bij het droppen van haar nieuwe Lotus was van het grensverleggend soort als Kendrick Lamar ten tijde van Good Kid M.A.A.D. city: Little Simz weet een haast perfect staketsel op te bouwen van beenharde lyrics en muzikale productie. De niet aflatende groove in elke noot en elke vers doet ons sidderen tot diep in de celkernen. Hoogtepunten zat dus, maar om er toch een uit te kiezen: “Thief” als perfecte albumopener. Groots, mysterieus en prachtig gearrangeerd. Little Simz klinkt als een ijlende goeroe die ons bedwelmt met cryptische verzen: ze is Verlicht, en wij worden ingeleid in haar Wijsheid. Later op de plaat laat de rapper horen hoe ze ook zichzelf in al haar facetten heeft leren kennen, wat het verhaal veel menselijkheid meegeeft, maar op deze “Thief” is het eerst nog volop genieten van de ontketening uit een toxische relatie. Ik ben vrij, ik zie nu de echte waarheid: “Thief – and you know what it means, selling lies, selling dreams”.

Hoogtepunt: 0’48”. Die eerste keer “Thief…” valt als een zwaard van Damocles neer op de ontblote hals van de ontrouwe ex op het kapblok. De heerlijk valse “lalala” erna staat bol van de bloeddorst.

  1. Sprints :: Descartes

Nergens combineert Sprints op zijn tweede langspeler All That Is Over de urgentie van de postpunkgitaren beter met de scherpe pen van Karla Chubb – om nog te zwijgen van haar striemende stem. Chubb trekt van leer tegen ijdelheid en zelfingenomenheid als de erudiete “Literary Mind” die ze al op het debuut was. Het resultaat? Descartes’ en aanverwante filosofieën hebben nog nooit zo strak geklonken.

Hoogtepunt: 0’10”. Gewoon die slag op de snaredrum om die loeiende sirene van een riff in te zetten.

  1. Siem Reap :: Whirlpool

Nummer van de plaat van het jaar: soms is het simpel. Of juist helemaal niet. In het hoofd van Gilles Demolder is immers niets simpel, zo blijkt uit Wishin’ I Was Fishin’. Zijn prachtige tweede plaat was het geluid van een eeuwige twijfelaar die vastzit in zijn hoofd en daar maar met moeite uit geraakt, tenzij in zijn heel directe teksten. “Whirlpool” hakte er daarbij met minimale middelen het meeste in. Je piekert samen met de zanger, starend naar het plafond. Een extra nacht, een extra rondje vastzitten in je eigen leven, je eigen gewoontes en je eigen zwaktes.

En toch. Toch voelt de song ook aan als een vriend. Of meer een metgezel, een lotgenoot. Zoals die column van Nele Van den Broeck dat ooit was: “Blijf. Ik meen het. Ik heb het nodig dat jij blijft vandaag. Je bent niet verloren. Je speelt verstoppertje met jezelf. Doe je ogen dicht, en tel tot tien. Je bent niet weg, je bent gezien. Ik zie je. Blijf.”

Geen idee meer waar wij waren toen wij “Whirlpool” de eerste keer hoorden, maar we hebben het nummer meteen drie keer na elkaar opgezet. En dan nog eens en nog eens en nog eens en nog eens. “Whirlpool” was er in 2025 en zal er vanaf nu altijd zijn. Dat is ergens een troostrijke gedachte.

Hoogtepunt: 5’48”. “It ain’t too late to change / I hope / And every day has been a struggle / I know”, en dat nog eens en nog eens en nog eens en nog eens en nog eens, met de blik op oneindig en vol zelftwijfel.

verwant

Eindejaarslijstje 2025 van Maarten van Meer

Rosalía :: LUX Rosalía jaagt ons al vier...

Eindejaarslijstje 2025 van Nelle Verbrugghe

2025 was een koortsdroom van een jaar waarin de...

Eindejaarslijstje 2025 van Evert Peirens

Pff. Wat een lelijk, geladen en bewogen jaar is...

Eindejaarslijstje 2025 van Harald Devriendt

2025, een jaar vol willekeur. Wereldleiders wisselen vaker van...

Eindejaarslijstje 2025 van Line Tuymans

Allesbehalve een slecht jaar, dat 2025. Muzikaal dan toch,...

aanraders

Rosalía :: LUX

Met LUX opent Rosalía een deur die eigenlijk al...

Snocaps :: Snocaps

Rond 2004, op hun vijftiende, stichtten tweelingzussen Allison en...

ISE :: Suitcase Child

Het gaat loeihard voor ISE: aan geluidssnelheid won ze...

Walter Ego :: Applaus vo de landing

Na een turbulente periode staat rapper Walter Ego tegenwoordig...

SAULT :: Chapter 1

Er is deze dagen al veel zout gestrooid, maar...

recent

Sound Of Falling (In die Sonne Schauen)

Wat als de muren konden spreken? Welk verhaal zouden...

Vie Privée

Een decennium geleden ongeveer kondigde Rebecca Zlotowski zich aan...

Blue Moon

Independent-regisseur Richard Linklater en zijn landgenoot Ethan Hawke bouwden...

SAULT :: Chapter 1

Er is deze dagen al veel zout gestrooid, maar...

ISE :: Suitcase Child

Het gaat loeihard voor ISE: aan geluidssnelheid won ze...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in