Eindejaarslijstje 2020 van Jef De Ridder

2020 kwam muzikaal voor mij traag op gang, maar de lente bracht zoals steeds verandering. De wereld viel stil, maar Moses Sumney gaf het startschot voor een roetsjbaan aan releases langs onbekende én vertrouwde paden.

  1. SAULT :: Untitled (Black Is) + Untitled (Rise) Zonder twijfel – en zonder hertelling – dé beste platen van het jaar. Een megalomaan lappendeken van funk, hiphop, dub en soul dat kietelt, slaat, zalft en balsemt. Bij het eerste album was ik niet meteen mee, wegens té: te veel stijlen, te veel indrukken, te veel in your face. Maar vanaf Untitled (Rise) was er geen ontsnappen meer aan.
  2. The Flaming Lips :: American Head “Flowers of Neptune 6” alleen is al reden genoeg om dit album hoog in elke top tien te plaatsen, maar de rest van het album moet niet onderdoen. De idyllisch-duistere sfeer van Laurel Canyon hangt als een sepiafilter over deze herinneringen die de onze niet zijn, maar waarin we als in een zompig moeras graag wegzinken.
  3. Moses Sumney :: Grae Het album dat mijn muziekjaar in gang trapte en elk mogelijk muurtje sloopte. Het is als een ruimteschip dat hyperjumps van stembuigingen maakt in een universum van stijlen en daarom compleet vrij aanvoelt.
  4. Bob Dylan :: Rough and Rowdy Ways Het openingsnummer “I Contain Multitudes” is tegelijk citaat, self fulfilling prophecy en intentieverklaring voor dit album waarop onze favoriete song and dance man in een postmodern lappendeken van culturele referenties evenveel archivaris, doorgeefluik én vernieuwer is van de traditie.
  5. Run the Jewels :: RTJ4 Als het werkt voor Led Zeppelin, dan mogen Mike en El-P het ook. De titel is steeds hetzelfde, de muziek even goed als altijd. Met “Walking In The Snow” maakten ze bovendien naar aanleiding van een voorval van twee jaar geleden het meest urgente nummer van dit jaar. Jammer genoeg.
  6. Neil Young :: Homegrown Youngs veertigste studioalbum was een stevige portie zelfkweek die 45 jaar heeft kunnen rijpen op het schap. Dat heeft alleen maar bijgedragen aan een sterk uitgesproken smaak.
  7. Ghostpoet :: I Grow Tired But I Dare Not Fall Asleep. Serveerde Ghostpoet op z’n eerste albums nog oer-Britse kitchen sink drama in de stijl van The Streets, dan is de poëet de laatste jaren meer en meer verveld tot een ruiter van de nachtelijke uren en behandelt hij meer introspectieve en universele thema’s. En dat deed hij nooit beter dan op zijn laatste album.
  8. War on Drugs :: Live Drugs De plaat die dit jaar het best de joggen/autorit/ligzetel-test doorstond. Op elk moment gaf het album de juiste soort en hoeveelheid energie vrij, terwijl Granduciel zijn studiowerk tegelijk meer ruimte gaf en verder uitdiepte.
  9. Kruder & Dorfmeister :: 1995 Een blij weerzien met jeugdhelden resulteerde in een album als een tijdscapsule die de relativiteitstheorie aanschouwelijk maakt: hoe trager de muziek golft, hoe sneller de tijd voorbijgaat.
  10. The Streets :: None Of Us Are Getting Out Of This Life Alive. Geezers hebben niet alleen entertainment nodig, maar ook geld. Mike Skinner greep daarom dit jaar terug naar zijn meest succesvolle project en noemde zijn comeback om onduidelijke reden een mixtape. Het is niet over de ganse lijn perfect maar bevat toch genoeg skinnerismes om ons minstens drie keer luidop te doen grinniken. De beste? “She talks about her ex that much even I miss him.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + zeventien =