Taylor Swift :: Evermore

Op het moment dat er zich een tweede golf van lofbetuigingen aan Taylor Swifts Folklore op gang trok in muzikale eindejaarslijstjes over de hele wereld, dropt ze al even onverwachts “zusteralbum” Evermore. Het zet nog een paar uitroeptekens extra achter dé muzikale glansprestatie van het jaar.

De songs van Evermore zijn geen restjes van de Folklore-sessies, maar werden in navolging ervan geschreven en opgenomen. In eenzelfde flow, blij als Aaron Dessner en Swift waren met de tekstuele en muzikale toon die op Folklore succesvol was bevonden. Die plaat was tijdens de lockdown opgenomen, maar Evermore bevestigt dat de kiemen voor Swifts carrièrewending al veel eerder werden gelegd.

En dat samen met haar huidige vriend, Joe Alwyn. Op Evermore treedt hij nadrukkelijk op de voorgrond, en niet langer onder het pseudoniem William Bowery – als medeschrijver aan een van de hoogtepuntjes “Champagne Poblems” bijvoorbeeld. Door hun stabiele relatie kroop Swift met het aan hem opgedragen Lover uit een creatief en persoonlijk dal na het Reputation-era. Ze vonden elkaar ook in het appreciëren van ‘sad songs’, zoals die van The National. Het werd Swift al snel duidelijk dat haar volgende plaat die richting zou uitgaan.

Toen kwam de pandemie, en het businessplan kreeg veel sneller vorm doordat de Lover-wereldtournee geschrapt werd. De natuurlijk aanvoelende samenwerking met Dessner werd de motor voor een creatieve flow, die Swift ook anders aan het schrijven deed slaan. En dat is net het mooie van dit hele verhaal: de melodieën en ijzersterke tekstuele vondsten zijn vintage Swift. Ze hebben geen cosmetische chirurgie moeten ondergaan om dit muzikale hoofdstuk in haar carrière geloofwaardiger te doen overkomen. De foto’s blijven hetzelfde, enkel de muzikale omlijsting is veranderd.

Ook dat maakt Evermore duidelijk. Songs als “Willow” en vooral “Gold Rush” klinken als overgangsnummers tussen Swifts popplaten en Folklore. Het zijn bovenal ijzersterke songs die voor hetzelfde geld akoestische versies van twee originelen op popklassieker 1989 hadden kunnen zijn. Het maakt de symbiose van Folklore/Evermore met de rest van haar oeuvre compleet, het zorgt voor een even natuurlijke vervelling als die van country- tot popster via Speak Now en vooral Red destijds.

Wie van Folklore genoot, zal ook hier z’n hartje meer dan ophalen. Intimistische pareltjes als “’Tis The Damn Season” en “Tolerate It” zetten de toon voor een uurtje voornamelijk akoestische weemoed. De verschillende verhalen die Swift vertelt over gebroken relaties (nu ze die zelf niet meer meemaakt), schaduwzijdes van roem of geweld (het amusante duet “No Body, No Crime” met de zusjes Haim) doen de rest. Ze speelt met verhaalperspectieven en strooit talloze referenties aan oude songs van haar in het rond als Nic Nac-koekjes. Je kunt er een thesis over schrijven. Om over de verschillende verwijzingen en symbolen in de videoclip van “Willow” nog maar te zwijgen. Deze platen zijn een speeltuin voor Swift.

Wat in de sterren geschreven stond, een duet met de hele Nationalbende, is er nu ook in het bloedmooie “Coney Island”. Berningers en Swifts stemmen schuilen bloedmooi samen onder een afdakje van mistroost, terwijl het herinneringen regent aan een gebroken relatie. Het is duidelijk dat er nog veel rek zit op de muzikale weg die Swift is ingeslagen met dit soort songs. “Coney Island” zet het tweede duet met Bon Iver, titelsong “Evermore”, in de schaduw. Ook mee geschreven door Alwyn, wordt het niveau van instant classic “Exile” niet gehaald – hoe kan het ook anders. Daarvoor voelt de vlucht die Vernon halverwege het nummer neemt nu te geforceerd aan.

Nog opvallend is de geringe aanwezigheid van Jack Antonoff, die z’n stempel nadrukkelijker op Folkore drukte dan op de vorige popplaten van Swift. Het zorgt voor een uitgepuurder, minder popgedreven geluid op de rest van de plaat. In de plaats daarvan krijgen we een Bryan Devendorf als hofleverancier van drums en percussie op enkele tracks, zoals het uitermate sterke “Long Story Short”, waarin Swift finaal en goudeerlijk afrekent met de vete die Kanye West keer op keer opzocht. Nog het uitlichten waard is het dertiende nummer “Marjorie”, een ode aan haar grootmoeder en operazangeres, zoals “Epiphany” als dertiende nummer een ode was aan haar grootvader.

Dat laatste is een van de talloze easter eggs in Folklore en Evermore. Aan de luisteraar om ze te ontdekken, of aan Swift om ze te openbaren, zoals ze mondjesmaat deed met bepaalde songs die op Folkore bijvoorbeeld één lang verhaal of cyclus bleken te vormen. Evermore is wat er gebeurt wanneer een sterke artistieke visie tot in de puntjes wordt uitgewerkt door iemand die creatief uitstekend in haar vel zit. En die door deze tour de force in 2020 nog voor jaren gebeiteld zit als een van de grootste en relevantste namen in muziekland.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − een =