Bel Ami

Na zo’n succesvolle blockbusterfranchise kan je
broodje financieel dan wel gebakken zijn, als jonge acteur is het
niet evident om daarna vereenzelviging met die ene rol te vermijden
en daarbij ook nog eens artistieke geloofwaardigheid op te bouwen.
Elijah ‘Frodo Baggins’ Wood heeft het geprobeerd – herinner u zijn
bijrollen in ‘Sin City’ en ‘Eternal Sunshine’ – maar veel verder
dan de hoofdrol in ‘Hooligans’ heeft hij het ook niet weten te
schoppen. Nu ja, het is alleszins beter dan zijn collega Sean
‘Samwise Gamgee’ Astin – van zijn wufte
fitnessverslaafde-met-spraakgebrek in ’50 First Dates’ moeten we
nog altijd bekomen – en Tobey ‘Spider-Man’ Maguire, een acteur die
je al vergat zodra de aftiteling op het scherm kwam. De komende
jaren worden spannend voor twee jonge acteurs: Daniel Radcliffe
moet proberen om Harry Potter van zich af te schudden, en nu
‘Twilight’ eindelijk op zijn laatste benen loopt, krijgt Robert
Pattinson eindelijk de kans om te laten zien dat hij meer in zijn
mars heeft dan getormenteerd voor zich uit te staren – de afgelopen
jaren deed hij al behoorlijk zijn best in ‘Remember Me’ en ‘Water
For Elephants’, maar echt onder de indruk waren we vooralsnog
niet.

In ‘Bel Ami’ speelt het tieneridool Georges Duroy,
een Franse soldaat van lage komaf die net is afgezwaaid in Algerije
en, ondertussen een nieuwe betekenis toekennend aan het concept
‘opportunisme’, besluit om het te maken in het Parijs van het fin
de siècle. De methode klinkt even simpel als aangenaam: met de
juiste, dus de meest invloedrijke, vrouwen het bed induiken in de
zekerheid dat zij je wel een positie bezorgen waarin je niet op een
franc meer of minder hoeft te kijken. Die vrouwen zijn: Madeleine
Forestier (Uma Thurman), de literair begaafde echtgenote van een
stervend journalist; Virginie Rousset (Kristin Scott Thomas), de
brave echtgenote van de politiek machtige hoofdredacteur van die
krant; en Clotilde de Marelle (Christina Ricci), een vrouw van wie
haar belang niet meteen duidelijk is, maar waarvan wij ons wel
kunnen inbeelden dat het met haar iets aangenamer vozen is dan met
voornoemden. Natuurlijk verloopt alles niet zo vlot als het wel
klinkt: er wordt al eens getrouwd en er wordt al eens gescheiden;
er wordt al eens bedrogen, en er wordt al eens vals gespeeld; en
doorgaans is een fikse tegenslag ook niet te beroerd om eens de kop
op te steken. Maar voor Duroy gaat het niet om gelukkig zijn met
een vrouw die je liefheeft of met een job die je graag doet – het
gaat om voldoende geld verdienen, zodat je je geen zorgen hoeft te
maken in een stad waar alles te koop is.

U merkt het: Guy de Maupassant, de Franse schrijver
op wiens boek deze film gebaseerd is (en op wiens knevel de snor
van Stalin gebaseerd lijkt, maar dit geheel terzijde), was geen
vrolijke Frans. Als u een van zijn werken leest, die vrijwel
allemaal overlopen van een extreem pessimistisch naturalisme, valt
het u niet moeilijk te begrijpen waarom hij zichzelf van kant
probeerde te maken – als u dat tijdens het lezen zelf al niet hebt
gedaan. Toch kiest regisseursduo Declan Donnellan en Nick Ormerod
(geen paniek, wij hadden er ook nog nooit van gehoord) ervoor om
het geheel niet al te zwaar op de hand te maken: de kleuren zijn
opvallend helder, de personages bijzonder levendig en de
fatalistische toon wordt zo lang mogelijk gespaard – en wanneer hij
dan toch eens naar boven durft komen, is hij even snel al weer weg.
U hoeft zich dus niet te verwachten aan een postfilmische depressie
à la ‘The Road’; het slechtste nieuws is er enkel voor
tienermeisjes, die zullen moeten vaststellen dat ‘R-Pattz’ (zo
wordt hij klaarblijkelijk echt wel eens genoemd) blijkbaar wat
rijpere dames verkiest (gemiddelde leeftijd: rond de 45 jaar) boven
knappe jonkvrouwen als Holliday Grainger (24 lentes, volgens
IMDb).

Enfin, die niet al te deprimerende toon zorgt
ervoor dat ‘Bel Ami’ makkelijk wegkijkt, maar kan niet verbergen
dat de film misschien wat meer recht had op hetzelfde stel
cojones als dat van Duroy, en zich misschien iets meer met
compromisloze kwaliteit had mogen bezighouden dan met
publieksvriendelijkheid. Iemand als Ingmar Bergman had er misschien
net iets té veel een existentialistisch kammerspiel van gemaakt,
maar volgens ons had een regisseur als Alfonso Cuarón hier wel
bijzonder entertainende cinema mét een eigen smoel van kunnen
maken. Nochtans hebben de regisseurs wel leuke ideeën: om zijn
gespletenheid visueel voor te stellen, houden ze de helft van
Pattinsons gezicht voortdurend in het donker, terwijl andere
personages (van de blauwe kijkers van Thurman waren ze blijkbaar
stevig onder de indruk) voortdurend volledig belicht worden.

Letterlijk dan, want figuurlijk blijven de
personages en hun motivaties te vaak in vaagheid steken. Dat ligt
deels aan het feit dat ervoor wordt gekozen om het tempo van de
plot hoog genoeg te houden om te kunnen entertainen – waarvoor
oprechte dank – maar helaas ook aan de acteurs, waarvan de meesten
tekort schieten. Uma Thurman neemt daarin manhaftig het voortouw,
met een portie overacting waar zelfs Keira Knightley in ‘A
Dangerous Method’ niet van terugheeft – probeer eens niet te lachen
wanneer ze ‘He’s the man I lost!’ uitroept. Kristin Scott
Thomas is nogal flets, maar maakt zich niet belachelijk, en
Christina Ricci’s prestatie valt te kwalificeren als
‘degelijk’.

En Pattinson? Wel, ergens kan hij zeker wel een
stevig stukje acteren, maar we weten nog niet echt waar, en hij
weet het zelf nog minder. Soms zit hij er pal op – de scène waarin
hij uitvliegt is opvallend overtuigend – maar soms kan hij niet
verbergen dat hij niet weet wat hij moet doen, behalve
getormenteerd vanonder zijn wenkbrauwen uitkijken, bij voorkeur met
de kaken stevig op elkaar geklemd. Maar hey, James Franco had daar
ook behoorlijk veel last van, en die lijkt ook aan de beterhand te
zijn, dus we geven de moed nog niet op, Robert!

Zo kwaad is ‘Bel Ami’ dus al bij al nog niet. En
toch een negatieve eindbalans? Welja, Thurman is werkelijk
verschrikkelijk, de andere personages komen te weinig uit de verf,
en het scenario had, hoewel het voldoende drive bezit,
tezamen met de regie misschien wat meer eer mogen aandoen aan de
toon van zijn bronmateriaal. U kan het slechter treffen in de
bioscopen van tegenwoordig, maar mits wat geduld, zoekwerk en
bereidheid tot niet al te veel publieksvriendelijkheid, kan u ook
veel beter werk bezichtigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 19 =