Nate Wooley & Ken Vandermark :: All Directions Home

De samenwerking van Wooley en Vandermark – twee van de meest gedreven en productieve componisten/improvisatoren en stemmen van het moment – stond eigenlijk in de sterren geschreven. Hoewel beiden een heel eigen parcours volgden, zijn er zo veel overeenkomsten dat hun paden elkaar onvermijdelijk zouden kruisen. Dat leidde in 2014 tot een eerste geslaagde duoplaat – East By Northwest – die een tijd geleden opgevolgd werd met All Directions Home, dat ze dit weekend heel even in deze contreien komen voorstellen.

De combinatie van sax/klarinet en trompet is natuurlijk ongebruikelijk, iets waar de twee zich bewust van zijn, net als van de traditie waar ze onvermijdelijk in belanden. Zo werd op het eerste album uitgebreid hulde gebracht aan het legendarische stel John Carter en Bobby Bradford, dat het formaat met veel artistiek succes wist uit te diepen. Het waren niet enkel de twee interpretaties van hun werk, maar ook de eigen composities die bijdroegen aan een verwerking van invloeden die kon ingepast worden in de trajecten van de twee muzikanten. All Directions Home bouwt daar nu op verder met even veel succes.

De verdeling is ook vergelijkbaar. Het album wordt ook deze keer ingedeeld in negen stukken, met opnieuw twee geleende composities en zeven eigen bijdragen (drie van Vandermark, vier van Wooley). Die eerste twee maken trouwens meteen al duidelijk dat het album niet enkel draait om cerebrale spelletjes van muzikanten die voortdurend op zoek zijn naar nieuwe manieren om de elementen van compositie en improvisatie in evenwicht te houden, of om het ene te laten inwerken op het andere. Het zijn twee verrassend toegankelijke stukken, waarin vooral gezocht wordt naar een hechte afstemming.

Ornette Colemans minder bekende “I Heard It Over The Radio” wordt door Vandermark op gang gebracht met een zacht slingerende baritonsax, waar Wooley na verloop van tijd op inpikt met gedempte trompet. Het is een zacht glijdend stuk, vaag bluesy, waar een serene wind door waait en waar de ruimte centraal in staat. Het is delicaat, zelfs teder, ondanks het formaat en kloeke klank van de baritonsax. Je hoort er zachtjes de kleppen in tikken. In “Done Left” van Mississippi Fred McDowell, is het de tenorsax die de repetitieve lijnen van de gitaar uitzet, waardoor Wooley naar believen kan toevoegen, wat hij aanvankelijk doet als tweede ‘stem’, maar iets later ziet hij ook zijn kans om uit te pakken met gierende kreten en schurende vegen. Een knappe, expressionistische bluesoefening is het resultaat.

Binnen de eigen stukken valt opnieuw de variatie op. Hanteert Vandermark de bariton, dan gaat het er doorgaans iets ritmischer en potiger aan toe. Natuurlijk een gevolg van de klankkleur, maar natuurlijk ook omdat het instrument net iets minder geschikt is voor de kwiekere en meer abstract klinkende uitwisselingen. Opener “Another Lecture” is met die donkere baritonstoten alleszins eentje die meteen de oren doet spitsen, zeker omdat het gaat om een muzikale conversatie die eigenlijk best transparant is en waarin de brullende uithalen en stoten van Vandermark zo mooi contrasteren met de meer lyrische en vloeiende smeerpartijen van Wooley.

Het is een vrij sterk contrast met “Calling”, waarin ondanks het wisselen van blaastechnieken, muzikaal geneurie en gerekte klanken eigenlijk een heel coherent verhaal verteld wordt. Vooral de rietblazer blijft hier vooral variëren op een repetitief motief waar de trompettist dan rond kan dansen. Het draait uit op een opvallend stuk dat een gevoelige ballade combineert met een verkenning van allerhande kleine geluiden. Vandermarks laatste compositie “Such Science” zet dan weer sterker in op simultaan spel, waarbij basklarinet en trompet losjes rond elkaar slingeren, om vervolgens parallelle, maar afwijkende wegen op te zoeken. Het gaat regelmatig de vrije toer op, maar er zijn hechte markeringen, waardoor ze soms ook onverwacht beginnen flemen.

Wooleys bijdragen klinken, met uitzondering van “Lutoslawski”, dat een beetje aanvoelt als een verderzetting van “Another Lecture”, misschien iets minder ritmisch dan de composities van Vandermark. Ze bieden net iets minder houvast. Zo wordt in “I Prefer The Company Of Birds” gewerkt met de combinatie van klarinet en trompet, wat voor een iets minder voor de hand liggende klankkleur zorgt. Contrastwerking wordt belangrijker, het wordt ook wat nerveuzer en abstracter, met snellere loopjes, grotere intervallen en zigzaggende bewegingen. “Battle Piece C” is dan weer een terugkeer naar het Battle Pieces album en klinkt door de korte duur ook meer gefragmenteerd dan de stukken waardoor het omringd wordt. Gaandeweg gaat het meer aanvoelen als een spontane vingeroefening dan een stuk met duidelijke afspraken. De korte dubbelsprint van “Jim The Boy” is dan rechtlijniger, een verkenning voor solo- en begeleidende stem, waarbij de twee gaandeweg door elkaar vloeien.

Net als zijn voorganger blinkt All Directions Home dus uit in variatie en dosering. Het is vooral een knappe evenwichtsoefening die hier ontplooid wordt, voortdurend genereus tussen vorm en vrijheid, lyriek en abstractie, rust en kracht. Er is veel continuïteit – zo werden beide albums ook live opgenomen in The Sugar Maple in Milwaukee, maar dan met goed twee jaar er tussen, en uitgebracht via de eigen labels van de twee -, maar ook meer dan voldoende inventiviteit om te boeien met een programma dat op papier misschien eerder geschikt lijkt voor een live ervaring. Het mag duidelijk zijn dat deze twee elkaar gevonden hebben. Hopelijk gaat dat verhaal nog even verder.

Het album is te krijgen via Instant Jazz. Wooley en Vandermark spelen zondag 15 mei in de Paradox (Tilburg) i.k.v. het Incubate Festival. Op 26 mei staat Vandermark in De Ruimte (Amsterdam) met Paal Nilssen-Love.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =