Inventing Obsessions :: Biekorf – Brugge

Wie de naam Sarah Vandeursen nog niet meteen kan plaatsen, heeft wellicht de voorbije jaren onder een steen geleefd. De in 1983 in Brugge geboren openhartige persoonlijkheid, veelzijdige televisiemaakster, provocerende performer, boude actrice en zangeres van het absurdistische electropop-duo Kenji Minogue, laveert al langer tussen media en disciplines, met een voorkeur voor het licht ontregelende en het eigenzinnig speelse. Haar werk flirt geregeld met het kolderieke, zonder ooit vrijblijvend te worden. Ze kiest zelden voor de frontale schok, maar des te vaker voor onderhuidse frictie.

beeld ccbrugge

In de Brugse exporuimte De Biekorf zet ze met Inventing Obsessions, haar allereerste expo ooit, die lijn overtuigend en vastberaden verder. Of beter: ze rijgt die aaneen als een ketting droge worsten, een beeld dat in deze tentoonstelling minder metaforisch is dan het klinkt.

Het uitgangspunt is zowel eenvoudig, licht absurd als eigenzinnig: de droge worst, een alledaags en banaal object, wordt verheven tot artistiek motief. Wat je te zien krijgt, is een bonte, zorgvuldig georkestreerde uitstalling waarin het vleeswarenproduct zich vermenigvuldigt en muteert. Vandeursen verwerkt het in schilderijen in een sacrale vorm, in glas-in-loodramen die een onverwachte devotionele gloed uitstralen, kledingstukken, aquarellen en zelfs in uitgesproken religieus aandoende beelden. Zelfs in kandelaars duikt het op, waar het samensmelt met kaarsvet, een subtiele hint naar zowel vergankelijkheid als huiselijke kitsch.

De meest in het oog springende werken zijn ongetwijfeld de klasfoto waarin studenten zijn vervangen door jawel, worsten, en het veel besproken en inmiddels beruchte vliegengordijn van uiteraard opnieuw droge worsten dat niet alleen visueel aanwezig is, maar ook een zintuiglijke en lichamelijke reactie oproept bij de bezoeker. Het bungelt daar op het snijvlak van decor en sculptuur, uitnodigend en licht onsmakelijk tegelijk. Dat bezoekers het werk deels opeten, voelt dan ook minder als vandalisme dan als een bijna logische vervolgstap. Kunst die je naar de mond praat of beter: erin verdwijnt.

Vandeursen zelf lijkt die ontwikkeling niet alleen te accepteren, maar zelfs te omarmen. Dat haar werk “letterlijk binnenkomt”, zoals ze het duidelijk en ‘smakelijk’ formuleert, is voor haar geen verlies, maar een hele erkenning en zelfs een voltooiing. Ze geeft laconiek toe dat er ook nergens geïndiceerd staat dat het kunstwerk niet mag worden opgegeten. De grens tussen kijken en consumeren wordt poreus: de toeschouwer wordt gebruiker, deelnemer en medeplichtige. Zo wordt Inventing Obsessions geen statische tentoonstelling, maar een langzaam verschuivend ecosysteem of noem het zonder blozen gerust een installatie die zichzelf stukje bij beetje opeet.

Die houding sluit aan bij een langere artistieke traditie waarin het kunstobject zijn vanzelfsprekendheid verliest. De geest van Marcel Duchamp waart in de Biekorf onmiskenbaar rond, maar Vandeursen voegt er een uitgesproken lichamelijke dimensie aan toe. Waar het readymade vooral een intellectuele provocatie was, activeert zij nadrukkelijk de zintuigen: kijken wordt ruiken en in sommige gevallen zelfs proeven.

Toch is deze opvallende tentoonstelling meer dan een geslaagde gimmick. Onder de speelse oppervlakte schuilt een oprechte fascinatie voor obsessie als psychologisch mechanisme. Vandeursen beschouwt dwanggedachten als iets dubbelzinnigs: tegelijk beklemmend en beschermend, ongewenst en toch vertrouwd. Door zelf een obsessie te cultiveren, en dan nog wel een eetbare, draait ze picaresk de logica om. Wat als je je fixaties niet onderdrukt, maar vormgeeft – worden ze dan lichter ‘verteerbaar’?

