Swans :: To Be Kind

Gira en de zijnen waren al langer de echte ridders van de Apocalyps. Dat doen ze niet meer door gewoon de goorste rock-‘n-roll van de planeet te maken, maar met een alomvattend totaalspektakel dat, analoog met Artauds théâtre de la cruauté, komaf maakt met de laatste voorwendselen van cultureel vernis, de ketens van gematigde ambitie van zich afwerpt en mikt op de overtreffende trap. Voor de tweede keer op rij levert dit een carrièrehoogtepunt op dat zich eenvoudigweg niet laat vatten in een paar alinea’s. Maar u kent ons en onze reputatie voor zinloze ondernemingen.

Her en der wordt To Be Kind, terecht, gekoppeld aan de tv-reeks True Detective. Die verdorven ondertoon vol beloften van geweld, in moerassige zones ploeterende onheilsprofetieën en koortsige religie zitten ook in het weefgetouw van deze twee uur durende uitputtingsslag die bij eerste beluistering de weidse dynamiek van The Seer ontbeert, maar die nauwer afgebakende zone wel binnenstebuiten keert als een obsessieve Bijbelstudent op zoek naar nog verborgen referenties in zijn favoriete boeken. Het leidt meer dan ooit tot muziek die zichzelf voortdurend wil overstijgen en mikt op goddelijke extase. Ziekelijk rondmalende bewegingen, zotmakende galeienritmes, seismische crescendo’s, het zit er allemaal in. In gulle dosissen. Supersized, met een kers erop. Michael Gira is als vanouds de überprofeet die deze manische skeletsongs met ijzeren hand dirigeert, de daverende preken keer op keer laat ontsporen in orgieën van geweld, waanzin, en vele vormen van liefde. In maar liefst zeven van de tien songs wordt dit hoogste goed expliciet in de mond genomen, terwijl het elders, zoals in “Kirsten Supine” (een ode aan Kirsten Dunst in Lars Von Triers Melancholia), de drijfveer van de vertelling is. Liefde als opslorpende en transcendente kracht. Het begin en het einde van alles.

Opnieuw wordt duidelijk hoezeer dit zestal, samen met zijn gasten (Little Annie, St. Vincent, celliste Julia Kent, e.a.), het muziek maken tot in de puntjes beheerst, hoe hier met een imponerende zin voor dosering laagje op laagje wordt gelegd, hoe die cumulatieve boetseerkunst leidt tot een sonische rijkdom die luisterbeurt na luisterbeurt blijft verbazen. Dulcimer, piano, mandoline en strijkers verrijken de sound aanzienlijk. Iets dat de legendarische concerten al te vaak ontberen. Die zijn steevast uitputtingsslagen, afmattende belevenissen waarbij de ingewanden gedurende twee à drie uur op z’n kop worden gezet, maar tegen zo’n hoge volumes –de laatste passage in Trix was ronduit waanzinnig– dat het vooral de impact is die bijblijft. Swans is waanzinnig muzikaal, het zijn meesters van de intimidatie, maar ook van de nuance. De stukken –de term ‘song’ klinkt zo ordinair voor deze kolossen– exploderen soms met zo’n verzengende en overrompelende kracht, dat de dynamiekmetertjes mee ontploffen.

To Be Kind is een verrukte rockopera en theater van de wreedheid in één. Klassieke vertellingen worden terzijde geschoven in het voordeel van onthutsende opsommingen, strakke bevelen en wanhopige verzuchtingen. Als je zo’n Gira “I need looooove” hoort kelen in hoogtepunt “Just A Little Boy (For Chester Burnett)”, dan is je eerste reactie nagaan hoe je die wens kan inwilligen. Het is een theater waarin het gekakel van Gira ook afgewisseld wordt met door en door slechte commentaarstemmen, een hoorspel in het achterhoofd van een doorgeslagen schizofreen. Het verklaart de oorlog aan gepolijste structuren en traditionele rollenpatronen. Woordendiarree wordt vervangen door eenvoud, de vierde wand wordt afgebroken met een naargeestige gretigheid. Geen luisteraar blijft onbewogen. Of neem dan “A Little God In My Hands”, dat de pompende hiphopritmes (ze deden het op The Seer vergelijkbaar met “The Seer Returns”) een roterende groove op poten laat zetten die voortdurend gebukt gaat onder de spanning tussen lieflijk getokkel en een steunend, corpulent ritme.

En dan leidt het allemaal naar het dikke half uur van scharnierstuk “Bring The Sun / Toussaint L’Ouverture” (goed voor drie regels op het tekstvel). Bij andere bands gedoemd om uit te groeien tot de epische climax, maar hier goed voor een kleine aardbeving op het eerste schijfje. Een hakkende, monotone riff, een motor die zich genadeloos op gang trekt, maar dan voorzien van zo’n sacrale kracht en furie dat je de lichtsperen zo door de glas-in-loodramen ziet schieten. Hemelse glorie. In het tweede deel komen er niet alleen verschillende talen aan te pas, maar ook geluidssamples van hoefgetrappel, hout dat doormidden wordt gezaagd en uiteindelijk fijngemalen wordt in een noise-uitbarsting die nog voorbij groots, grootser, grootst gaat. Met zijn zwaar beladen symbolen en thema’s werd Gira eerder al een gitzwarte bastaardzoon van Jim Morrison genoemd, maar dit gaat ver, ver voorbij diens eerdere karikaturale, oedipale obsessies.

To Be Kind bevat rustige stukken (het eerste schijfje kent met “Some Things We Do” ook een redelijk bescheiden climax), maar het zijn die monumentale uitbarstingen en statige passages op weg daar naartoe die natuurlijk hun sporen het duidelijkst achterlaten: die genadeloze punch en jengelstemmen van “She Loves Us” en de bombast die erop volgt, de ontredderde climax van “Kirsten Supine” of de kronkelende, naast de blues liggende noiserock van “Oxygen”: stuk voor stuk songs waarvoor mindere bands een ledemaat veil zouden hebben. Meer nog, ganse families zouden eraan gaan om een stukje van deze intensiteit en grandeur te kunnen overnemen. Wanneer je uiteindelijk belandt bij het afsluitende titelnummer, dat tijdens de vorige tournee doorgaans gebruikt werd als concertopener, dan zit er weinig anders op dan uitgeteld in de touwen te gaan hangen. To Be Kind, 121 minuten droog aan de haak, doet geen half werk. Swans is nog altijd een band die mikt op alles en dat doet met zo’n totale overgave dat je je niet kan voorstellen dat een zin als “There are millions and millions of stars in your eyes” ooit een meer gepaste muzikale vertaling kan krijgen.

To Be Kind is net als The Seer geen plaat om regelmatig op te zetten (petje af voor wie het toch kan). Dit beluister je immers niet op de bus, tijdens het koken of terwijl de tv speelt op de achtergrond. Net als de essentiële dingen in het leven is dit iets waarvoor je je tijd neemt en waar je je 100% aan overgeeft. Anders hoef je er niet aan te beginnen. Dit is niet iets voor elke dag, of zelfs elke week, maar als al die factoren – tijd, stemming, volume, etc. – dan toch op één lijn komen te liggen, dan gaat het niet meer over het beluisteren van een album, maar het ondergaan van… ja, van wat eigenlijk? Momenteel is er misschien geen enkele andere band die je zo groots, genadeloos en liefdevol in elkaar timmert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − zes =