King Krule :: Man Alive!

Op zijn derde album Man Alive! staart de Britse poète maudit King Krule vanop de snijlijn tussen punk en poëzie, elektronica, narcotica en duistere gedachten weerom in de peilloze diepten van zijn getroubleerde stadsziel. Dit is een plaat als een louteringsproces. 

Archy Marshall kent voor zijn belijdenissen twee standen: ofwel is hij dromerig en poëtisch, ofwel gromt hij als een hellehond. Anders dan op zijn vorige plaat The OOZ toont hij zijn meesterschap in de beperking: deze therapeutische sessie klokt af op een bescheiden 40 minuten, terwijl de voorganger uit 2017 bijna dubbel zo lang was. Deze beknoptheid zorgt ervoor dat het geheel behapbaar blijft.

De plaat ontleent haar focus aan de geboorte van Marshalls dochter, halverwege de opnames. Die gebeurtenis loopt als een breuklijn doorheen het album en het opnameproces. De verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het vaderschap zorgden ervoor dat Marshall zijn nihilistische dronkemansleven grotendeels achter zich liet en dat hij zich focuste op zijn dochter. Niet dat zijn wereld plotseling felroze kleurt. Wederom worstelt het muzikale wonderkind (nog steeds maar 25 jaar!) openlijk met zijn demonen die vooral in de eerste helft van de plaat stampvoetend en dissonant aan het oppervlak borrelen.

King Krule ondersteunt zijn gedichten over verdommenis met een heel spectrum aan instrumentatie. Let wel, de muziek is nergens zomaar achtergrondbehang. Daarvoor is ze  veel te expressief en aanwezig. Op de saxofoon na speelde hij alle instrumenten zelf in en de productie voelt zeer lo-fi aan, hoewel Marshall verzekert dat hij tijdens de opnames op de sterren mikte en een afgelikte productie in gedachten had. Toch eindigde hij meestal in een morsige goot.

“Stoned again” is gestoeld op een hiphopbeat met een hoek af. Beelden van chique wagens verklanken hoe kapitaalkrachtige jongeren door projectontwikkelaars heropgewaardeerde wijken inpalmen en de oorspronkelijke, meer volkse bevolking verjagen. Uitleg of een oordeel wordt niet gegeven. Anders dan Kate Tempest wil King Krule geen grote boodschap uitdragen; hij vertelt enkel hoe hij als de eeuwige buitenstaander in die chique wijk rondloopt, op zoek naar drugs. “The cars on my road almost hit me in a hurry / The cars are just a sign of another yuppie / Down in the dirt / I used to surf with my bucket from Kentucky”. En blijkbaar word je niet zo gelukkig van drugs. Alles eindigt in een ontregelende chaos. Hij blaft zichzelf naar een einde, legt de stemmen het zwijgen op, maar dan volgt een outro van op muziek gestanste hoofdpijn en ontreddering.

In verschillende songs hoor je stemmen op de achtergrond als schizofrene begoochelingen in een verward hoofd. In “Comet Face” drijven ze op beat die geleend lijkt van Sleaford Mods; in “Supermarché” galmen ze als flarden van gesprekken die Marshall opvangt in de winkel, en worden ze spaarzaam ondersteund door een zware baslijn en af en toe opengereten door aanzwellende gitaaruitbarstingen.

En net wanneer je denkt te verstikken in al die duisternis, slaat in de tweede helft van de plaat de teneur om. Het lijkt alsof hij relatieve rust heeft gevonden, maar opgewekt bij King Krule klinkt bij ons nog steeds als ontreddering: als hij in “Energy Fleets” bijna huilend “Such a funny life” blijft herhalen, overvalt je een ongemakkelijk gevoel. Hetzelfde gebeurt in “Underclass”. De opgewekte blazerssectie zou kunnen duiden op een korte opflakkering van geluk, die daarna vakkundig wordt ontmanteld: “Deep beneath it all I had this feeling I was coming back / Little did I know.” Het is allemaal zó mistroostig dat we bijna niet anders kunnen dan ermee lachen.

Eindigen doen we wel op een voorzichtig positieve noot : in “Please Complete Thee” vraagt Marshall met op de achtergrond een lichte twang in zijn gitaar aan een meisje om hem te vervolledigen. Zou zijn vrouw of dochter dan toch de barst zijn waarvan Leonard Cohen zei dat ze in elk pantser zat, om toch maar een beetje licht binnen te laten? Zou het zomaar kunnen dat King Krule op weg is naar geluk?

Qua poëtische zeggingskracht leunt King Krule dicht aan bij de Franse dichter Baudelaire. Zoals deze destijds in zijn Fleurs du mal het vervreemdende effect van de industrialisatie op het negentiende-eeuwse Parijs wist te vatten, zo schildert Marshall de onthechting die hij voelt in een gegentrificeerde stad die haar identiteit verliest. Ook op album drie levert King Krule zeker geen easy listening af, en het geheel balanceert soms maar net aan de juiste kant van de grens met arty-farty. Dit valt nog het best te savoureren met de fles absint binnen handbereik, maar het is vooral een welgekomen storm in deze tijden van platgemarkete en rimpelloze peaceful pop-lijsten op Spotify.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =