Blaue Blume :: Bell Of Wool

Net als je het niet meer verwachtte, vond het Deense Blaue Blume dan toch een weg terug uit de duisternis. Liet debuut Syzygy de verwondering horen van vier jongens die ontdekken wat ze allemaal kunnen, dan is Bell Of Wool het geluid van een groep die zijn kunst heeft weten te harnassen.

Dat ging niet zoals gepland. “Dit voelt vreemd om te schrijven”, begon zanger Jonas Smith op 4 april 2018 op de Facebookpagina van Blaue Blume en wat volgde was een lange post over hoe hij na het afwerken van die nieuwe plaat in een depressie was beland: “mijn haar viel uit met hele lokken, mijn oren konden het geluid van mijn eigen adem niet aan, en ik kreeg ernstige angstaanvallen.” Er kwam geen tweede plaat, het Deense viertal verdween van het toneel om nu pas opnieuw boven water te komen met wat toen al bijna af was. Wat Blaue Blume nu brengt kan niet meer verschillen van wat net voor die grote verdwijntruc werd uitgebracht.

Net vooraf was er de Sobs-EP geweest, waarop de groep de grenzen van de bombast ging opzoeken. Songs als “Macabre” en “Ebony” spatten uit de boxen met het branie en het drama van de betere New Romantic uit de jaren tachtig. Het was pop die smeekte om open armen, de schaal van Vorst Nationaal. Bell Of Wool stampt dat opzij als het tussendoortje dat het was en keert terug naar de huiskamer. Want deze plaat klinkt eerst en vooral klein.

“Klein” als in: intiem, in zichzelf gekeerd, zoekend. Het brede gebaar is veranderd in twee armen die moedeloos naast het lijf hangen, de instrumentatie tippelt rond op de tenen. Zelfs Smith, die op die EP en Syzygy met zoveel hoorbaar plezier stond te fröbelen, houdt zich hier vocaal in. Natuurlijk dartelt die stem nog altijd in de leegte tussen diep en hoog als was het een gemoedelijke alpenwei, maar hij hoeft niet meer zo nodig te epateren; de extra krul blijft nu al eens achterwege, een duikvlucht moet ook niet per se. Alsof Smith nog eens Spirit Of Eden heeft opgelegd en besefte dat zelfs een virtuoze zanger als Mark Hollis ons dat niet elk moment in het gezicht hoefde te wrijven.

Er is meer dat de muzikanten van de late Talk Talk hebben geleerd. Songstructuren zijn immers ook niet meer van belang. De nummers vloeien, kabbelen en meanderen, vinden nooit één heldere rechte lijn, maar wel hun doel. Je hoort hoe de groep al doende ontdekt waar het mee bezig is, hoe de fragmenten van demo’s waarmee aan de slag werd gegaan, een vorm krijgen. En hoe dat al eens van richting verandert. Luister naar die tweede beweging waarmee het Deens gezongen “Morgensol” plots tot leven komt en je begrijpt wat de groep zocht. Het is ook wat “New Navel” drijft, dat helemaal in het einde nog snel even een prachtmelodie vindt om die dan meteen de nek om te wringen; want het is klaar. Aan uitmelken wordt niet gedaan.

Tussenin hoor je nog een vleugje van het pathos van weleer in “Bombard”, waarin Smith zonder gêne een stukje spoken word inlast. Hij mag dat, net zoals hij vervolgens in “Sobs” – niets van doen met die gelijknamige EP – plots zijn laagste regionen mag inzetten; dat kost toch niets. Dan is er nog “Lovable” waarin heldere synthklanken het hoge woord voeren tot de zanger het nummer fladderend meer duister terrein intrekt.

Het maakt van Bell Of Wool een minder gemakkelijke zit dan Syzygy, zeker dan Sobs, maar wel één die anderhalve maand na release nog steeds groeit. Nu Smith vader is geworden lijkt naar eigen zeggen ook dat perfectionisme dat hem nekte wat in bedwang. Het enige wat de groep nu nog kan nekken, is zijn commercieel weinig interessante afkomst. Ons dwingend koopadvies niettemin: doe eens zot, koop Deens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + elf =