Rob Mazurek :: Mother Ode

Op 13 juli 2013 speelde Rob Mazurek in Chicago een concert ter nagedachtenis aan zijn moeder, die twee maanden ervoor was overleden. Het resultaat was geen tranerig afscheid of gezwollen melodrama, maar een onbevangen bezoek aan een wereld van onbegrensde klankmogelijkheden.

Het had natuurlijk verleidelijk kunnen zijn om wat makkelijker te scoren met een ode die volop inzette op de emo-factor, met treurige melodieën, pakkende overgangen en andere begeleiding bij geblader door een familiealbum vol herinneringen. Dat gebeurt hier niet: Mazurek bracht z’n bekende kornet mee, maar ook dozen gevuld met belletjes, een fluit, maracas en zelfs appels. Hij zong ook en gebruikte elektronica.

Het verbaast natuurlijk niet: Mazurek is een van de meest vooruitstrevende bandleiders en componisten van de moderne jazz — hij wordt niet voor niets beschouwd als een opvolger van Sun Ra — die zowel met het Exploding Star Orchestra en zijn Octet, als de kleinere bezettingen (het Chicago Underground Duo en de vele uitbreidingen ervan) de werelden van (free)jazz, rock, geluidsexperiment en elektroakoestische improvisatie verenigde. Op albums als Abstractions On Robert d’Arbrissel (2008) en Calma Gente (2010) liet hij dan weer horen een erg persoonlijk solo-improvisator te zijn.

Dat is ook nu het geval: Mazurek gaat hier naar de eenvoud, naar een ongedwongen verkenning van klanken en motieven, en heeft daardoor eigenlijk meer gemeen met een Martin Küchen of Eric Thielemans op zijn soloplaat Sprang dan met collega’s die zich vooral toespitsen op de virtuoze mogelijkheden van het blaasinstrument. Er zijn trouwens ook maar drie stukken waarop hij in de weer is met enkel de kornet: in “The Breath Of Life You Gave To Me” is dat met lange uithalen die gescheiden worden door geladen stiltes. Het is sober en meditatief, maar tegelijkertijd ook voorzien van gewicht, alsof hij een individuele “Last Post” blaast.

Ook in de andere kornetstukken valt vooral de ingetogenheid op. Ze zijn wel iets beweeglijker, soms ook wat luchtiger en kleurrijker, maar het blijft een breekbare lyriek, waarin voorzichtige geluid- en volumemanipulaties nergens de aandacht helemaal opeisen. Opvallender zijn natuurlijk de korte stukken waarin Mazurek met de hulpstukken en andere instrumenten in de weer is: in “Quiet The Thunder Bells” herinnert het gerinkel haast aan misdienaars die de bel luiden tijdens de consecratie. De rollende houtblokjes van “Toward New Light (Secret Box 1)” en de maracas van “Green Tea Leaf / Morning Ritual / Don’t Forget To Breathe” klinken haast kinderlijk onbevangen, alsof de muzikant in een trance verkeerde, eerder dan dat hij een performance gaf.

Die nadruk op dat persoonlijke accent en het vermijden van het (niet minderwaardige, maar wel meer voor de hand liggende) emogedoe wordt dan een duidelijke keuze. Die krijgt het mooist gestalte in de laatste twintig minuten van de plaat. In “Toward Enlightenment (Secret Box 2)” gaat Mazurek van start met gerammel, schudt hij een pakketje spullen heen en weer, laat hij het wentelen en dan duikt geneurie op, gezucht haast. Het wordt dan een privéritueel en je bent getuige van een afscheid waarin het er niet toe doet dat die stem, die een om-achtig mantra verkondigt, een beetje onvast is.

Slotstuk “You Were Born With Sun In Your Eyes (Secret Box 3)” gaat van start met een gedempt kornetstuk, dat zich eerst bevrijdt van dat hulpstuk en een meer expressieve, schetterende wending krijgt, tot het gezelschap van een elektronische drone opduikt. Het emotionele geblaas lijkt zich eerst tegen die tegenstander te verweren, alsof het een manier is om zijn moeder nog even aanwezig te houden, maar moet het gaandeweg afleggen. De elektronica slorpt de kornet op, veel meer dan ritmisch gerammel valt niet te ontwaren in die geluidsstroom. Is dat dan de echte start van de kosmische reis die Mazurek zijn moeder toewenst? Het werkt mooi, creëert een trance waarvan de impact pas duidelijk wordt als de drone plotsklaps wegvalt en enkel de stilte en zacht gehijg van Mazurek overblijven.

Mother Ode is geen achtergrondmuziek of universeel herkenbaar afscheid, maar een muzikale lappendeken, een eerbetoon van een muzikant aan zijn moeder dat niet enkel droevig is en inzet op treurnis en pijn, maar ook licht en creativiteit toelaat. Hyperpersoonlijk, dat wel, maar doordat je als luisteraar niet meteen opgezadeld wordt met een zak zwaarwegende emoties die je wel moet delen, wordt het tegelijkertijd een bevrijdend album dat je in staat stelt om zelf na te gaan wat er uit te halen valt. Of je kan ook gewoon luisteren, naar klanken en hoe ze een leven krijgen. We doen dat te weinig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =