Counting Crows :: Butter Miracle Suite One EP

Counting Crows: zo classic rock dat het niet eens verbaast dat ze bijna dertig jaar later nog altijd hetzelfde trucje doen. En toch voelt het na zeven jaar fris om Adam Duritz en de zijnen eindelijk nog eens in goeden doen te horen. De Butter Miracle Suite One EP – maar een béétje een mondvol als je het zo uittikt – is een onverwachte maar aangename terugkeer.

Het goeie nieuws is dus dat die vreselijke titel — en we zullen hem later dit jaar dus nog een tweede keer moeten slikken – het enige offputting is aan – even ademhalen – Butter Miracle Suite One. Het mag achtentwintig jaar geleden zijn dat Counting Crows debuteerde met het toen al klassiek klinkende August And Everything After, zeven jaar sinds het laatste teken van leven Somewhere Under Wonderland, er is nog altijd iets aan Adam Duritz’ stem, aan de songs van de oude mannen achter hem, dat blijft werken.

Adam Duritz: zo bij de tijd dat hij in lockdown ging voor het hip werd. Trok zich in de zomer van 2019 terug op de boerderij van een vriend, om er voor het eerst in vijf jaar nog eens nummers te schrijven. Het was daar dat “The Tall Grass” aan de piano ontsproot. Het is een meanderend begin aan deze EP, waarin de frontman zijn unieke frasering de vrije loop geeft, een meditatief nummer dat zich verhalend ontplooit op die gepatenteerde Counting Crowsmanier.

Wat nieuw is, is dat “Elevator Boots” daarna bijna onopgemerkt uit die opener voortvloeit. Want ja, deze suite is inderdaad dat: vier nummers die samen één geheel vormen, iets dat ebt en vloedt, en als vanzelf van de ene staat in de andere gaat. En natuurlijk keren ook personages terug. De Bobby uit “Elevator Boots” die droomt “Everybody wants to know you, when you’re the only one to know” over een wel heel erg The Band-achtige melodie, is natuurlijk de rockster die door de observator wordt bezongen in slotsong “Bobby And The Rat-Kings”.

Dat laatste nummer is een culminatiepunt waar Counting Crows nog lang op zal teren, een showstopper die ongeveer elke beweging van Bruce Springsteen heeft gestolen, maar hey Picasso zei het al: stelen mag, slecht lenen niet, en dus is het niet erg dat Duritz halverwege helemaal “Jungleland”-parlando gaat voor een finale uitbarsting. Dat hij ook iets té vandaag wil zijn met dat “Z tried to edit Reddit instead it said it had eaten her phone
She goes from tinder to cinder. ‘Til she remembers she’s a flame of her own”? Ach, gun nonkel ook iets.

Tussenin is er nog “Angel Of 14th Street” dat drijft op een erg Belle & Sebastian-aandoende combinatie van blazers en ritmesectie, en Duritz’ nieuwe hometown New York City bezingt. Het knipt beleefd met de vingers, schudt voorzichtig een heup, maar zorgt dat er niets uit de kom geraakt; zoals het altijd ging. En Duritz? Die doet wat hij altijd deed: vertellen, zingen, een melodie laten hangen om ze door zijn bandleden te laten overnemen; Counting Crows zoals ze het zouden doen als je met een hamertje op hun knie sloeg.

En dat is niet erg. Counting Crows waren in 1993 al een beetje belegen, maar met songs als “Mr. Jones”, “Round Here” of “Anna Begins” kon je er niet om heen. Vandaag heeft de groep niet langer nummers van dat kaliber achter de hand, maar het scheelt maar een haarbreedte. En dus is het goed dat – vooruit dan maar, nog één keer – Butter Miracle Suite One er is.

Maar die hoes, jongens. Dié is onvergeeflijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − drie =