Samowar :: Leeway

Een samowar, zo vertelt Wikipedia ons, is een Russische waterkoker die op het vuur staat te pruttelen. En zo lang als het duurt om een goeie thee te zetten, zo lang heeft Leen Diependaele nodig gehad om eindelijk met het debuut van haar elektronicaproject te komen.

Zeven jaar geleden was het dat ze daar stond in de Rock Rallyfinale, in haar fluokleed, achter een tafel vol knopjes en pedaaltjes. Een paar maanden later was er de Samowar EP als visitekaartje. En toen: de grote stilte. La grande muette. Diependaele zweeg. Of zong toch elders, andermans liedjes, in een theater ver ver weg van ons.  En nu, net toen niemand nog iets verwachtte, staat ze daar toch met haar debuut: negen nummers elektronica die van poppy naar boenkend naar hermetisch gaan, en dat soms allemaal tegelijk.

Neem nu “Splinter”, een dancetrack die het evenwicht tussen experimenteel en hitgevoelig op bijna exact wetenschappelijke wijze in balans houdt. De bas pompt en hobbelt, de stem fladdert en friemelt, en ergens tussenin ontstaat een soort magie die aan het betere werk van Grimes doet denken. Dat is van voor de tijd van Elon Musk, dat weet u zo wel. In “London Lion” begrijpt de producer dat ze met wat meer weg kan raken, en ze zet de schuifjes subtiel iets meer richting “ráár”. Dat hoor je aan de uithaal in de brug, de elektronica die een béétje meer vrijheid krijgt. Het is heerlijk vreten voor wie zijn popmuziek graag dwars op de Ultratop Dertig heeft.

Dat Diependaele de twee vooruitgestuurde singles helemaal vooraan plaatst, helpt echter niet om de kar vooruit te duwen; ze kantelt bijna, alsof na die dubbele A-kant een andere plaat begint, die een nieuw paar oren vraagt. Want in “Hope” wordt niet subtiel wat aan de formule gemorreld, we worden bruusk vier meter verder neergekwakt: je herkent wat ze doet, maar nu moet je er maar mee leren leven dat haar zang geloopt is, Andrew Claes (Stuff.) er wat door toetert, en dat alles gedaan is net wanneer je denkt het eindelijk begrepen te hebben. Wat je vasthoudt is wat voor goeie zangeres Diependaele is. Luister maar hoe ze in “London Lion” van ingetogen naar uithaal gaat, in “Slow” teemt “How you touch me excessively slow”, waarna ze haar stem laat opklateren in alweer een mooie brug.

Dit is pop die zichzelf slechts moeilijk laat kennen, maar eenmaal je één keer gedanst hebt op “True To Form” kun je niet meer terug; geweldig nummer. In “Matches” dreigt Leeway echter even te verzanden in aangenaam luistervoer, en “Seastar” weet naast zijn kekke beats weinig te bieden. Diependaele probeert dan maar te counteren met het beuken van het half-instrumentale “Present Train”, maar ook dat is niet hoe ze uit haar doodgelopen straat raakt.

En zo voelt Leeway vooral als een tweede EP die nodeloos is gerekt met onrijpe ideeën. Ja, zeven jaar is lang, maar liever hadden we een krachtige worp met de vier of vijf beste nummers gehad, dan deze niet eens zo lange zit die verloren loopt in zichzelf. Een tien voor de goeie brokken dus, en een vier voor de overschot.

Samowar speelt op woensdag 29 september in Trix en op 20 november in Herenthout in het voorprogramma van Compact Disk Dummies.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 8 =