Audio One :: What Thomas Bernhard Saw

Welkom in de wereld van Ken Vandermark, waar stilstaan geen optie is en voortdurend gezocht wordt naar nieuwe uitdagingen, formaten en manieren om compositie en improvisatie op elkaar te laten inspelen. De release van het derde album van het tienkoppige Audio One, werd meteen ook vergezeld van de melding dat het ging om het laatste album van deze band. Intussen loeren alweer andere projecten om de hoek. Maar als sluitstuk van een krappe discografie kan What Thomas Bernhard Saw wel tellen. Het bevat heel wat elementen die typisch zijn voor de componist, maar die dan uitgevoerd worden door een band met een heel eigen karakter.

De eerste twee albums, verschenen in 2014, lieten meteen al een variatie aan stijlen en invloeden horen. The Midwest School was een expliciete hommage en bevatte werk van Anthony Braxton, het Art Ensemble Of Chicago en Henry Threadgill, maar vooral ook een onderschatte figuur als Julius Hemphill, die aanvankelijke furore maakte vanuit St. Louis. Op An International Report, dat opnieuw opgedragen werd aan een paar van die figuren, stond eigen werk van Vandermark centraal. Dat was, net als deze derde plaat (zoals de vorige albums live opgenomen), op een stilistisch kruispunt waar verschillende fascinaties of obsessies uit het heden en verleden elkaar terugvinden. Er is een duidelijke link met vorige grote bezettingen als The Resonance Ensemble en zijn Territory Bands, die meer Europees gekleurd waren, maar het had net zo goed iets van de ronkende grooves van Made To Break of de explosieve uitwisseling van compositionele en vrije elementen zoals die al op de spits gedreven werd bij The Vandermark 5.

Om dat tot een goed einde te brengen, doet Vandermark beroep op een indrukwekkend lijstje muzikanten uit de bloeiende Chicagoscene, met daarin een paar jongere en minder bekende stemmen (altsaxofonist Nick Mazzarella, bassist Nick Macri en altvioliste Jen Paulson), maar voor de rest kleppers die intussen al jarenlang deel uitmaken van de bekende garde. Zo zijn er trompettist Josh Berman en vibrafonist Jason Adasiewicz, maar ook vier muzikanten die ooit deel uitmaakten van de langstlopende van Vandermarks projecten: trombonist Jeb Bishop, rietblazers Mars Williams en Dave Rempis, en drummer Tim Daisy. Muzikanten met wie je het hele spectrum kan bestrijken, van knetterende powerplay en moddervette Ethio-grooves tot abstract prikkelwerk en passages die invloeden uit dub, punk, pompende soundtracks, maar ook elektroakoestische muziek en avant-gardetradities verraden.

Het krijgt hier gestalte in vier potente blokken muziek, samen goed voor zeventig minuten, die allemaal bogen op structurele richtingaanwijzers, maar ook teren op de bijdragen van de individuele muzikanten die samen, in kleine fracties of als collectief aan de slag kunnen gaan. Met opener “Doble Negación” krijg je meteen een fraaie staalkaart gepresenteerd, door een lange aanloop via zinderende klankgolven van vibrafoon, altviool en bas, die gaandeweg opengebroken wordt door een lichtvoetig funkritme van Daisy. Wat volgt zijn vier saxen die richting zon schieten en in dialoog gaan met koperblazers, een groove à la Made To Break (maar dan op grotere schaal) en een combinatie van ensemblespel en solo’s die uitgeleide gedaan worden door een naar Sun Ra knikkende passage.

Begeeft Vandermark zich regelmatig in de richting van meer academisch getinte tradities, dan windt “Boxers And Dancers” er geen doekjes om: hier wordt gekozen voor een lijfelijke, Afrikaanse vibe, met knappe instrumentcombinaties die tegen elkaar uitgespeeld worden (trombone/vibrafoon versus baritonsax/altviool, enzoverder) en aanzwellende Ethio-thema’s. Het mag niet verwonderen dat het stuk opgedragen werd aan Fendikadanser Melaku Belay en de pas overleden gigant van de Ethiojazz, Getatchew Mekuria, die in deze contreien mee op de kaart gezet werd door het onvermoeibare werk van The Ex. Een machtige, glibberig slingerende altsolo van Rempis, stuiterende ritmes, een kleurrijke bijdrage van Berman en een ijzeren ruggengraat die even ontploft in bronstig beukende ensemblepassages à la David Chase. Lekker rollend, maar retestrak waar nodig.

”Uitgraving”, opgedragen aan Willem de Kooning, is dan wat abstracter en grilliger. Het gaat van start met een hechte klets, maar is vervolgens allerminst voorspelbaar. Het is een komen en gaan van ideeën en insteken, van plotse stopjes en grillig bochtenwerk, van schuifel- en sputterklanken. Sober, met passages die neigen naar moderne gecomponeerde muziek, een meer cerebrale uithoek van het universum waarin de abstractie niettemin gestuurd wordt door richtinggevende interventies en collectieve krachtstoten. Die worden opnieuw opgepikt, maar dan in een meer toegankelijke en exotisch getinte vorm in “Tape” (voor Robert Irwin), dat teert op een van Vandermarks mooiste thema’s, een moment van rauwe, maar aandoenlijke melancholie en een samengaan van dans en kracht, van grommende texturen én bedwelmende hypnose (gewoon luisteren naar wat Adasiewicz en de ritmesectie hier uitvreten rechtvaardigt al de aanschaf van de plaat).

Een heel nieuwe koers laat What Thomas Bernhard Saw niet horen (of toch niet voor wie Vandermark al een tijd volgt), maar het voelt wel haast aan als een soort culminatiepunt, waarin de stokpaardjes en compositievoorkeuren van de bandleider mooi in kaart gebracht worden. En het is net doordat die abstractie zo mooi in evenwicht gehouden wordt door de samenhang, het bedachtzame door het cerebrale, en de structuur door de gulle, gretige vrijheid, dat dit zo’n sterke plaat geworden is, een aanrader uit de brede aanbod van de laatste jaren. Zeventig minuten is veel, maar Vandermark is op het punt gekomen dat hij die moeiteloos weet te vullen met kwaliteit, al heeft hij daar natuurlijk ook niet de minsten voor uitgekozen.

Vandermark heeft voorlopig geen Belgische concerten gepland, maar duikt wel een paar keer op bij onze Noorderburen. Op 15/5 speelt hij met Nate Wooley op het Incubate Festival (Tilburg), op 26/5 met Paal Nilssen-Love in De Ruimte (Amsterdam). Ander volk uit Audio One komt wel wat dichterbij: zo speelt Josh Berman op 24/4 met Trio op bij Sound In Motion (Antwerpen) en doet het Dave Rempis Percussion Quartet hetzelfde op 16/5. Meer info HIER.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 1 =