De naam Bob Mould klinkt als verschroeiende muziek in de oren van elk beetje rockliefhebber. Na het haast mythische Hüsker Dü uit de jaren tachtig vond de man zichzelf deels terug uit met het al even legendarische Sugar dat begin jaren negentig klonk als een passionele tongkus tussen snoeiharde hardcore en welluidende powerpop. In De Roma smaakte dat alsof we net een dozijn Vicks Blue-muntjes hadden geslikt.
1992: met het monumentale Copper Blue tekenden Mould (gitaar/zang), David Barbe (bas/zang) en Malcolm Travis (drums) voor een van de invloedrijkste albums in de alternatieve muziekscene van de jaren negentig. Krap drie jaar en enkele meesterwerken op plaat later hield het trio het al voor bekeken. Toch was dit concert in die originele bezetting uit hun lopende reünietournee, 31 jaar na datum, geen suikerspinnen nostalgie-act – bijlange na niet. Daarvoor zijn “House Of Dead Memories” en “Long Live Love”, de twee nagelnieuwe singles van vorig jaar, veel te krachtig, passen ze veel te naadloos in het vroegere idioom van de band.
Het was een kopstoot van een concert dus, en dat begon al onmiddellijk met drie songs uit dat net vermelde Copper Blue. Zowel “The Act We Act”, het bewust fel op Pixies lijkende “A Good Idea” (die baslijn!) als de hit “Changes” vlogen er aan lichtsnelheid in. Mould wervelde als een jong veulen over het podium, drummer Travis beukte er met mokerslagen op los en bassist Barbe zong lustig mee in de refreinen. Merk op dat die laatste in veel songs de zang voor zijn rekening zou nemen, al stond bij aanvang zijn micro net dat tikje te stil. Maar hey, als je zoals wij een groep niet meer live gezien hebt sinds 1993, bedek je een en ander heus wel met de mantel der liefde.
Het dreinende “Company Book” uit File Under Easy Listening (1994) en “After All The Roads Have Led To Nowhere” uit Besides (1995) toonden glashelder aan dat de band destijds het niveau van zijn beperkte discografie torenhoog wist te houden. Ook heel authentiek: hoe Mould in zijn eerste bindtekst die avond ontwapenend vertelde dat De Roma de mooiste zaal in België was waar ze ooit hadden opgetreden, en dat de groep ook nog nooit voor zo’n groot Belgisch publiek ten dans had gespeeld. Nochtans was de zaal met zo’n elfhonderd verkochte tickets op een capaciteit van tweeduizend toeschouwers niet uitverkocht, maar dat liet de band én het publiek duidelijk niet aan zijn hart komen, integendeel.
En dus klonk ook het wat tragere “Hoover Dam” als de betere betonmixer. Herhaaldelijk stonden Mould en Barbe tijdens dit concert tegenover elkaar een vriendschappelijk duel tussen snedige gitaar en moordend efficiënte bas uit te vechten, en ook de samenzang tussen de twee heren klonk als een Zwitsers klokkenspel. En het optreden zelf? Dat jakkerde lustig verder, jawel; al kon je je vragen stellen bij de fikse duur ervan. Anderhalf uur je tanden al dan niet stukbijten op welluidende noise is géén peanuts, ook al hoor je het trio in kwestie doodgraag. Ander minpuntje: Mould zong soms zanglijnen die nogal verschilden van de originele studioversies, al paste dat ook wel in de power die dit concert had.
Verdere uitschieters? De kraakverse singles “House Of Dead Memories” en “Long Live Love” werden even brandbaar gespeeld als de rest van hun oeuvre, geen speld tussen te krijgen. Het podium op het einde verlaten voor eventuele bisnummers deed de band ook al niet; Barbe hing op een gegeven moment gewoon even zijn bas op een staander, de groepsleden gingen met de handdoek een seconde door hun gezicht en hup, we waren vertrokken voor de laatste drie songs. “Helpless”, met die moordgriet van een gitaarriff, ging er bij het publiek in als zoete koek, net als “Gee Angel”. In het allerlaatste nummer, wereldhit “If I Can’t Change Your Mind” varieerde Mould er met zijn zanglijn weer op los, maar ach: bij zo’n uppercut van een concert vergeef je dat de man in een oogwenk. Sugar bewees in De Roma immers dat ze er anno 2026 nog steeds staan alsof ze nooit zijn weggeweest.