De keuze voor droge worst is daarbij bijzonder trefzeker. Het is een product dat tegelijk volks en intiem is, een alledaags object met een uitgesproken lichamelijke connotatie. De droge worst fungeert overduidelijk als metafoor voor de banaliteit van het bestaan, want er ontstaat een intrigerende spanning zodra het object uit zijn context wordt gelicht. Een worst op een schilderij is nooit zomaar een worst, het is een bewuste, bijna ondeugende verschuiving.

Deze kleine semantische kortsluiting werkt ook op institutioneel niveau. Niet iedereen in Brugge bleek gecharmeerd door de tentoonstelling. De kritiek tijdens een Brugse gemeenteraad dat dergelijke werken “eerder in een volkscafé thuishoren dan in een expohal” is veelzeggend, en wellicht precies de bedoeling. Vandeursen speelt bewust met die grens: tussen hoge en lage cultuur, tussen verfijning en platheid, tussen kunst en … charcuterie.

beeld ccbrugge

Intussen tikt de tijd gewoon verder en daarmee ook de houdbaarheidsdatum van de uitgestalde artistieke en gedifferentieerde creaties. De warmte doet haar werk (letterlijk) geen goed, en dus is de vraag hoe lang de tentoonstelling zichzelf nog in stand houdt, een vraag die als een lichte geur in de ruimte blijft hangen. Die vergankelijkheid is dan ook geen ‘worstcasescenario’ voor Vandeursen, integendeel, vindt ze, want zo wordt tijd en verval zichtbaar gemaakt. Eindigheid is dus absoluut geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van het concept. Wat verdwijnt, krijgt betekenis. Wat rot, wordt zichtbaar.

Inventing Obsessions is duidelijk veel meer dan een curiositeit, maar een expo die zich niet alleen laat bekijken, maar ook laat gebeuren. Ze vraagt geen afstandelijke contemplatie, maar een vorm van betrokkenheid die soms ongemakkelijk dichtbij komt. Of je dat als bezoeker (of eerder als consument) smaakvol vindt, is uiteindelijk een kwestie van persoonlijke voorkeur.

Maar dat Vandeursen met deze expo de kunstwereld en bij uitbreiding het publiek een beetje bij de lurven grijpt, staat buiten kijf. Zo blijft ze trouw aan haar controversiële reputatie. En precies daarin schuilt de grootste verdienste van Inventing Obsessions: dat Vandeursen er ontegensprekelijk in slaagt, met een dankbare knipoog naar het werk van de Amerikaanse eigenzinnige performancekunstenares Miranda July en de psychoanalytische surrealist David Lynch, dixit Vandeursen, om van iets ogenschijnlijk banaal een ervaring te maken die blijft hangen. Zoals de nasmaak van een droge worst: hardnekkig taai, licht zout en moeilijk volledig weg te slikken. Zelden nog zo glimlachend een expo verlaten.

Inventing Obsessions – loopt nog tot 19 juni 2026 in Exporuimte Biekorf, Sint-Jacobsstraat 8 in 8000 Brugge. Dagelijks geopend van 13u tot 17u (gesloten in het weekend en op feestdagen) – Gratis – Maar info via de website: ccbrugge.be

recent

À Voix Basse

Lilia (Elya Bouteraa) is een vrouw van Tunesische afkomst...

Martin Lodewijk & Don Lawrence :: Storm – Integraal 1- 4

In 1965 was de Britse Don Lawrence al een...

Valérie Mannaerts – Antennae :: M – Leuven

Met Antennae presenteert M Leuven een omvangrijke overzichtstentoonstelling -...

Kassei :: Poldergrauw

“Spijt is wat de bok schijt”, zo leert ons...

Masters of the Universe (2026)

Sinds het prille debuut in 1982 als een speelgoedlijn...

verwant

Skunk

Samen met Pieter Van Hees, Fien Troch en Felix...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in