The Singing Club (Military Wives)

De zalen blijven dicht, maar af en toe verschijnt er toch nog een nieuwe film in België, zij het dan via andere kanalen dan het bioscoopscherm.

De grote vraag die rijst bij het bekijken van Military Wives (in Europa uitgebracht als The Singing Club) is of hier echt iemand zat op te wachten. Om de paar jaar verschijnt er een dergelijke film, een vaag op ware feiten gebaseerde variant op The Full Monty, waarin een onwaarschijnlijke en onsamenhangende groep erin slaagt alle hindernissen te overwinnen en een totaal onverwachte prestatie neer te zetten. Dan kijk je plots naar de naam boven de generiek en besef je dat dat die van Peter Cattaneo is, de hoofschuldige aan dit genre met zijn regie voor het over het paard getilde The Full Monty en Lucky Break, waarmee hij zijn eerste succes nog eens dunnetjes probeerde over te doen.

Ditmaal draait alles om een groep vrouwen die op een Britse legerbasis achterblijven terwijl hun wederhelften op missie zijn in Afghanistan. Twee dames die bijzonder slecht met elkaar overweg kunnen (Kristin Scott Thomas en Sharon Horgan) staan in voor het voorzien van ‘bezigheden’ voor de groep eega’s. Dat laatste mag u vrij letterlijk nemen want het lijkt erop dat er werkelijk niemand is die ook maar iets interessants te doen heeft: koopkanalen en wijnflessen zijn blijkbaar het enige tijdverdrijf van de moderne soldatenvrouw. Er worden wat stijl- en klassenverschillen uitgevochten (niks ernstigs, het moet aangenaam blijven) en na veel wikken en wegen groeit uit de heterogene groep vrouwen een echt koor dat uiteraard boven zichzelf zal uitstijgen tijdens een belangrijk optreden.

Wanneer alles vlotjes begint te lopen zitten we als hondjes van Pavlov natuurlijk te wachten op het grote drama dat er prompt aankomt: een van de mannen kwam om in Afghanistan en dus kan het scenario meteen het volgende potje emoties beginnen uitmelken.

Die kijk op The Singing Club is bijzonder cynisch, maar de film verdient ook niet beter – er zit geen greintje oprecht doorleefd gevoel in deze prent die wel samengesteld lijkt uit een reeks afgedankte ideeën uit slechte stationsromannetjes. Het heeft ook allemaal niks te maken met film. Er kwam een camera aan te pas – dat wel – maar verder is dit de meest banale en oninteressante vorm van cinema die er maar te vinden is: slecht geschreven onzin waar nietszeggende plaatjes worden bijgezet. Wanneer Cattaneo niet meer weet waarheen met de ersatz-emoties (heel vaak dus) serveert hij een paar montage-sequensen die charme weer op peil moeten brengen.

Al die zaken roepen meteen ook een tweede vraag op: wat heeft Kristin Scott Thomas in godsnaam in deze Singing Club te zoeken? De actrice sloeg de bal nog wel eens mis in haar carrière, maar dit moet toch echt wel het slechtste zijn waarvoor ze haar talent ooit leende (en dat is inclusief haar rol in Tomb Raider).

Toch nog een lichtpuntje misschien: Time After Time is inderdaad misschien wel een van de mooiste popsongs uit de jaren tachtig, maar als u echt wil zien wat je met een dergelijk nummer kan aanvangen en hoe je het verwerkt in pure cinema, moet u maar eens kijken naar Strictly Ballroom, de doorbraakfilm van Baz Luhrman (Moulin Rouge, Romeo+Juliet) – sowieso een beter idee dan 107 minuten doorbrengen in het gezelschap van The Singing Club.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 11 =