Samowar

29 september 2021 Trix, Antwerpen

Eindelijk een plaat. Zeven jaar na de belofte in een Rock Rallyfinale en een sterke EP kon Samowar dan toch een debuut voorstellen. In Trix hoorden we hoe het project live nog meer pakt, maar vooral dat het nog veel groeipotentieel heeft.

Leen Diependaele heeft geduld. Ze liet haar zelfgestookte elektronica jarenlang pruttelen en sudderen, tot die eindelijk uitgepuurd was. Toen pas bracht ze debuut Leeway uit, een plaat waarop ze negen nieuwe songs voorstelt die alle kanten van haar geluid verkennen: van pop naar beukende elektronica terug naar zweverige sfeerstukken. De albumvoorstelling was navenant eclectisch.

Was ze vroeger ‘het meisje achter de tafel knopjes en pedaaltjes’, dan heeft ze daarvoor  vandaag toetsenwonder Antoon Offeciers meegebracht, zodat ze zelf wat meer de handen vrij heeft om te zijn wat ze altijd al vooral was: een zangeres. Meteen valt ook dat knutselgehalte, dat DIY-gevoel dat haar werk vroeger omringde weg.

Wat in de plaats moet komen is nog niet helemaal duidelijk. Diependaele weet zich niet altijd een houding te geven als ze los komt van haar eigen knoppen en microfoonstandaard, maar het werkt desalniettemin. “Out Of The Remote”, op plaat een afsluitende nagedachte, mag hier rustig opbouwend openen, waarna “Hope” daar vloeiend aan wordt geplakt. En plots komt alles tot leven: een beat wordt dikker, een zanglijn valt zichzelf in de rede.

“London Lion” is het soort single waarvan me al eens verzucht dat een rechtvaardige wereld daar een hitparade voor heeft. ‘Well these questions are the right ones’, zucht ze. ‘You should ask them yourself’. Waarna ze haar uithaalt met die prachtige stem, die zo goed van zacht naar fel kan schieten. Een nummer verder zal ze kirren als Kate Bush. Kan ze ook.

Dat “True To Form” is sowieso van het sterkste dat Samowar al op plaat heeft gezet. Van etherisch huppelt het nummer naar pop en weer terug, en je bedenkt dat het maar een goeie remix vraagt om hier een dansvloerstamper van te maken. En ook “Splinter” zal later dansen op een beat die smeekt om een club. Diependaele en Offeciers laten het zover niet komen, en ergens is dat jammer. Soms lijkt  het alsof dit project wat bang is van zijn dansende schaduw. Dat is nergens voor nodig.

Straks, in november zo kondigt Diependaele aan, wordt “Slow” haar nieuwe single. Dat is een rare keuze, want het slepende nummer is allesbehalve radiovoer. Diependaele teemt meer dan ze zingt, de synth doet overdreven dingen, een refrein is er niet. Dit is Samowar in onbeschaamd hermetische doen, en gek genoeg laat ze haar set ook zo eindigen.

Want hoe hard “Splinter” beukte, het is “Seastar” waarmee ze haar set besluit; veel meer boenkend, maar wel op een onlogische, weinig vloeiende manier. In de bissen gaat ze verder op dat elan. Offeciers plaatst een paal, Diependaele paaldanst zoals op de hoes van Leeway en ondertussen knalt het duistere “Present Train” uit de boxen. Het is een bizar, wat vergezocht einde, dat niet goed werkt.

En dat beseft de band ook, want het applaus van dit thuispubliek smeekt om meer. Nog eens “Splinter” dan maar? Jawel. Want enkel zo’n knaller kan een optreden écht afsluiten. We blijven achter met het gevoel dat Samowar live aan het begin staat van iets, maar dat het ook zal moeten groeien. Hopelijk zijn er genoeg avontuurlijke boekers om dit ook de kans daartoe te geven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 14 =