Deftones :: Ohms

Begin jaren negentig hertekende Nirvana de kaart van de alternatieve rock. Met het tweede album Nevermind (1991) wezen ze het bredere publiek erop dat zich ook in hardere gitaren en luidere drums een popsensitiviteit kon verbergen. Het album zou de deur wijd open zetten voor een resem andere bands en gitaarrock opnieuw onder de aandacht brengen. In datzelfde jaar wist ook Rage Against The Machine met hun debuut Killing In The Name Of de aandacht te vestigen op het zogenaamde cross-overgenre dat al langer uitgedragen werd door bands als Urban Dance Squad, Faith No More, Living Colour …

Toen Deftones in 1995 debuteerden met Adrenaline stond de wereld dan ook meer dan open voor een mix van genres, die varieerden van metal en rock over hiphop tot zelfs funk en industrial. Wat de band vooral onderscheidde van haar collega’s was dat de groep, en dan vooral zanger Chino Moreno, een sterke invloed van onder meer Britse new wave en shoegaze in haar geluid incorporeerde. Was het debuut al een boeiende oefening, dan bevestigde de band met opvolger Around the Fur (1997) dat het haar eigen geluid gevonden en uitgekristalliseerd had. Niemand zag evenwel White Pony (2000) aankomen, dat in drie verschillende edities (twee ervan gelimiteerd) verscheen en de band nog veel verder liet gaan in een experimenteerdrift dan iemand had verwacht.

De groep bracht weliswaar nog steeds ‘altmetal’, maar zocht ook een nieuw emotioneel terrein op dat zich op muzikaal en tekstueel in verschillende vormen uitte. Deftones (2003) noch Saturday Night Wrist (2006) wist het album evenwel te overstijgen of zelfs maar te evenaren. Even was er hoop toen de band in 2008 aan Eros werkte, maar helaas belandde bassist Chi Cheng datzelfde jaar in een coma na een zwaar auto-ongeluk. Sergio Vega werd de nieuwe bassist waarmee Deftones de albums Diamond Eyes (2010) en Koi No Yokan (2012) opnamen. De dood van Chen in 2013 hakte er zwaar in, al leek die ook een katalysator te zijn, want Gore (2016) toonde opnieuw een groep die niet bang was zich kwetsbaar op te stellen en nieuwe horizonten op te zoeken. Het album haalde weliswaar niet de hoogte van White Pony, maar iedereen was het er alvast over eens dat Deftones een nieuwe ader leek aangeboren te hebben.

Ohms is niet zomaar een stap vooruit. Het is een nieuwe reuzensprong, die het album op eenzelfde hoogte plaatst als White Pony, zonder in herhaling te vallen. Met als eerste singles de titelsong, die tevens het album afsluit, en “Genesis” dat de plaat opent, heeft de band meteen ook de essentie treffend gevat. “Ohms” zwelgt in een wondermooie melancholie die gedragen wordt door Chino Moreno’s emotionele uithalen, terwijl de gitaren hard klinken maar ook enkele knappe melodielijnen in zich dragen die perfect kunnen steunen op de pompende drums. “Genesis” hint dan weer duidelijk naar White Pony in de manier waarop Frank Delgado (DJ/samples) enkele bezwerende klanken opstart, alvorens de drum mag aftellen en het nummer zich ritmisch ontspint. Opnieuw is het de spanning tussen Moreno, die ditmaal onrustiger en gejaagder klinkt, en de muziek die het nummer naar een nieuw niveau opkrikt.

“Urantia” is nu al een favoriet onder recensenten. En met recht en rede. De woedende aanval waarmee de song start, zet zowat iedereen op het verkeerde been. Na nauwelijks twintig seconden ontpopt de song zich tot een etherisch new wavenummer dat nu en dan wel een nukkige gitaar toelaat, op voorwaarde dat die netjes in de kooi blijft. Het is een terugkeer in grote doen die niet alleen laat horen hoezeer de band ook beïnvloed is door Cocteau Twins en aanverwanten, maar dat zelfs met kurkdroge drums en gierende gitaren het mogelijk is een droomnummer neer te schrijven. Ook het daar aan vooraf gaande “Ceremony” kent een meer ingetogen aanpak waarbij Stephen Carpenter zijn gitaar ditmaal niet laat grommen en scheuren, maar de hele tijd netjes aan de leiband houdt. Ook in het verleden speelde Deftones al met dit soort opbouw en geluid, maar de manier waarop het ditmaal samenvalt, is tekenend voor het album dat zowel in sound als aanpak opvallend fris klinkt.

