Cocorosie :: Put The Shine On

Om de zoveel tijd wordt een nieuwe jonge artiest gespot waarbij maar al te vaak vermeld dient te worden dat hij/zij/hen speelt met verwachtingen en genderstereotypen en vaak ook nog graag elementen uit meer dan een muziekstijl opneemt om tot een nieuw geheel te komen, dat helaas maar al te vaak te generisch klinkt om echt op te vallen. De manier waarop deze artiesten zichzelf presenteren, lijkt modern en nu te zijn. Maar zoals elke muziekliefhebber weet, kent elk decennium en generatie wel een resem artiesten die speelden met conventies, ook op het gendervlak.

Kort na de eeuwwisseling werd die rol met verve opgenomen door de zusters Cassady (Bianca en Sierra) die onder de naam CocoRosie in 2004 zichzelf meteen in de kijker wisten te werken met het knappe La maison de mon rêve dat ondermeer rijkelijk uit de korf van folk-blues, triphop, found sounds en experimentele muziek plukte om een geheel eigen geluid te creëren dat al snel onder de brede noemer van freakfolk en New weird America geschaard werd naast zulke uiteenlopende artiesten als Devendra Banhart, Joanna Newsom, Espers, Jack Rose, en dat als een passe-partout gold voor elke band die buiten de lijntjes kleurde en vaagweg een band had met folk. De mindere goden zijn in de jaren die op de hausse volgde opnieuw tussen de plooien van de tijd gevallen terwijl de relevante(re) bands zichzelf blijvend wisten te onderscheiden.

Ook CocoRosie die gaandeweg meer elementen uit hiphop incorporeerde en onder meer met een beatboxer op tour trok, wist de kracht van haar debuut min of meer te evenaren op de volgende albums terwijl het zusterduo het eigen geluid steeds verder uitdiepte. In 2010 leek het er het echter even naar dat de zusters hun laatste kruit verschoten hadden, Grey Oceans verbleekte niet alleen bij de vorige albums maar was ook op zichzelf een eerder een zwakke plaat te noemen. CocoRosie sloeg drie jaar later echter terug met Tales Of A Grass Widow waarna in 2015 Heartachte Citybevestigde dat het duo opnieuw stevig in het zadel zat. Put The Shine On, het zevende album al, laat veel vakmanschap en kennis van zaken horen, maar lijkt op cruciale momenten het kloppende hart te missen dat de groep zo essentieel maakt.

Nooit vies van een stevige flard electro en hiphop mogen beide stijlen op het album opnieuw prominent fungeren nadat ze op de vorige plaat tijdelijk naar de achterbank verwezen waren. Met “High Road”, een typisch CocoRosienummer wordt zoveel al meteen duidelijk. Sierra`s hoge stem en ijle sferen mogen het nummer dan wel openen, al snel neemt Biaca het over met een raspende semirap waarna hogere sferen botst met breakbeats. In de eerste paar minuten wordt meteen de toon gezet, Put The Shine On is een album dat duidelijk voor een maximale impact en sfeer gaat. Het is dan ook geen grote schock ommetalgitaren in de clinch te horen gaan met jazzy trompetuithalen, stuiterende beats en een tussen zingen en rappen swicthende Bianca op “Mercy” terwijl Sierra haar operastem inruilt voor iets wat twijfelt tussen een hommage en pastiche aan bluesy soul.

Het vermoeden dat de groep een parodie op haar eigen oude albums wil brengen, wordt nog meer onderstreept door het kinderlijk klinkende “Hell`s Gate” dat wel alle momenten bevat die perfect werken (kekke geluidjes, afgemeten drums, wisselende zang) maar nooit zeker is of het zichzelf nu ernstig moet nemen dan wel als een ironische knipoog moet opgevat worden. Uiteraard kan niet afgedongen worden op het vakmanschap dat niet alleen dit nummer kenmerkt, maar is het ook genoeg? “Ruby Red”, met backing vocals van moeder Cassady, die kort na de opnames ervan zou overlijden, laat horen hoezeer de zusters hun eigen geluid en aanpak door en door kennen maar net daardoor als onecht overkomen. Het nummer klinkt alsof ze een blauwdruk volgen eerder dan vanuit het hart zingen.

Bijna een uur lang is onduidelijk waar CocoRosie met dit album heen wil gaan, zelfs al valt op zich weinig af te dingen aan de songs op zich. De `ballade` “Where Did All The Soldiers Go” draagt een zekere weemoed en tristesse in zich maar tezelfdertijd klinkt de zuivere productie berekend, alsof er doelbewust op het hart gericht werd eerder dan de song van daaruit te laten ontstaan. Het is moeilijk om de vinger op de wonde te leggen maar het gevoel dat iets ontbreekt, is al even duidelijk in “Slow Down Sun Down” waar hiphop de boventoon voert en een pianolijn uit een ander tijdperk nochtans perfect op elk ander album van CocoRosie de nodige potten zou gebroken hebben, waar het hier niet verder dan enkele scheuren raakt. Bianca is in topvorm en weet haar raps perfect af te stemmen op de soulvolle aanvulling van haar zusters, maar tussen de lijnen valt te lezen hoe de formule op voorhand uitgeschreven werd.

Nergens wordt duidelijker hoe berekend het album in essentie is als op het afsluitende “Aloha Friday” dat de nodige weemoedige strijkers en een treurende piano bovenhaalt terwijl de drums geplukt lijken uit een oude Mum-song. Als tearjerker kan het zijn bedoelingen niet verbergen terwijl het als een intelligente parodie er op te kort schiet. Op eenzelfde manier schiet het paraderende en met metalgitaren getooide “Lamb And The Wolf” ook zijn doel voorbij, binnen de plaat valt het niet op, negatief noch positief, maar eens het uit de comfortzone van de plaat gehaald wordt, valt op dat het bitter weinig kleren aan heeft. “Smash My head” lijkt die dans aanvankelijk te ontspringen maar zodra ook hier een metalgitaar opduikt en saaie technopercussie er bij gesleurd wordt, verliest het nummer veel van zijn elan en zinkt het weg tussen de plooien van het album.

Het alvast in titel naar Talking Heads verwijzende “Burning Down The House” heeft net als de andere songs voldoende elementen in zich om veelbelovend te zijn maar speelt ondanks onder meer een verdwaalde accordion en de nodige breaks en cuts net zo goed op veilig en lijkt zijn gestoordheid binnen de vastgelegde perken te leggen. Het is een potentieel dat grotendeels ontbreekt bij “Restless”, op papier is het idee dat CocoRosie een popsongs maakt inclusief een kraaiende haan een interessante piste maar in de realiteit blijft ook dit nummer vastzitten in een degelijke afwerking die nergens ech tegen schenen wil schoppen. Dit geldt evenzeer voor de swing die in “Did Me Wrong” aanstekelijk werkt maar al snel op de eigen limieten stuit wanneer maar niet duidelijk wordt welk punt gemaakt moet worden en er dus maar wat gitaren en andere stoorelementen tegenaan gegooid worden.

Put The Shine On is een vakplaat, als geheel weet ze een uur lang te entertainen en net genoeg gekte te herbergen om de vaste fans van CocoRosie tevreden te stellen. Bij de eerste paar, eerder oppervlakkige beluistering werkt het dan ook wonderwel. Het album is opvallend consistent en weet de verwachtingen in te lossen voor wie hoopt op een gezonde dosis afwijkend gedrag. Helaas doorstaat het album nauwelijks een gedetailleerder onderzoek naar zijn intenties en puurheid en komt zijn berekendheid naar boven drijven. De zuivere productie en de doordachte songopbouw malen van Put The Shine On een degelijke plaat die perfect beantwoord aan wat van een CocoRosieplaat verwacht mag worden. Maar rekening houdend met het palmares van de zusters en de keuzes die ze in het verleden maakten (soms geslaagd, soms niet), zou op veilig spelen geen optie mogen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =