Matt Berninger :: Get Sunk Tweede soloplaat van de frontman van The National. Aan de hand van tien ingetogen songs lijkt vallen en rechtkrabbelen logisch. Get Sunk is van een zeldzame breekbare schoonheid met een vleugje triomfalisme.
- Craig Finn :: Always Been Finn levert al meer dan twintig jaar goeie tot uitstekende platen af met The Hold Steady, maar op zijn zesde soloalbum vindt hij nagenoeg de perfecte balans tussen parlando en zang. De productie is van Adam Granduciel, en al vanaf de eerste gitaarsolo waart de geest van The War On Drugs over het album. Finn vertelt laconieke verhalen over twijfelende priesters, overspel en spijt, maar telkens met mededogen. Always Been is dan ook een verzameling songs die je pas raken wanneer het leven je er eindelijk klaar voor maakt.
- Ryan Adams :: Self-Portrait Begin december gooide Ryan Adams zonder veel poespas een vierentwintigtal nummers in de poel. Een eclectische mix van covers (New Order, R.E.M.) en introspectie. Weinig vernieuwende songs, maar wel een handvol nummers die je al na slechts enkele beluisteringen in het hart sluit. “Please Shut The Fuck Up” is alvast een prima advies terwijl je naar dit lang uitgesponnen zelfportret luistert.
- The Veils :: Asphodels In amper vijf dagen opgenomen en van een zeldzame intimiteit. Een plaat van de groep, maar eigenlijk is dat gewoon Finn Andrews. Een half uur gelardeerd met strijkers, cello en net genoeg woorden. Wie het droog houdt bij “O Fortune Teller” mag alvast hopen op een ziel onder de kerstboom.
- Bonnie ‘Prince’ Billy :: The Purple Bird Wederom een soloartiest, maar wel eentje die al meer dan dertig platen aanleverde in verschillende constellaties. Een heerlijke verzameling countrysongs deze keer, met als absoluut hoogtepunt het breekbare “Boise, Idaho”. Een treurballade met een pijnlijke epiloog om van te smelten, aldus (ep). Beter hadden we het niet kunnen zeggen.
- Pulp :: More Na meer dan vierentwintig jaar nog eens een plaat uitbrengen en nog relevant klinken ook. Faut le faire. Catchy Britpop met een door demonen gedreven Jarvis Cocker. De stroom aan woorden staat de song nooit in de weg en More geeft dan ook onderdak aan een van de mooiste singles van het jaar (“Spike Island”).
- Suede :: Antidepressants Ietwat rauwere plaat dan de vorige, maar deze tiende van onze geliefde Londenaars weet nog steeds de juiste galmsnaar te raken. Niets mis met de wil van Brett Anderson om te dansen met de Europeanen, maar onze voorkeur gaat ook hier alweer naar het verpletterende, naar een donderende climax wroetende “June Rain”. Het is nog niet te laat om dat nummer op zijn minst één keer te beluisteren voor de jaarwende.
- Kae Tempest :: Self-Titled Tempest gaat niet voor compromissen, maar voor bevrijding met behulp van poëzie en beats op deze mokerslag van een plaat. Op zijn vijfde kijkt hij achterom, maar enkel en alleen om vooral vooruit te kunnen. Glorieuze plaat.
- Dressed Like Boys :: Dressed Like Boys Op Enola werd de plaat van Jelle Denturck (ex-Dirk.) terecht omschreven als een in fluwelen handschoen gehulde dikke fuck you naar pilaarbijters en samenzwerende idioten. Ik heb daar weinig aan toe te voegen. Compromissen zijn ook hier niet te vinden. Het is met de borst vooruit huilen. Voer voor fans van David Bowie en breed uitgesmeerde emoties.
- Bob Mould :: Here We Go Crazy Prima, korte en energieke plaat van de voormalige frontman van Hüsker Dü en Sugar. Mould verwerkt trauma’s roepend tegen een melodieuze gitaarmuur zonder de hoop te verliezen. Here We Go Crazy is wijdbeense melancholie voor gevorderden.


