Morrissey :: 26 november 2014, Stadsschouwburg Antwerpen

Het enigma Morrissey, die broze jongen die maar niet in de wereld wil geloven, toonde in Antwerpen twee gezichten. Dat van het rasgenie met branie moest helaas net iets te vaak plaats ruimen voor de oerperformer op lemen voeten.

In een tijd waarin we onze artiesten steeds liever voorgekauwd lusten, is Morrissey — een mens met een eigenheid groter dan de staatsschuld — een verademing. Grote verhalen gaan hem steevast vooraf, maar wie de ware toedracht kent, beaamt doorgaans dat Mozzer een stuk minder lastig is dan zijn reputatie doet vermoeden. Ook in Antwerpen zullen farizeeërs zich gestoord hebben aan de vriendelijk aangeboden PETA-flyers en de manifest aanwezige dierenrechtenthematiek, maar wat geeft de leeuw om de luizen in zijn pels?

Relevanter was hoe Morrissey, getergd door Poolse hooligans, een smeerlap van een ziekte en Het Leven, vandaag voor de dag zou komen, en nog voor het concert bleek al dat hij nog steeds de gift der verontwaardiging met zich meetorst – altijd een gevoel dat Moz enkele niveaus hoger tilt. De introductiebeelden wisselden zonder schroom tussen een celebrerende massa na Thatchers overlijden en een op muziek gezette juichkreet voor stervende stierenvechters, wat Morrissey nog voor hij het podium betrad al een eerste twijfelachtige ovatie opleverde.

Dat geen rockartiest meer devote fans heeft dan de Mancunian mocht een naar voor stormende massa, die helemaal vergat dat Morrissey in godbetert een stadsschouwburg helemaal uit de toon viel, al bij het dimmen van de zaallichten diets maken. Nog voor hij een noot gespeeld had, had Morrissey ook deze wedstrijd al op zak, al werd het spannend wanneer Mozzer wat al te vaak politieke oneliners spuide die hij door het publiek liet becommentariëren.

Maar wij waren voor de muziek gekomen, en aanvankelijk leek daar hoegenaamd niks mis mee, onder andere omdat geen andere zaal te lande een dergelijke geluidsmix kan presenteren. Het altijd polemische, maar satirisch op eenzame hoogte gif spuitende”’ The Queen Is Dead”’ werd gevolgd door een bevlogen “’Suedehead”’, en vier nummers ver had Morrissey ook al “’Speedway”’, zo’n onderschatte parel van heb-ik-je-daar, achter de kiezen, en leek ook hij te beseffen dat World Peace Is None Of Your Business niet zijn beste album was.

Leek, want het was tot ver in de set wachten tot Morrissey opnieuw hoge toppen scheerde. Niet dat hij zijn stinkende best niet stond te doen, maar de songkeuze, die plots wel rijkelijk uit World Peace graaide, en dat vooral blindelings en per abuis foutief leek te doen, mangelde danig. Enkel “’Kick The Bride Down The Aisle”’ kon echt overtuigen, voorts was het wachten tot diep in de set met een immer machtig “’How Soon Is Now”’ en het subtiele “’Yes I’m Blind”’, waarmee Morrissey nog maar eens bewees dat niemand poëtischer teksten croont dan hij. Niemand en Nick Cave, vrienden van het eerste uur.

Als slotakkoord werd andermaal het beproefde recept opgediend waarin “’Meat Is Murder”’ wordt begeleid door ronduit weerzinwekkende beelden van mishandelde dieren, en het moet gezegd, de combinatie van de door multitalent Gustavo Manzur en gitaarwonder Jesse Tobias opgetrokken geluidsmuur en een verveeld horrortaferelen kijkende Morrissey werkte.

Toegift “’Everyday Is Like Sunday”’, die verveelde ballade van de misantroop, bewees voor het laatst tot wat Morrissey in staat is, en binnen de tien seconden noemen we u zevenentwintig nummers waarmee Moz met eenzelfde intensiteit en goesting het woord rockconcert herdefinieert. Maar weinig van die nummers staan op World Peace Is None Of Your Business, en slechts een viertal daarvan haalden vanavond de setlist. Dat is, alles in acht genomen, een bescheiden deceptie. Come come, nuclear bomb.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 4 =