Adrianne Lenker :: Songs & Instrumentals

In het muzieklandschap van de laatste jaren zijn er weinigen die zo snel zo’n naam maakten als Adrianne Lenker. Verrast het dat haar recentste dubbelslag wederom van een huiveringwekkende schoonheid is? Uiteraard niet, en toch.

Ongeveer twee jaar geleden bewees Adrianne Lenker met Abysskiss dat ze zonder haar begeleidende Big Thief bandleden ook verpletterend mooie muziek maakt. Eigenlijk was dat toen al voor de tweede keer. Met tweeklapper Songs en Instrumentals bewijst ze gewoon andermaal dat ze een artieste hors catégorie is. Dat was deze keer niet eens de bedoeling, zoals de schijnbaar onachtzame naamgeving al verraadt.

Big Thief toerde nog volop door Europa (met een gesmaakt concert in Ancienne Belgique begin maart) toen de pandemie haar ternauwernood terug naar huis joeg. Kort daarop trok ze zich terug in een kleine blokhut in Massachusetts – niet alleen om de coronastorm, maar ook om de innerlijke storm na een relatiebreuk uit te zitten. Musiceren was aanvankelijk helemaal niet de bedoeling: ze had even genoeg van het muzikale gedoe dat haar leven al sinds 2014 bepaalde. Het bloed kruipt natuurlijk waar ’t niet gaan kan, en uit de rust die ze vond begon ze al snel songs te puren. Met behulp van geluidsingenieur Phil Weinrobe kwam daaruitSongs en Instrumentals: twee voor de prijs van één.

Voor het opnameproces koos het duo voor een analog analog analog-aanpak waarin alles zo lo-fi mogelijk, zonder digitale hulpmiddelen, gebeurde. Dat resulteert in een wonderbaarlijk geluidsdocument, vol heerlijke natuurlijke achtergrondgeluiden (vogels, regendruppels) en geïmproviseerde “instrumenten” (verfborstel, dennennaalden), naast Lenkers stem en getokkel op akoestische gitaar om van te smelten. Door die natuurelementen komt de muziek letterlijk tot leven.

Hoewel die lofi-aanpak op zich natuurlijk verre van uniek en zelfs bijna te makkelijk is in zijn genre, haalt Lenker er veel meer uit dan voorgangers ooit konden. Nooit eerder klonk ze zo puur, zo spontaan en zo écht. Het blijft luisterbeurt na luisterbeurt verbazen hoe Lenker ook deze keer opnieuw boven zichzelf uitsteeg. Zelfs de opnamelocatie – die blokhut als de klankkast van een akoestische gitaar – groeit zo uit tot een onmisbaar deel van de instrumentatie.

Vanaf de eerste gitaarnoot van opener “Two Reverse” is Songs een streling voor het oor. Voor een song als “Ingydar”, of “Half Return” – of god ja, álles hier – willen we de term lenkeresk lanceren: menig singer-songwriter zou een dierbaar lichaamsdeel veil hebben om ook maar in de buurt te komen van wat Lenker hier bereikt. Of het kleine melodische wonder “Zombie Girl” dan. Of “Anything” uiteraard, sowieso een van de beste songs van het jaar. Of of of: het hele pakket bezit van begin tot einde een verstillende schoonheid die we zelden mochten meemaken.

Net als Abysskiss pakt Songs uit met teksten die de grens tussen bijna kinderlijke liefde en grotesk geweld ijzingwekkend dun maken. “And your dearest fantasy / Is to grow a baby in me / I could be a good mother / And I wanna be your wife / So I hold you to my knife / And I steal your letter” (“Not A Lot, Just Forever”) klinkt alsof kinderen een occultismehandboek gebruiken om hun seksualiteit te ontdekken. Ook de mijmering over het leven na de dood “Oh emptiness / Tell me about your nature, maybe I’ve been getting you wrong” in “Zombie Girl” heeft die kwaliteit die we onderhand lenkeresk mogen noemen.

Een van de meest verbijsterende aspecten van dat lenkereske blijft hoe stiekem de muziek binnenkomt. Van een aardverschuiving in het levenswerk van Lenker is er amper sprake, maar toch kan ze blijven beklijven. Enige vernieuwing valt wel te ontdekken in Instrumentals, dat een meer experimentele kant van Lenker toont. “Music For Indigo”, over de twintig minuten stream of consciousness-mijmering op akoestische gitaar, deelt zijn tempo met dat van het komen en gaan van de seizoenen. Lenkers zucht “I’m sorry” schenkt het nummer een extra laagje bitterzoete smart wanneer het besef binnensijpelt dat de instrumental een laattjidige ode is aan Indigo Sparke, Lenkers voormalige geliefde. “Mostly Chimes”, tot slot, is een aardigheidje waarvan de titel alles al zegt: een collectie wind chimes-klanken waarop het vredig uitbollen is na een intense séance in de geest van Lenker, die hier toont ook een begenadigd geluidsarchitect is.

Tweeluik Songs en Instrumentals bewijst het: Adrianne Lenker is meer dan gewoon een mens, maar zoals eerder aangehaald een mysterieus wezen hors catégorie. En tot nader order – misschien wel voor altijd, of wellicht – de enige die het label lenkeresk draagt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + een =