Pete Doherty :: Hamburg Demonstrations

Pete Doherty bulkt van het talent, schudt de ene poëtische zinsnede na de andere uit zijn mouw, verzint gezellig rammelende riffs bij de vleet, weet live moeiteloos het publiek op zijn hand te krijgen, maar is er desondanks (nog) niet in geslaagd helemaal te overtuigen en uit te groeien tot pakweg de Bob Dylan, de Leonard Cohen of de Nick Cave van zijn generatie.

Neen, Pete moddert maar wat aan, op zijn eigen onnavolgbaar nonchalante wijze, als de vleesgeworden definitie van het concept ‘underachiever’. Hij laat niemand koud: je bent ofwel voor ofwel tegen, een middenweg is er bij Piet niet. Het wat ziekelijke zorgenkind van zowat iedereen, dat is wat hij altijd al is geweest. Niet in het minst van zijn kompanen bij The Libertines en zijn hondstrouwe fans, maar ook van de talrijke bloedhonden in de (Britse) media met wie hij altijd een haat/liefdeverhouding onderhield en de concertorganisatoren die hij meermaals het bloed vanonder de nagels pestte door zich onmogelijk en destructief te gedragen. En ocharme de aan zijn nukken en grillen onderworpen platenpiefen en promobitches die waarlijk over een ongelooflijk en eindeloos engelengeduld dienen te beschikken.

Dit gezegd zijnde, de enorme pakken krediet en goede wil die Pete langs alle kanten te beurt vallen, vallen daar ook niet toevallig. Waar rook is, is doorgaans ook vuur: hij blijft diep vanbinnen een sympathieke knul die grossiert in talent. Ook met zijn tweede soloplaat levert de boomlange troubadour wederom een fijn album af dat overloopt van goede ideeën en waarnaar het fijn luisteren is in deze koude winterdagen. En de rommelige nonchalance, tja, die zullen we dan maar als zijn handelsmerk beschouwen zeker?

Neem de met haken en ogen aaneenhangende intro van “Kolly Kibber”, die niet doet vermoeden dat de rest van de song best van een hoog niveau is. Vooral het koortje in de bridge is om van te smullen. Der Pete – hij maakte vriendjes in een Hamburgse opnamestudio en bleef er dan maar een tijd hangen – haalt zijn beste schoolduits van stal: nog een geluk dat de meeste Duitsers vlotjes Engels praten, van verder commentaar over zijn Deutsche Sprache zullen we ons wijselijk onthouden. “Down for the Outing”, dat erg aan Pavement doet denken, sleept en treuzelt zich gestaag richting net onder de hersenpan om finaal uit te monden in alweer zo’n typisch slordige gitaarsolo.
Tijdens “Birdcage” laat de Libertine zich vocaal bijstaan door Suzi Martin, medeuitbater van zijn tweedehandsshop in Camden. Keep my shop, sing my song., als het ware. Hey, het ene pleziertje is het andere waard, toch?

Het in een countrysfeer badende “Hell to Pay at the Gates of Heaven” is Doherty’s fijne hommage aan de slachtoffers van de aanslagen in Le Bataclan. “Come on boys choose your weapon/J-45 or AK-47?”, zingt hij, met J-45 refererend aan de favoriete gitaar van John Lennon. “Flags from the Old Regime” is dan weer een ingetogen ode aan de betreurde Amy Winehouse, zijn schielijk overleden drinkmaatje van weleer. Van “I Don’t Love Anyone (but You’re Not Just Anyone)” staan er twee versies op de plaat, een ingehouden akoestische versie met strijkers en een poppy meer uptempo gespeelde versie. Allebei anders, allebei de moeite. “A Spy in the House of Love (Demo Vocals)” trapt af met een gesamplede typewriter en is verder een gezellig kabbelend liedje over de liefde. En tijdens het erg dicht tegen de sound van The Libertines aanschurkende “Oily Boker” moesten we denken aan de mondharmonica van Dylan en de psychedelica van Pink Floyd.

Het enige dat we echt op te merken hebben is dat Hamburg Demonstrations met wat meer werkethos hadden kunnen uitgroeien tot een echt geheel van tijdloze songs. “Plus est en vous”, zou onze oude en strenge, maar rechtvaardige leraar Frans Doherty naar zijn arrogante kop slingeren. Om hem daarop te veroordelen tot een groot pak strafstudie. “Zachte heelmeesters maken stinkende wonden,” zou hij erbij mompelen. Een stinkende wond zouden wij hem niet meteen noemen, maar toch. U begrijpt wel waar we naartoe willen. Doherty slaagt er maar niet in écht zijn plek tussen de groten op te eisen. Bakken aandacht in de tabloids en succes in de hitparades zijn immers geen graadmeter. De kunst en zijn tijdloosheid kennen geen compromissen en een echte vriend spaart men niet. Nu, wat niet is kan altijd nog komen en met Hamburg Demonstrations heeft Pete wel weer flink wat krediet opgehaald.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =