Morrissey :: I Am Not A Dog On A Chain

Bring ‘em all in. Wie anders ook dan good old Morrissey moffelt ons in deze verwarrende en bedrukte tijden wat nieuw werk in de handen? Timing is alles, maar deze dertiende soloplaat – toeval bestaat niet, we blijven dat niet herhalen – is in tijden van afzondering meer dan een beetje welkom.

De 60-jarige Morrissey werd ondertussen wel stampvoetend en schuimbekkend uitgespuwd door een halve fanbase. Leeghoofdig en warrig aanmodderen met islamofobe lesbiennes blijkt namelijk niet zo makkelijk recht te trekken, zelfs voor een doorwinterde marketeer. Wanneer een politieke pin op een jasje meer aandacht krijgt dan de uitstekende concerten op Broadway, weet je dat het moeilijk wordt.

We gingen het dan ook niet meer doen. Zoek maar een ander slachtoffer om iets over de laatste stuiptrekkingen van Mozz te pennen. Maar we haalden onze beste Al Pacino-imitatie uit de derde Godfather boven en lieten ons overtuigen na amper één Duvel. They pulled us back in.

We stonden weliswaar niet met een kraakwit badlaken uit het venster te zwaaien, maar de nieuwste Morrissey hebben we een beetje tegen onze verwachtingen op een klein applausje onthaald. I Am Not A Dog On A Chain zit inderdaad – we gaan daar niet flauw over doen – verpakt in een verontrustend spuuglelijke hoes, maar we hebben al voor hetere vuren gestaan. U mag zelf verder nog wat zeuren over alt-right, For Britain of vegetarisme, maar wij gaan na elke beluistering van IANADOAC vooral het vorige California Son nog wat meer verwensen. Leuke covers, daar niet van, maar wat een zwaktebod van een plaat was dat nu eigenlijk?

Het verontwaardigd desavoueren van Morrissey doet ons trouwens altijd een beetje denken aan Bill Hicks, die er, om de hypocrisie rond drugs aan te kaarten, voor pleitte om al je geweldige platen van bijvoorbeeld The Beatles of Jimi Hendrix in het knisperende haardvuur te kieperen. Een forse muur tussen songs en artiest zetten, blijkt namelijk niet altijd zo simpel, maar de vluchtroute waarvoor gekozen wordt, is vaak net iets te makkelijk. Zelf kunnen we bijvoorbeeld nog wel zonder schroom naar “La Cienega Just Smile” van Ryan Adams luisteren, maar in sommige enge kringen wordt dat toch heftig op een afkeurende blik onthaald. Of kijken we beter gegeneerd weg wanneer Joaquin Phoenix als Joker magistraal de trappen afdanst op de tonen van “Rock And Roll Part 2” van Gary Glitter?

Nog wat prominenter dan bij Low In High School treden thema’s als eenzaamheid, uitsluiting en nostalgie op de voorgrond. Empathie is een optie, maar af en toe ostentatief afwezig. Zoals in het cassante openingsnummer “Jim Jim Falls”, een venijnig woordspelletje met in de hoofdrol een notoire Australische waterval. We fronsen even de wenkbrauwen bij de eerste noten, wanen ons in de kelder van een marginaal café, waar de dj van dienst net een bedenkelijke technodeun losliet. De aversie is gelukkig van erg korte duur en niet veel later zitten we al terug in ons vertrouwde kot. Net op tijd om te horen dat Moz het nu wel gehad heeft met die verdomde twijfelaars: ‘If you’re gonna jump, then jump/Don’t think about it/If you’re gonna run home and cry/Then don’t waste my time/If you’re gonna kill yourself/Then to save face/Get on with it’. En we wilden nog wel net vertwijfeld de laptop dichtklappen. Actie dus. Verder met de geit en van die dingen.

Een conclusie na één song lijkt ons echter wat voorbarig, dus twijfelen we toch nog even over nummers als “The Truth About Ruth” of het acht minuten lange slepende funkfeestje “The Secret Of Music”. Producer Joe Chiccarelli, ook al achter de knoppen bij Low In High School, trekt bij dat soort nummers iets te vaak zijn trukendoos open, waardoor onnodige geluidjes al eens in de weg van de song gaan zitten. Wanneer de dosering klopt, zoals op het titelnummer, het bedrieglijk zomerse “What Kind Of People Live In These Houses?” en het smachtende “Darling, I Hug A Pillow” , komt het echter de song én de erg goed bij stem zijnde Morrissey wel ten goede.

Dat er niet al te veel promotie gevoerd kan worden voor IANADOAC is misschien gek genoeg wel een goede zaak voor deze prima plaat. Op die manier kunnen uitspraken van de voormalige frontman van The Smiths al niet ongemakkelijk in de weg gaan zitten en raken zijn nummers – wie weet – nog wel eens op de radio. Al maken we ons natuurlijk geen illusies; het scherpe “Love Is On It’s Way Out” bijvoorbeeld zal mogelijks zijn weg niet vinden naar een breder publiek. Misschien houdt onze Minister van Cultuur er stiekem wel van om met een luchtbuks op jacht te gaan naar een tijger in de Beekse Bergen? Er is dan ook weinig empathie voor de ‘sad rich/hunting down, shooting down elephants and lions’.

We hebben er het raden naar of Mozza nu ‘hate to say I told you so’ zou zeggen naar aanleiding van zijn uitspraken over die verdomde Chinezen van zo’n tien jaren geleden. Maar we hebben toch een licht vermoeden dat hij het nog altijd een beetje een ondergeschikt volkje vindt. En hij laat zich niet muilkorven. Geen hond aan een ketting dus. Hij raast ook wel eens tegen de machine, de kranten, de televisie (‘They look at television/Thinking it’s their window to the world’). “Fuck you, I won’t do what you tell me” klinkt het ongetwijfeld vaak in zijn getergd hoofd, al denken we dat er eerder gospel en soul zal weerklinken dan snoeiharde rapcore.

We hadden veel eerder de single “Bobby, Don’t You Think They Know?” (met een glansrol voor gospelzangeres Thelma Houston) in ons hart gesloten, maar het vaakst grijpen we toch terug naar “Knockabout World”, een geruststellende song voor de onbegrepen misfit. Met gratis advies voor ieder van ons: be careful in this knockabout world. Het hoeft niet elke keer uit de mond van Marc Van Ranst te komen.

Nostalgischer dan op “Once I Saw The River Clean” wordt het ook niet meer. Een streep viool en een likje synth nemen Morrissey mee naar zijn jeugd. We horen flarden van de Pet Shop Boys, terwijl onze jonge protagonist aan de hand van oma een plaatje van T-Rex mag gaan kopen in de lokale Ierse platenwinkel. Bij ons was het dat mooie debuut van de Hothouse Flowers, maar ach. Op afsluiter “My Hurling Days Are Gone” klinkt dat soort heimwee, onder begeleiding van nog eens wat kinderstemmetjes, mooier dan ooit: ‘Time will send you an invoice’.

I Am Not A Dog On A Chain zal geen nieuw publiek aanspreken – alsof wij nog enig idee hebben wat die vermaledijde jeugd op YouTube zoekt – en ook verstokte Smithsfans zullen hun getroebleerde hart niet al te veel kunnen ophalen bij deze songs; die koesteren nog maar even de laatste legendarische doortocht van Johnny Marr op Pukkelpop van vorig jaar. Zelf zouden we ze toch minstens een paar draaibeurten geven. U kan wel een kwaliteitsinjectie gebruiken dezer dagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =