Pff. Wat een lelijk, geladen en bewogen jaar is dit 2025 toch geweest. Persoonlijk, dan: in een jaar gedomineerd door ontslag als professioneel copywriter en de frustrerend vruchteloze zoektocht naar een nieuwe job in een vakgebied dat gedoemd lijkt door die fucking AI-revolutie (geïnteresseerden in mijn diensten mogen mij gerust met voorstellen contacteren na de biep) – was er gelukkig muziek die mij kon troosten.
Nog gelukkiger: er was véél muziek. Gemiddeld kruiste er zonder zever grofweg een album per dag mijn oren, vaak als achtergrondgeluid tijdens het leven, maar soms ook als zo veel meer. Hier volgt, in geen bijzondere orde buiten mijn eigen onvoltooide gevoel, een stuk of tien albums die mij op een of andere manier bezighielden, met enkele woordjes uitleg waarom.
Floodlights :: Underneath: na twee middle-of-the-outback-dirt-road-platen verraste het Australische Floodlights met een emotionele klaagzang waarin de band, als geknield en gekneveld, toch een prangend pleidooi houdt voor een vrij leven. “Horses Will Run”, maar “The Light Won’t Shine Forever”: lééf, en doe het nú en hiér. Geen wonder dat deze mij zo pakte.- Keaton Henson :: Parader: de broze singer-songwriter die het liefst stilletjes in de achtergrond opereert kwam rijkelijk laat met deze topper, maar toch. Hensons bedeesd zalvende stem contrasteert scherp met thema’s als zelfverloochening en menselijk falen, en de folkrockgitaren blijven onderdrukt genoeg om geen enkele weerhaak weg te moffelen.
- Adrian Crowley :: Measure Of Joy: de Ierse bard kwam in het voorjaar met een sterk album waarmee hij andermaal bewees waarom hij een van de meestervertellers van de moderne folk is. Measure Of Joy is over de hele lijn meeslepend zonder onnodig grote gebaren, vol van die warmte waarmee hij met de jaren zelfs landgenoot Glen Hansard durft in te halen.
- Mclusky :: The World Is Still Here And So Are We: het intelligentste geval van happy slapping kwam dit jaar van een band die in de lappenmand leek te liggen. Niets van aan, uiteraard: Mclusky bewees met zijn eerste nieuwe muziek sinds 2004 dat het er nog altijd staat als een huis waarin op de geinigste manier niets heilig is. En dat op die leeftijd!
- Geese :: Getting Killed: geen band die het dit jaar beter deed dan Geese, zo muzikaal moeilijk doen dat het niet zonder reputatieschade zou mogen werken. Desondanks (of net daarom) bleek dit de grote doorbraak voor de tegendraadse artrockers, al was het de Brooklynse formatie met voorganger 3D Country ook al gegund.
- Humour :: Learning Greek: wat mij betreft is dit gewoon een van de beste debuutplaten van het jaar, goed voor een half uur snoeiharde, meedogenloze, existentiële postpunk van de bovenste plank. Met Learning Greek kunnen de jonge Schotten moeilijk nog lang onder de radar blijven. Dat Humour zijn lijn snel mag doortrekken, ook.
- Laura Stevenson :: Late Great: die losbol van het begin van haar carrière, toen nog als …And The Cans, is Stevenson al enkele platen lang niet meer, maar op Late Great haalt ze precies de beste herinneringen op aan die tijden. Hier laat de onderschatte singer-songwriter wel de weemoed wondermooi de bovenhand nemen.
- Snocaps :: Snocaps: tweelingzussen Allison en Katie Crutchfield waagden zich voor een derde keer aan een gezamenlijk project, en niet alleen de achteloosheid van de release pakte ons op snelheid. Snocaps smaakt naar meer dan meer, want dit was niet de som van Swearin’ en Waxahatchee, maar het product van beide outputs.
- Big Thief :: Double Infinity: dat het gevierde viertal vervelde tot trio is er hier niet echt aan te horen, want Adrianne Lenker blijft uiteraard haar beklijvende zelve. Vooral die zin “How can beauty that is living be anything but true?” mag voor het leven blijven rondspoken in mijn hoofd, als ware het een koan uit de zenboeddhistische filosofie.
- Bar Italia :: Some Like It Hot: al graaide Bar Italia gretig in de Britse scene van twintig jaar terug, toch was er iets onweerstaanbaars aan de vijfde van de Londense indiesleazers. De plaat staat lekker bol van het gevoel dat grootstedelijk Londen oproept: humeurig, prikkelbaar, onthecht, nonchalant, met altijd een bovengemiddelde kans op mist of regen.
Ben ik iets vergeten? Biep.


