Morrissey :: World Peace Is None Of Your Business

Niets om jullie bijzonder ongerust over te maken, maar we vreesden toch stilletjes het ergste toen er plotsklaps een nieuwe Morrissey werd aangekondigd. Zou het een bittere zwanenzang in mineur worden of een triomfantelijke kwak spuug zonder weerga? Na een louterende onderdompeling in de wereld van Mozz keerden we alvast terug met een gevaarlijke grijns om de lippen.

De wind blies al een tijdje erg ongunstig en bij momenten krachtig in Morrisseyland. Vijf jaar na het wisselvallig ontvangen Years Of Refusal bleek Steven Patrick Morrissey vooral een magneet voor onheil. De gezondheid liet het al eens afweten (klets u vooral op de billen met uw voorspelbare mopjes over vegetariërs en sterf pijnlijk), verkoopcijfers vielen behoorlijk tegen, er werd geen nieuwe platenfirma gevonden en verschillende concerten moesten meermaals afgelast worden. Met een pijnlijk heen en weer gescheld richting voorprogramma’s voor het overbrengen van ziektekiemen als dieptepunt. Het vitriool droop, weliswaar spitant, nog maar eens van de muren.

Nu, timing is alles. Onberispelijke timing is toeval de deur wijzen met flair. In een week, waarin de onschuld nog maar eens op verschillende plaatsen op deze aardkloot cynisch aan gruzelementen werd geknald, is een plaat uitbrengen met World Peace Is None Of Your Business als titel treiterig accuraat. De bedrieglijk kabbelende titelsong, geschreven naar aanleiding van de escalatie in Oekraïne, is alvast een ironische oproep tot berusting. Carry on, kijk nog maar eens de andere kant uit, laat je bestoken door de propaganda van tirannieke machthebbers, breng je zinloze stem uit en steek ’s avonds de barbecue aan. You poor little fool indeed. Valt meteen op: Mozz heeft niets aan scherpte ingeboet en is bijzonder goed bij stem.

De tiende van Morrissey werd onder auspiciën van Joe Chiccarelli (die al eerder achter de knoppen zat bij Frank Zappa en Jack White) en Mozz zelf opgenomen in Frankrijk en klinkt geruststellend vertrouwd, bij momenten zelfs ogenschijnlijk opgewekt. Er werden wat flamencogitaren de studio binnengesmokkeld en ook grabbelde iemand wat castagnetten mee, maar er dringt vooralsnog gelukkig geen drum & bass of dubstep door in het universum van de voormalige Smith. De begeleidingsgroep vaart trouwens nog steeds onder leiding van Boz Boorer, die al sinds 1992 het muzikale roer stevig in handen heeft. Met Gustave Manzur hesen ze onderweg nog een getalenteerde toetsenist aan boord, maar verder bleef alles bij het oude.

Opener en titelsong kon ons dus al meer dan bekoren, maar wat met die andere elf songs? Spoiler alert: ze zijn nooit minder dan goed, meestal zelfs uitstekend. Aan de hand van enkele spoken wordpromofilmpjes (Pamela Anderson dook zelfs op aan de zijde van Morrissey) werd mooi duidelijk gemaakt dat we ons eigenlijk geen te grote zorgen moesten maken. Er zouden slachtoffers vallen. Morrissey hanteert immers nog steeds de pen als betrof het een superieur massavernietigingswapen. Wij vinden dat geruststellend, ja. Hoe hij in het lang uitgesponnen “I’m Not A Man” de machocultuur bijvoorbeeld tot op het bot fileert en dan subtiel à la Groucho Marx besluit dat hij toch maar niet tot dat clubje wil behoren. U kent ze wel, de luidruchtige types die na enkele pinten stoer brandjes gaan stichten op een festivalweide en vervolgens wat Metallica door hun aftandse autoradio jagen op weg naar nieuwe, marginale avonturen. De song haalt net niet de acht minuten — er sluipt zelf een Suedeverwijzing binnen — maar verveelt geen seconde. Het is, net als “Life Is A Pigsty” uit 2006, een briljante oefening in uitgebreid klagen met stijl. Vrouwen trouwens — evenwicht blijkt belangrijk — krijgen er dan weer van langs in het weinig verhullende “Kick The Bride Down The Aisle”. Toch het type dat vooral soaps, familiebladen en bruidegoms verslindt. Met klokkengelui worden ze door Morrissey naar de uitgang begeleid.

Ander hoogtepunt? Wel, duidelijker dan “Staircase At The University” wordt het niet. Uitgesproken single-materiaal, dit. De dramameter gaat onweerlegbaar in het rood in een pijnlijk verhaal over aangeprate schuldgevoelens en torenhoge verwachtingen van prestatiegerichte ouders. Ze springt dus, ja. Onvermijdelijk, na die slopende blokperiode. De handklapjes in deze vrolijkere en bloederige versie van de Smiths-classic “Asleep” kunnen de klap niet verdoezelen. Wij zien onze (mvs) alvast zo meespringen op deze pure popsong met weerhaakjes.

Zeker zo sterk is het op akoestisch gitaren hobbelende “Mountjoy”, een aangrijpende song over de gevangenis in Dublin, waar het niet al te best vertoeven was. Er is ook hier weer plaats voor de obligate en terechte sneer naar justitie (”I was sent here by a 3 foot half-wit in a wig/I took his insults on the chin, and never did I flinch”) en ook machthebbers moeten het nu weer ontgelden (”What those in power do to you/Reminds us at a glance/How humans hate each others guts/And show it given a chance”). Al zal Poetin ook hier vermoedelijk niet van wakker liggen.

Iets onschuldiger meezingen kan dan weer op het wat banalere “Kiss Me A Lot”, dat zich voorstelt als een neefje van “You Have Killed Me”. Er zitten castagnetten en een trompet in en we raden het Tarantino aan voor een volgende bioscoopfilm. Oorspronkelijk bedoeld als B-kantje werd het toch opgevorderd voor het echte werk om wat lichtere kleuren aan kleurenpalet van de plaat toe te voegen. Ook erg te pruimen en met zijn twee minuten tevens een voorbijvliegende, maar krachtige song is “The Bullfighter Dies”. De stierenvechter dood? Feestje. Uiteraard bejubelt Mozz dat feit. Met fonkelende gitaren en woordspelletjes met Spaanse steden. Vierde hij met The Smiths nog de dood van de discodanser, dan moet deze keer de Spaanse toreador niet op empathie rekenen.

Ook kort van stof, maar soberder van aankleding is “Smiler With Knife”. De gitaar blijkt een piano –Tobias is handig met een ebow — en Magere Hein blijkt een grapjurk met een mes die meer dan welkom is. Het is toch allemaal naar de haaien. Die houding.

Het heeft dus even geduurd, maar onze vrees voor een sof bleek ongegrond. Na de uitstekende autobiografie heeft Mozzer eindelijk ook weer een prima cd. Of het zijn beste is sinds Vauxhall & I, zoals wordt geopperd door de Britse pers, weten we nog niet, maar we hebben er wel hetzelfde gevoel bij. Twintig jaar geleden hadden we namelijk een behoorlijke boon voor die plaat. WPINOYB is in ieder geval een Morrissey grand cru: weinig bezinksel, prima geconserveerd en een geweldige afdronk. Laten we het erop houden dat wij onze zomerplaat van 2014 gevonden hebben.

Servicemededeling: op de deluxe-uitvoering van de cd staan nog zes extra nummers van wisselende kwaliteit. Extra is niet altijd beter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + acht =