CocoRosie + Scarlett O’Hanna :: 26 mei 2013, Koninklijk Circus

De songs uit de grootste teleurstelling van hun carrière vormden de bouwstenen van de meest indrukwekkende set die de zusjes Casady ooit op poten zetten. Hun reputatie als koninginnen van de indiefreaks weze bij deze ultiem bevestigd.

Uit een hypnotiserende soundscape doken eerst de Brusselse Française Scarlett O’Hanna en haar kompanen op. Deze recente favoriete van de mode- en rockscene ziet eruit als een kruising tussen Regina Spektor en St Vincent en ook qua geluid maakt ze deze vergelijking, al mag PJ Harvey daarbij ook nog eens in de mix gegooid worden. Vanaf de eerste seconde greep ze je bij het nekvel met haar warme klankkleur — een iets keligere variant op Spektor — en songs die tegelijkertijd aanstekelijke oorwurmen en toch dat beetje anders zijn. Zelfs in een korte set viel op hoe ze elk nummer een eigen pad liet kiezen en niet vies was voor een experiment; na een aantal betoverende gitaartracks haalde ze voor “The Jacket” plots zowaar zware beats boven. Een smaakmaker naar meer dus, en een naam waarvan het niet zou verbazen moest hij na de herfstrelease van haar nieuwe album plots een pak hoger op de affiches zou prijken.

Dezelfde soundscape, die ditmaal eerder irriteerde in plaats van hypnotiseerde, voerde de avond van één imposante madam naar twee nog straffere. Voor het eerst betrad CocoRosie het podium om wat goed te maken; de wenkbrauwen stonden iets strakker opgetrokken met de wrange nasmaak van Tales Of A Grass Widow in de mond. Slecht kan je de vijfde langspeler van het zusterlijke duo niet noemen, maar een gebrek aan samenhang en durf valt hem wel te verwijten. Voornamelijk puttend daaruit brachten ze zondag hun meest coherente en avontuurlijke set ooit.

Het getuigde sowieso al van balhebberij om een zaal die erom smeekte de grote publieksfavorieten te kunnen afvinken in de ban te houden met een setlist die voor 80% bestond uit materiaal dat officieel pas de dag erna uitgebracht zou worden. Daarnaast toonden ze eindelijk de lijn doorheen het materiaal dat op plaat te vaak als middelmatige meervandattum klonk. Na de indiemuisjes, freak folkers, geitenwollensokken gangsta’s en oosterse mystici luidde Tales Of A Grass Widow live het tijdperk van de nachtvlinders in. Een typerende operaflard van Sierra doorprikte de verduisterde bühne alvorens Bianca met een Medusa-lichtkrans tegenover een scherm van obscure projecties een beklemmende versie van albumtopper “Child Bride” inzette. Dit was de toonzetter voor een set die zich voornamelijk in het schemerdonker afspeelde en de kleurrijke uitbundigheid inruilde voor intrigerende intensiteit. Voor deze tour nam CocoRosie de IJslandse klankheld Valgeir Sigurðsson onder de arm, die verschillende nummers in een subtiele doch bevreemdende elektronicanevel dipte. Beatboxer TEZ die statischer op de achtergrond bleef, een hevig versterkte Sierra Casady en een bij momenten zwaar door de vocoder getrokken Bianca: samen verwerden ze tot vleesgeworden instrumenten in een bedwelmende soundscape.

De hoogtepunten van het laatste album waren ook live de voornaamste aandachtstrekkers, met een boeiend uitgediepte versie van “Gravediggress” op kop; een nummer dat zich na een kort rijpingsproces schaamteloos kan meten met de klassieke klassebakken uit hun oeuvre. De overmaat aan karakterloosheid vond op het podium echter een tweede adem en viel in een verduisterde gedaante eindelijk als een missend stuk in de puzzel. Door de misplaatste soul van Antony uit “Tears For Animals” te raseren, trok het nummer eindelijk volop de kaart van melancholie. De vertraging en inkleuring met koperklanken van “Poison” en de vocale uitdieping van “Far Away” maakten de kladwerkjes tot echte songs en ware sfeerscheppers. Zelfs de mislukkeling “Villain” schudde de irritatiefactor van zich af door het met hardere beats van broodnodige weerhaken te voorzien.

Slechts sporadisch stapten de zussen buiten de nieuwe plaat en behalve “Beautiful Boys” werd geen van de grote kanonnen bovengehaald. Niet dat ze gemist werden, want met eigenzinnige herinterpretaties slaagde CocoRosie erin elk nummer tot een publieksfavoriet te maken. Een atmosferische versie van “We Are On Fire” liet de monden openvallen, de Valgeir-toets deed wonderen voor “Undertaker” en ondergedompeld in duistere hypnobeats kreeg een indrukwekkend “Smoky Taboo” een bijna industrial kleedje aangemeten. Hier en daar was uiteraard nog plaats voor kleurrijkere uitbundigheid, maar in de gedaante van de gogoballerina Miss Naomi paste ook deze perfect binnen het nachtelijke karakter van de set.

Wat we zagen, was nog steeds onmiskenbaar CocoRosie, maar voor het eerst in jaren zetten ze een concert neer dat van begin tot eind vol verrassingen zat. Geen “Japan”, geen “Turn Me On” — alle nummers waren gelijkwaardige schakels binnen een briljante nocturne. Zelfs het meest kinky experiment kon niet tippen aan deze wiedergutmachung.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =