The Libertines :: Anthems For Doomed Youth

Te vaak gebeurde het in het verleden: een beloftevolle artiest die veel te jong ten onder ging aan de verleidingen van seks, drugs en rock-’n-roll. Denk maar aan Kurt Cobain, Jimi Hendrix of Jim Morrison. En nog niet zo lang geleden Amy Winehouse, de fijnste strot die in jaren ons oor kwam kietelen.

Lange tijd zag het ernaar uit dat Pete Doherty hetzelfde lot beschoren was. Een ongelooflijk getalenteerde muzikant en vooral tekstschrijver die echter meer de kranten- en websitepagina’s haalde door zijn exploten met allerlei fotomodellen en andere gevaarlijke substanties dan door zijn muzikale verdiensten. Er was een tijd dat je bij de Engelse bookmakers – er wordt aan de andere kant van het kanaal op werkelijk alles gewed – geld kon inzetten op zijn houdbaarheidsdatum. Best jammer hoe zijn relatie met de Britse rioolpers de muzikale merites van zijn band steevast overschaduwde.

Feit is dat The Libertines, na met hun eerste twee albums fantastische visitekaartjes afgeleverd te hebben, veel te vroeg de kap over de haag gooiden. In 2004 verkruimelde de band, die eigenlijk nog een jaar of vijf, misschien zelfs tien, op het hoogste niveau had kunnen en moeten meedraaien, in een aantal nevenprojecten – Babyshambles en Dirty Pretty Things, met name – die vaak verdienstelijk waren, maar nooit het niveau haalden van de moedergroep waaruit ze ontsproten. Ook het solowerk van Doherty en zijn afwisselend beste vriend en grootste vijand Carl Barât – bij de opnames van hun tweede, titelloze plaat moesten er bodyguards ingeschakeld worden om te voorkomen dat de twee mekaar in de haren vlogen – was verre van slecht maar kwam alles welbeschouwd slechts even dicht bij het werk van The Libertines in de buurt als een obese kettingroker bij het uitlopen van een marathon.

Keer op keer moesten we constateren dat om op de top van hun creatieve kunnen te functioneren de twee mekaar nodig hadden. Doherty Barât omwille van diens koelbloedigheid, gevoel voor stijl en werkethiek. Barât Doherty voor zijn je-ne-sais-quoi, ongebreidelde roekeloosheid en aangeboren gevoel voor poëzie. Groot was dan ook onze blijdschap toen de band in 2010 twee reünieconcerten aankondigde voor festivals in Reading en Leeds. Een nieuwe plaat zou wel snel volgen leidden we iets te hoopvol –we wilden het immers zo graag – uit het nieuws af.

Uiteindelijk is die nieuwe plaat er pas vijf jaar later gekomen. Het viertal heeft zijn fans dus flink op hun honger laten zitten, maar, euh, honger is de beste saus, nietwaar? En het mag gezegd: Anthems For Doomed Youth is een fijne plaat geworden. Niet zo’n goede als hun eerste en vooral hun tweede, maar toch beter dan gedacht en verhoopt. De band trok voor de opnames naar Thailand, waar Doherty zijn zoveelste rehabpoging ondernam.

Met een flink pak feedback en rollende drums, een intro die wat aan Arctic Monkeys doet denken, mag “Barbarians” de plaat aftrappen. Zodra de lekker rauw en wat rommelig gespeelde gitaren en de half gesnauwde half gezongen vocals die Barât en Doherty zo typeren erbij komen, hoor je echter onmiskenbaar dat het wel degelijk The Libertines zijn. “This one’s for your heart and for your mind/The melodies in 4/4 time/You get in right and it rings true”, zingt Barât strijdvaardig als in een manifest. Als om duidelijk te maken dat hij zelf ook wreed content is dat hij zich eindelijk weer met zijn favoriete muzikale maatje in de auditieve speeltuin bevindt.

Met het intense en emotionele “Gunga Din” is het meteen een fijn wederhoren: de band vuurde het lied een dikke twee maand geleden al op de wereld af. Muzikaal een aangename oorwurm, half reggae en half indierock, bezingen Doherty en Barât hun moeilijke relatie. Eerst laat Doherty weten dat hij zich zelf ook niet goed voelt bij zijn toxicomane gedrag: “Woke up again/To my chagrin/Getting sick and tired of feeling sick and tired again.” Barât riposteert door Doherty een uitbrander te geven: “Woke up again/To my evil twin/The mirror is fucking ugly and I’m sick and tired of looking at him.” Als om te laten weten dat ware vrienden mekaar niet sparen. Even later vallen ze in mekaars armen: “Oh the road is long/If you stay strong/You’re a better man than I.” Aan het eind geeft Barât zijn ten tijde van de opnames nog afkickende bloedbroeder een plets in zijn gezicht bij wijze van wake up call: “Oh, what are you doing, you stupid fucking idiot?/Wake up!/Hey!” Niemand kan alvast beweren dat de twee niet hun hart en ziel in hun songs leggen.

“Fame And Fortune” is een nostalgische terugblik van Barât en Doherty op de begindagen voor hun doorbraak. Die zoete tijd waarin ze nog nobel onbekend waren doch vastberaden de wereld te veroveren. De good old days, dus. “If you’re seeking fame and fortune/Walking the streets of London/Looking for the crossroads everywhere/Hold on to your dreams, however bleak it seems/The world may not listen, but the devil may care.” Dat laatste mag rustig als een flinke sneer naar de nietsontziende en levens overhoop halende Britse paparazzi beschouwd worden.

In het kabbelende en door een wat jazzy klinkende leadgitaar geleide “Anthem For Doomed Youth” worden George Orwell en Oliver Cromwell genamedropped en zingen The Libertines over de soldaten die tijdens WO I in Flanders Fields het loodje legden: “The batallions, once so proud/Lost in some old song and hanging on the barbed wire.” Een overblijver uit Let It Reign, de laatste, door de Grote Oorlog geïnspireerde, soloplaat van Carl Barât?

In “You’re My Waterloo”, een gevoelige ballade waarin hij zijn affectie voor Barât uit, komt de crooner in Doherty aan het oppervlak. Aanvankelijk begeleid door weinig meer dan een spaarzaam bespeelde piano, groeit de song uit tot een kleine symfonie die volop doorspekt is met allerlei referenties aan het mythische Albion, de droomversie van Engeland die steeds weerkeert in Doherty’s literaire idioom. Hij schreef de song in hun begindagen en het is de enige ‘oude’ compositie op Anthems For Doomed Youth.

In het opgewekt klinkende doch erg diep snijdende “Belly Of The Beast” zingen Doherty en Barât over hun innerlijke demonen. Getuige ook de fantastische zinsneden “Back in London’s grey scotch mist/Staring up at my therapist/He says pound for pound, blow for blow/You’re the most messed up motherfucker I know”. Kudos voor drummer Gary Powell en bassist John Hassall trouwens, die in de song duidelijk aantonen dat The Libertines zonder hen maar een halve band zou zijn.

De intro van “Iceman” heeft een hoofdrol in petto voor het geluid van de golven die Albion aan alle kanten omringen. Het is een lieflijk lied, bijna volledig op akoestische gitaar ten berde gebracht, al kan je onder het oppervlak ook een piano ontwaren die vooral in de lagere regionen van het klavier huishoudt. Het flink stuiterende “Heart Of The Matter” is een uppercut van jewelste die niet had misstaan op hun eerste plaat. Een jagende drumsectie wordt kracht bijgezet door twee heerlijk pielende gitaren die bij momenten flink uithalen. Afwisselend zingen Doherty en Barât de ziel uit hun lijf. Een van onze favorieten op de plaat.

Ook “Fury Of Chonburi” is een song die op hun eersteling had kunnen staan. Van hetzelfde laken een pak. Pure punkrock dus. Het is misschien nog meer een mokerslag dan “Heart Of The Matter”. Chonburi is trouwens de Thaise provincie waar de band Anthems For Doomed Youth ging opnemen. Met “The Milkmans Horse” keert de rust een beetje weer. Of zo lijkt het toch want eens aan het refrein aanbeland, groeit het nummer uit tot een episch anthem met wat wel duizend lagen lijken. Toch blijft de geanticipeerde uitbarsting uiteindelijk uit, op het moment dat je verwacht dat de band helemaal in overdrive zal gaan zetten ze er een punt achter. Anticlimax heet dat dan.

Het lekker smerig klinkende en wat slepende “Glasgow Coma Scale Blues” wordt door Barât voorzien van arrogant snerende vocalen. Verder fleurt een steeds weerkerende snerpende gitaar de bridge op en valt Doherty zijn maat in de refreinen bij.
Het bijna … neen, niet bijna, het volkomen gotische “Dead For Love” – spontaan kwam Edgar Allen Poe in ons brein rondwaren – baadt in een macabere sfeer. Een pianoriedel die zo uit een oude horrorfilm geplukt lijkt, parlando teksten die het lied een luguber cachet verschaffen en aan het eind poëzie die door Doherty en Barât in stereo gedeclameerd wordt. Het is een buitenbeentje op de plaat en een mooie, waardige afsluiter.

En nu maar hopen dat Doherty erin slaagt zijn innerlijke demonen onder controle te houden en dat we toch niet plots moeten horen dat hij alsnog het loodje heeft gelegd. Helemaal uit de gevarenzone is hij klaarblijkelijk nog steeds niet helemaal, getuige de recente verhalen over afkickklinieken, geannuleerde concerten, angstaanvallen en gerechtelijke procedures. En ook, dat we niet nog eens vijf jaar wachten moeten op nieuw werk van de band, want daarvoor is de chemie die tussen hem en zijn vriend Carl Barât speelt te waardevol.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × een =