De hattrick die aldus Ohms opent, krijgt navolging met het al even indrukwekkende “Error” dat zijn intenties niet verbergt. Ditmaal treedt Abe Cunningham naar voor met een marsritme dat de troepen bij elkaar houdt en Carpenter occasioneel laat schitteren, terwijl Moreno nogmaals zijn eigen gang gaat. Toch is het geen pure sturm und drang, daarvoor houdt de band te veel van dromerige interludia die hinten naar The Cure en ook in dit nummer hun opwachting mogen maken. Een vreemde eend in de bijt lijkt “Radiant City” te zijn dat met een ratelgitaar veeleer richting hardcore/metal gaat, maar als geheel zo een aparte sfeer uitademt dat het net weer perfect binnen een album past dat zich geen regels opleggen laat. Dat het nummer op zijn plek staat tussen “This Link Is Dead” en “Headless”, is al even veelzeggend in het besef dat die laatste een dromerig nummer is dat speelt met kort afgemeten stukken en langere, zwevende uitstappen, en “This Link Is Dead” dat niet alleen de draad oppikt van “Pompeji” maar ook Moreno in een heel andere rol laat horen.

Met een ongekende woede gaat hij de song te lijf waarbij de muziek, de voeten stevig op de grond geplant, zich op de achtergrond lijkt te houden opdat Moreno nog meer dan in de andere songs zijn demonen te lijf kan gaan. Nochtans laat het voorafgaande ‘Pompeji`, dat de sample/synthklanken van Delgado in beide nummers laat echoën, een heel ander geluid horen. De new wave-aanpak is immers meer dan prominent in de song, die opvallend zacht klinkt en slechts in het refrein telkens een veel harder geluid laat horen. Het is een intrigerende aanpak die meer dan de andere songs tijd vraagt om zichzelf te leren kennen en appreciëren. Binnen een album dat op zich al speelt met conventies en verwachtingen, springt dit nummer nog meer uit de band. Het is een heel andere song dan het veeleer klassieke ‘”he Spell Of Mathematics”, dat volop de ruimte geeft aan de muzikanten om hun beste beentje voor te zetten en de laatste weifelaars laat horen dat elk bandlid binnen Deftones zijn rol te vervullen heeft.

Niet geheel onterecht wordt immers vaak naar Moreno gekeken en de manier waarop hij woedend uit kan halen, ingetogen huilt of net melancholisch lijkt te mijmeren. Maar de manier waarop de groep met zowel een in metal gegronde gitaren en een rigide, hard pompemde ritmesectie net zozeer verschillende paden bewandelt, kan niet genegeerd worden. Bovendien voegt Delgado als dj veel meer dan enkele klanken toe ,maar weeft hij doorheen de songs net zozeer een verhaal als de anderen. De kracht van Deftones heeft altijd al in de wisselwerking en de spanning tussen de bandleden gezeten waardoor elk album wel iets te bieden heeft, maar net zoals op White Pony durven ze ditmaal zo ver in de diepte te springen, blind op elkaar vertrouwend, dat Ohms boven hen allen uitstijgt naar een ongekende hoogte.

In haar eerste jaren werd Deftones wel eens onder de berucht geworden term nu-metal geplaatst, een label dat de band zelf altijd afzwoer. In het jaar dat de twee meest succesvolle nu-metalalbums verschenen, Limp Bizkits Chocolate Starfih And The Hot Dog Flavored Water en Linkin Parks debuut Hybrid Theory, bewees Deftones definitief tot een heel andere orde te behoren. Naar aanleiding van White Pony werd de band meer dan eens het ‘Radiohead of metal’ genoemd, een label dat al even nietszeggend is, maar wel bevestigt hoezeer de groep altijd haar eigen pad bewandeld heeft. Vier jaar geleden verstomde de wereld even na Gore, maar zelfs dat album had Ohms niet kunnen voorspelen. Twintig jaar na hun meest expressieve en unieke werk, breidt Deftones er een vervolg aan dat niet meer dan een nieuwe mijlpaal is en onderstreept hoezeer de band een genre op zichzelf is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + 2 =