Bob Mould :: Patch The Sky

Als je zowel in de jaren ‘80 als ‘90 een aantal klassiekers op je naam schreef, hoef je je niet meer te bewijzen. En dus gaat Bob Mould nu al een paar platen lang terug naar de essentie: gewoon rocken.

Het lanceren van een merchandisingsite vorig jaar voedde de hoop op een Hüsker Dü-reünie. Liet Grant Hart een paar jaar geleden in de Ancienne Belgique tijdens een vraaggesprek over de muziekscene in Minneapolis de deur voor een hereniging van een van de meest legendarische undergroundbands uit de jaren ‘80 nog enigszins op een kier staan, dan laat Bob Mould er geen twijfel over bestaan. Zowel in zijn een paar jaar geleden verschenen autobiografie See A Little Light als in recente interviews maakte hij het duidelijk: terugkijken is zijn ding niet en die reünie komt er nooit. Never. Jamais. Op meer dan wat T-shirts en, in het allerbeste geval, wat materiaal uit de kluizen hoeft er niet gerekend te worden.

Zeggen dat hij nooit terugkijkt op het verleden is overigens sowieso wat overdreven. Patch The Sky kan beschouwd worden als het slotstuk van een trilogie die verder bestaat uit Silver Age (2012) en Beauty & Ruin (2014). De knoppendraaierij en elektronische beats en bleeps waarmee hij begin deze eeuw aan de slag was, laat hij ondertussen opnieuw links liggen om te doen waar hij het best in is. En dat is rechttoe-rechtaan rock in de stijl van Sugar, die andere befaamde band waarmee hij met Copper Blue een van de essentiële rockalbums uit de vroege jaren ‘90 op zijn naam schreef. Het was trouwens naar aanleiding van een verjaardagstournee voor dat album dat hij een band bestaande uit Jason Narducy (Superchunk) en Jon Wurster (The Mountain Goats) samenstelde waarmee hij na de eerdere twee albums nu ook Patch The Sky opnam.

Opener “Voices In My Head” zet meteen de toon voor de rest van het album. Met zijn snerpende gitaren en pakkende melodie is het een song die met de deur in huis valt. Ook gedurende de rest van het album zal het tempo steeds hoog blijven, waarbij de enige snedige rocker de andere opvolgt en, bij gebrek aan echte rustpunten in het album, de luisteraar nauwelijks de kans laat om te bekomen vooraleer de volgende mokerslag van een riff aankomt. Want op z’n best (“The End Of Things”, “Pray For Rain”) zijn het songs die qua sound en energie — wie Bob Mould recent op het podium zag, weet dat hij nog steeds dartel als een jong veulen rondspringt — niet hadden misstaan op het al eerder genoemde Copper Blue.

Patch The Sky is overigens een album dat baadt in een donkere sfeer — en in dat opzicht herinneringen oproept aan het gitzwarte Black Sheets Of Rain — wat mede verklaard wordt door het recente overlijden van zijn moeder, nadat eerder al zijn vader in de aanloop naar Beauty & Ruin stierf. “I keep searching, hoping, waiting for the sun that always shines so bright on everyone” klinkt het bijvoorbeeld bijna wanhopig in “Losing Sleep”. Al even radeloos klinkt “Hands Are Tied”, een minder dan twee minuten durende stormram die even de geest van Hüsker Dü doet herleven.

Bob Mould mag zich dan wel teruggeplooid hebben op wat hij het beste doet: zonder franjes er tegenaan gaan in de ruimere traditie van The Ramones. Dat is meteen ook het grote nadeel van dit album. De energieke, maar niet aflatende energie en de opeenvolging van uptempo, zwaar uithalende songs die allemaal eenzelfde sound hebben maken het album niet altijd even makkelijk beluisterbaar. Ondanks de intrinsieke kwaliteit van de songs op zich, had wat meer variatie het album zeker ten goede gekomen. Desalniettemin kunnen we enkel maar vaststellen dat Bob Mould nog altijd het heilige vuur bezit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =