Deftones :: Gore

“It wasn’t the style or the sound I was hoping we would take”… Aan het woord is Deftones-gitarist Stephen Carpenter. Hij heeft het over Gore, de 8ste studioplaat van de band. In tegenstelling tot Metallica ten tijde van St. Anger zorgden de spanningen binnen Deftones tijdens de opnames van dit album gelukkig niet voor creatieve bloedarmoede. Integendeel, Gore is dan wel minder heavy dan voorgangers Diamond Eyes en Koi No Yokan, maar de plaat barst van de ideeën, details en contrasten.

Ei zo na was dit album er zelfs helemaal niet gekomen. Een aantal Deftones-leden bevond zich in Le Bataclan een kwartiertje voor de hel losbarstte, maar ze poetsten de plaat toen Josh Homme van Queens Of The Stone Age nergens te bespeuren viel. En dat nadat de band in 2013 al in aanraking kwam met de dood na het overlijden van bassist Chi Cheng aan de gevolgen van een verkeersongeval. Op Gore klinken de vijf Californiërs gelukkig springlevend en bovendien avontuurlijker dan ooit. Teerden de vorige albums met nieuwbakken bassist Sergio Vega (ex-Quicksand) nog vooral op zware riffs en pompende drums, dan injecteert Deftones nu vooral atmosferische synths, samples en galmende Pink Floyd-gitaren in hun sound.

Het verschil met hun debuut Adrenaline kan niet groter zijn. Die plaat sloeg in 1995 in als een bom met die bloeddoorlopen hardcore-screams van Chino Moreno en de rauwe cirkelzaaggitaren van Carpenter. Een dikke 20 jaar later slaat Deftones je niet onmiddellijk een bloedneus, maar neemt de band z’n tijd om je tegen het canvas te meppen. Opener “Prayers/Triangles” drijft op echoënde gitaarklanken en de slepende zang van Moreno, maar ontploft tijdens het refrein als aanstekervloeistof in je gezicht. “Doomed User” doet het omgekeerde en schiet uit de startblokken met een monolithische metalriff om dan gas terug te nemen met een glorieuze zanglijn van Moreno.

Het zijn contrasten die we ook al hoorden op platen als White Pony (ook al 15 jaar oud ondertussen), Deftones en Saturday Night Wrist, maar nu diept Deftones ze nog meer uit. “Geometric Headdress”, “(L)mirl”, het titelnummer en “Rubicon” plaatsen allemaal dromerige schoonheid tegenover hondsbrutaal geweld. Licht versus donker. Eros versus Thanatos. De band klinkt bijwijlen onbeschaamd melodieus en ingetogen, maar schrikt er niet voor terug om na al dat zalven ook keihard te slaan.

Het is echter pas met “Hearts/Wires” dat Deftones echt verrast. Atmosferische samples, ijle gitaarklanken, spacy effecten: alsof David Gilmour de studio is binnengesprongen en de boel naar z’n hand heeft gezet. In werkelijkheid is het natuurlijk toetsenist/samplewizard Frank

Delgado die meer dan op de vorige platen z’n stempel drukt op de sound van Deftones. Ook in “Acid Hologram” pakt hij uit met ijle klankgolven die boven de knarsende riffs zweven. In “Phantom Bride” eist Jerry Cantrell (Alice In Chains) dan weer de hoofdrol op met enkele lyrische gitaarsolo’s die Gore richting psychedelische rock gidsen. Het 8ste album van Deftones is duidelijk ook het meest gevarieerde tot nog toe.

Linkin Park, Limp Bizkit, Korn, … Alle acts die indertijd samen met Deftones het etiket ‘nu-metal’ kregen opgekleefd, zijn nu pijnlijke nostalgie-acts die ons herinneren aan een periode die we liever willen vergeten. We hebben nooit begrepen waarom Moreno en co. in dat hokje werden gestopt en de band toont nog een keer waarom ze geen uitstaans hebben met dat ter ziele gegane genre. Met Gore blijft Deftones ook na meer dan 2 decennia een band die er toe doet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 9 =