Kruder & Dorfmeister :: 1995

Een grote kuis veroorzaakt niet alleen maar echtelijke strubbelingen, soms stoot je op lang vergeten herinneringen aan gezamenlijke verwezenlijkingen. Kruder & Dorfmeister, het triphoppende dj-duo uit Oostenrijk, duikelde vorig jaar een hele reeks half vergane DAT-tapes op uit hun archief en ze puurden er een album uit. De tapes dateerden uit 1995, een jaartal dat meteen kon dubbelen als no-nonsense titel voor een album dat warm en vertrouwd aanvoelt.

Het ruikt naar makkelijk cashen wanneer je een album uitbrengt dat je een kwart eeuw geleden níét hebt uitgebracht, maar wie net als ik als puber eind jaren ‘90 elektronische muziek ontdekte, kon alleen maar lichtjes opgewonden geraken toen K+D een nieuw album aankondigde. Hun K&D Sessions en DJ Kicks werden gedurende de laatste twee decennia telkens waardig bevonden om mee te migreren op onze opeenvolgende walk- en discman, minidisc- en mp3-speler, en ze zijn het strenge ijkpunt gebleven waartegen al onze loungemuziek wordt afmeten. Rond de millenniumwissel was ‘lounge’ plots overal, maar K+D overstegen de vele middelmatige bagger moeiteloos met hun subliem uitgekookte mix van hip- en triphop, wollige soulsamples en zwoele atmosfeer. Ze waren zowel buitenbeentje als tussenschakel tussen Portishead, Massive Attack, DJ Shadow en de hele drum’n’bass-golf.

Kruder & Dorfmeister verhouden zich op het spectrum van de elektronische muziek als een Aston Martin tegenover de luid knallende Seat Impreza van Diplo en Steve Aoki. Beide springen meteen in het oog, maar op een andere manier. De productie van 1995 is glad en stijlvol, wat niet vanzelfsprekend is als je weet dat ze gemaakt werd met een klassieke Akai S-1100-sampler en een gammel ogende Atari-pc. Die Akai had maar een geheugen van enkele seconden en dwong toenmalige producers tot inventiviteit. Zo werd het bronmateriaal op hogere snelheid afgespeeld om toch maar langere breaks te kunnen samplen, waarna het tempo en de pitch konden worden genormaliseerd – of zelfs nog verder vertraagd – waardoor het typische warme geluid van albums uit deze periode ontstond.

Het is niet omdat het er allemaal traag en gezapig aan toe gaat dat er niets gebeurt. Onder de dikke dekens van op elkaar gestapelde samples valt genoeg afwisseling te rapen. De grondlaag van bas fungeert als vruchtbare akker waarin allerlei percussie gezaaid kan worden. Dat gaat dan van djembe’s in “Don Gil Dub” tot machinale dreunen in “White Widow” en alles daartussen.

Uit deze oersoep van beats klitten samples als eencelligen samen tot een geheel om te evolueren tot verschillende muzikale organismen: lichte mariachiblazers fleuren “King Size” op; in “Johnson” sampleden K&D al oude bluesknakkers op een bedje van beats nog voor Moby er een ding van maakte. “Morning” combineert de sample van Donald Byrds “Cristo Redentor” (u bekend van Magnus’ “Summer’s Here”) met lome hiphop en “Holmes” wordt gestut door een subtiele bossashuffle.

Een enkele keer neigt het iets té veel naar mindfulness zoals in “Love Hope Change”. Als een #livelaughlove avant la lettre wordt ‘to love, to hope, to change’ gestut door cheesy saxstoten die het geheel doen meuren naar geurstokjes bij een lifecoach. Maar in de flow van het album laten zulke dipjes zich zonder erg voelen, net als een moment concentratieverlies na een vroege goal bij de Rode Duivels. Je weet toch dat het goed komt.

“One break” begint relaxt en warm als de lucht die broeierig de laatste druppels van een net voorbijgetrokken onweer uitzweet. Een panfluit gebruiken doe je niet snel ongestraft, maar hier blendt ze ongemerkt in het weefgetouw van het nummer – en een onopgemerkte panfluit is een goede panfluit. In het middenstuk komen subtiele hiphop-beats mee soebatten waarna in deel drie gortdroge drumtics het tempo gevoelig opdrijven. Een samenvatting van het oeuvre van de dj’s in 13 minuten.

1995 is een warme plaat geworden – of gebleven. Als een zorgvuldig opgeborgen tijdscapsule getuigt ze van de toenmalige klasse van de jeugdige dj’s. Ouder worden doet kwaliteit verkiezen boven kwantiteit en de geestelijke verruiming uit de rayons van de Aldi maakt plaats voor spiritualiën met een meer acquired taste. Zo evolueert muzieksmaak ook, maar K&D bleken altijd al een single malt te zijn geweest en door de beperkte output kreeg hun muziek geen kans om de houdbaarheidsdatum te overschrijden. ‘Tijdloos’ verjaart immers niet. De extra jaren rust hebben geen invloed gehad op de muziek, die een waardige aanvulling is op hun back catalogue en zowel past in de clubs als thuis, op het werk, in een restaurant of onderweg. Bij onze volgende grote kuis gaan we alvast op zoek naar onze walkman.

2 REACTIES

  1. Heerlijk album.
    En bedankt voor je ongezouten mening over panfluiten. Die twee zinnen had ik even nodig vandaag. Wat een welkome ontlading, even zo smakelijk hardop te kunnen glimlachen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =