Top Gun
Op 12 mei 1986 kwam Top Gun in de Amerikaanse zalen. Om dat te vieren, keert de film nu tijdelijk terug naar het grote scherm. Naar aanleiding van de veertigste verjaardag herneemt Kinepolis in verschillende steden immers niet alleen de originele film, maar wordt die ook back 2 back vertoond met de sequel Top Gun: Maverick.
Top Gun staat geboekstaafd als een van de meest winstgevende films van de jaren negentienhonderdtachtig (450 miljoen dollar in de VS adjusted for inflation en meer dan het dubbele wereldwijd). De kaskraker van Tony Scott katapulteerde Tom Cruise naar het sterrendom en werd een van de meest herkenbare en bepalende blockbusters van het decennium.
Cruise vertolkt Pete ‘Maverick’ Mitchell, een jonge piloot bij de Amerikaanse marine. Hij is een waaghals die liever op zijn instinct afgaat dan zich aan de regels te houden. Ondanks zijn roekeloze gedrag raakt Mitchell samen met z’n boezemvriend en navigator Goose (Anthony Edwards) binnen in de United States Navy Fighter Weapons School, een elitetraining waar de piloten het gedurende een intensieve leerschool tegen elkaar opnemen. Hoewel de protagonist er zijn oog laat vallen op een instructrice (Kelly McGillis) en hij voortdurend zijn koelbloedige rivaal Ice (Val Kilmer) te snel af wil zijn, wordt Mavericks opleiding ook gedomineerd door schuldbesef en blijft de nooit opgehelderde dood van zijn vader – die tijdens de Vietnamoorlog het leven liet – door zijn hoofd spoken.
De Britse regisseur Tony Scott werd door producers Don Simpson en Jerry Bruckheimer gestrikt, nadat het duo een artikel van Ehud Yonay in handen kreeg. In de mei-editie van California Magazine schreef Yonay anno 1983 over een school voor gevechtspiloten in het Californische Miramar, vlakbij San Diego. De jongere broer van Ridley Scott (die zijn naam reeds had gevestigd met Alien en Blade Runner) had verschillende kunstopleidingen genoten, was afkomstig uit de reclamewereld en debuteerde drie jaar vóór Top Gun al met de modieuze vampierenfilm The Hunger. Toch waren de bonzen bij Paramount bezorgd of Top Gun wel zou werken. Ze dreigden er zelfs mee om het script volledig te laten herschrijven.
Onterecht, zo bleek. Top Gun werd immers een van de lucratiefste films van de eighties. Om op locatie in Miramar te kunnen draaien, sloten de makers een overeenkomst met de US Navy. Zo konden ze de kosten flink drukken, op voorwaarde dat het leger alles mocht overzien. De film jaagde nadien de rekruteringscijfers bij de luchtmacht pijlsnel de hoogte in. Dat succes was grotendeels te verklaren door de manier waarop Scott de technieken wist toe te passen die hij als reclamefilmer onder de knie kreeg. Top Gun zag eruit als een flitsende MTV-clip. De regisseur koos daarnaast voor warm gekleurd licht om de prent een visuele glans te geven en maakte gebruik van een opzwepende soundtrack.
Veertig jaar later is Top Gun in ieder geval nog steeds een culturele mijlpaal goed voor conversatie, als het niet de homo-erotische ondertoon is die wordt aangehaald en hoe die weerklinkt in de dubbelzinnige dialogen, dan wordt er wel gepraat over de kritiekloze verheerlijking van de piloten die worden opgevoerd als de onversaagde helden van het Amerikaanse luchtruim.
Toch is vooral het halsbrekende stuntwerk dat in een razend tempo aan onze verbaasde ogen voorbij schiet, de werkelijke attractie van de in wezen oppervlakkige film. De maker van True Romance en Crimson Tide had de spectaculaire actiescènes dan ook nodig om de flinterdunne plot te camoufleren. (DiVB)
Top Gun: Maverick
Ondertussen vier decennia geleden katapulteerde Top Gun niet alleen Tom Cruise van opkomend gezicht naar de status van superster, maar nestelde de film in kwestie zich ook op een wat onwaarschijnlijke manier in het collectieve geheugen en groeide uit tot een van de grote popculturele fenomenen van de eighties. Zesendertig jaar later een sequel op het publiek loslaten is geen evidentie, en regisseur Joseph Konsinki kon dat uit eerste hand ervaren toen zijn – erbarmelijke – vervolg op Tron uit 1982 compleet de mist inging. Tron was natuurlijk op zichzelf al een flop aan de kassa veertig jaar eerder, en dat ligt in het geval van Top Gun uiteraard wel even anders. Rekening houdend met de inflatie van de ticketprijzen, haalde de prent ruim 450 miljoen dollar op aan de kassa, een resultaat dat in de lijn ligt van meer recente kaskrakers zoals The Lost World: Jurassic Park of Iron Man 3. Als je er ondanks twee jaar pandemie-uitstel in slaagt om de hele wereld reikhalzend te doen uitkijken naar een vervolg op een film van bijna veertig jaar oud, dan heb je in ieder geval een potentiële hit in handen.

Nochtans is dat niet vanzelfsprekend. In wezen was Top Gun niet meer dan een variant op het vier jaar oudere An Officer and a Gentleman en een paar dozijn gelijkaardige films die eerder de Hollywoodfabriek uitrolden. Bovendien leed het simpele verhaaltje over een rebelse piloot onder zo’n jingoïstisch en patriottisch toontje dat het soms een beetje gênant werd. Het grote punt was echter dat aan het roer Tony Scott stond, die net als zijn broer Ridley (Alien, Blade Runner) een achtergrond had als reclamefilmer en mee bepalend was voor het opzetten van de ‘intensified continuity style’ die het MTV-tijdperk en de cinema van de jaren tachtig zou kleuren. Ook in jarentachtigfilms als Flashdance of Beverly Hills Cop was alles reeds pijlsnel, nadrukkelijk gemonteerd, en hyper-geësthetiseerd, maar Top Gun zou die stijl tot in het ultieme doordenken en een schoolvoorbeeld worden van wat filmhistoricus David Cook omschreef als de ‘high concept’ film van de eighties: ‘the look and the hook’.
Letterlijk de hele film – verhaal, plot, beeld, stijl – viel samen te vatten in één enkele poster en slogan (“Up There with the Best of the Best”). Een enkele blik daarop en je wist perfect waar de film voor stond, tot in de kleinste details – de ultieme high concept prent dus. Elk beeld in Top Gun was bovendien opgezet als een ‘cut’ uit een videoclip, volgestouwd met muziek, filtereffecten en visuele opsmuk. Toenmalig Knack-recensent Patrick Duynslaegher merkte laconiek op dat we tijdens een dramatisch moment “niet geraakt worden door de tragedie, wel door de kleurenpracht van de zee.” Ook emoties werden in Top Gun immers verpakt als kant-en-klaar design, en daarmee werd de film een soort apotheose van een bepaalde cinema en tijdperk. Dat alles werd gekoppeld aan ijzersterk camerawerk rond en vanuit F-14 jets (wie de film ooit op een 70 mm-kopij in de bioscoop zag, weet wat dat betekent) en aan een technisch grensverleggend procedé dat door de pellicule in zilverhaliden te baden voor ontwikkeling, ervoor zorgde dat de agressieve kleuren nog meer van het scherm spatten. Al die dingen zijn de verdienste van Scott en maakten van het origineel uit 1986 een vrij uniek speerpunt van de filmische stijl die het decennium zou tekenen.
Joseph Kosinski is echter géén Tony Scott. Scott zal nooit verward worden met grote auteurs uit de filmgeschiedenis, maar in zijn beste momenten – True Romance, Crimson Tide, Top Gun – bezat de man het talent om precies de juiste balans te vinden om de frenetieke elementen uit zijn films in de hand te houden (iets wat Michael Bay bijvoorbeeld nooit gelukt is). Kosinski – die met Oblivion en Tron Legacy al niet meteen overtuigde – slaagt er helaas in om een onwaarschijnlijk luie sequel af te leveren die enkel lijkt te bestaan bij gratie van de nostalgische gevoelens voor het origineel. Dat begint al met de opening waarin we bijna exacte kopieën krijgen van de vliegdekschipscènes uit 1986 en waarin nota bene zelfs Kenny Loggins’ Danger Zone opnieuw door de boxen knalt. In wat volgt is elk shot, elke lijn dialoog en elke gebeurtenis enkel en alleen gericht op één ding: het oproepen van een tegenhanger uit de eerdere film. Dat gaat zo ver dat Top Gun: Maverick werkelijk niks nieuws weet toe te voegen aan wat voorafging, terwijl daar toch ruimschoots mogelijkheid toe is. Pete ‘Maverick’ Mitchell (Cruise) is nog steeds de waaghals die nu een groep piloten traint voor een onmogelijke missie; onder hen ook de zoon van zijn radarman die in het origineel verongelukte. Dat leidt tot bijzonder veel lege dramatiek die helaas geen tweede keer werkt. Ook de rivaliteit tussen de toppiloten, de vage romance en het moeten overwinnen van onzekerheden, zijn allemaal elementen die eindeloos herkauwd worden, uiteraard allemaal op een manier die zo veel mogelijk gelijkt op scènes uit de eerste Top Gun.
Dat resulteert in een film die enkel bestaat uit recyclage (zelfs al is dat soms passend, zoals de wijze waarop de ziekte van acteur Val Kilmer – Ice Man die opnieuw opduikt – netjes in het verhaal wordt ingewerkt) en werkelijk geen enkel origineel idee lijkt te hebben. Daar komt bij dat het ditmaal ook visueel eigenlijk allemaal aan de armtierige kant is. Zoals hierboven aangehaald, herinneren we ons Top Gun omdat de prent een beproefd recept hulde in een oogverblindende modieuze verpakking, maar die ook voorzag van (film)technische superioriteit die instond voor een ontegensprekelijk indrukwekkend spektakel. Dit vervolg is zo hard bezig met te hengelen naar de nostalgische tranen van de kijker, dat het vergeet ook een actiefilm te zijn, of dan toch een actiefilm die boeit. Hier en daar valt een klein beetje opwinding te rapen, maar over het algemeen is dit een verrassend lome en saaie bedoening. De trainingsvluchten in de Mojavewoestijn zijn dit keer repetitief en flauw en ook het finale gevecht brengt alweer nostalgie (kijk! Het is een F-14 zoals in de eerste film) maar evenmin soelaas. Het origineel was misschien geen subtiele cinema, maar dat het vervelende cinema was, was wel het laatste wat je ervan kon zeggen. Dat is helaas niet het geval voor het overbodige Top Gun: Maverick. (DaVB)


