Lionel Beuvens :: Trinité

Je hebt dominante drummers en je hebt de andere. Lionel Beuvens is geen aandachtsmagneet die graag z’n collega’s opzijzet, wat waarschijnlijk de belangrijkste reden is waarom hij nu pas naar buiten treedt met een eigen project. Die laat een mooie dwarsdoorsnede horen van ’s mans kunnen, zonder al te veel verrassingen, maar met de charmante bescheidenheid die hem eigen is.

Het is wel een beetje vreemd dat zo nadrukkelijke gewezen wordt op uiteenlopende invloeden, die zouden gaan van Bach en Radiohead tot Count Basie en Coltrane. Zo’n vaart loopt het immers niet op Trinité, dat zowel met z’n titel — die verwijst naar de Heilige Drievuldigheid: melodie, harmonie en ritme — als met de uitvoering mooi binnen de lijnen kleurt. Anderzijds heb je ook te maken met een kwartet dat duidelijk weet waarmee het bezig is, en z’n kaarten ook niet overspeelt.

Beuvens is zowel thuis in de wereld van Django Reinhardt als de meer groovegeoriënteerde muziek. Het is trouwens in die woeligere regionen dat we hem het meest indruk zagen maken, zoals in het Voices-project van Nicolas Kummert en ook in het 4tet van Fabrice Alleman, waarin hij het boeltje soms leep aan de kook kan brengen. Hier heeft hij ook een paar fijne compagnons uitgenodigd: de Franse bassist Brice Soniano, bekend van bij o.m. Ben Sluijs, Joachim Badenhorst en Harmen Fraanje, en het Finse tweespan Kalevi Louhivuori (trompet) en de alom gerespecteerde pianist Alexi Tuomarila, bekend van o.m. de band van Tomasz Stańko.

De sound van het kwartet klinkt door en door Europees en neigt in z’n meest ingetogen, melancholische momenten zelfs naar de ECM-stijl. De delicate start van “Jessica” suggereert meteen al dat Trinité het niet moet hebben van grootspraak of emotionele overrompeling. Aanvankelijk lijkt het de zwaarmoedige toer op te gaan, maar al snel wijkt die indruk voor een meer melancholische teneur, waarin een mooie plaats weggelegd is voor de langoureuze lijnen van Louhivuori en het prominent aanwezige, maar niet te dominante spel van Beuvens. De elegantie komt terug in “A” en het fragiele “So True”, dat echter wat sneller verdampt en minder lang nazindert.

Het middenluik van het album is een succes: een stuk als “Globe”, waarin volop wordt ingezet op sfeer, met ruisende cimbalen, zingende gestreken bas en weidse trompetuithalen, kan, als het onverstandig of te vaak gebruikt wordt, al snel afdalen naar het terrein van de muzak, maar hier vormt het een knappe aanloop naar het hoogtepunt van de plaat. “Fragile” laat immers de warmbloedige Beuvens aan het woord, de man die aan een kronkelende baslijn genoeg heeft om een levendig en broeierig stuk op poten te zetten waarin ook Louyvihuori op z’n best te horen is. Een compositie die de temperatuur in de concertzalen gevoelig zal doen stijgen en sterke slijtage voor de stoffen zeteltjes kan betekenen.

“Mucho Loco” en “Seven” zitten in een vaag verwante exotische sfeer. De ritmes zijn licht en aanstekelijk, het samenspel mooi afgesteld en vaag een beetje verwant aan de interactie die je hoorde in Miles Davis’ kwintet voor die helemaal overschakelde op de fusion, al gaat de rek er hier en daar wel uit. Het titelnummer, een charmant schuifelende ballade die mooi openbloeit, kiest dan weer voor een traditionelere, maar niet minder innemende aanpak, die nog eens onderstreept dat Beuvens & co zich het meest comfortabel voelen in het hoekje van de melancholische elegantie en subtiele zwier. Of ze genoeg in huis hebben om binnen dat reeds overbevolkte wereldje het verschil te kunnen maken, is op basis van dit album, dat door een duur van meer dan een uur een paar kleine inzinkingen kent, nog niet helemaal duidelijk, maar dat zullen de concerten ongetwijfeld uitwijzen.

Het kwartet stelt op 5 november z’n album voor in de Handelsbeurs en trekt vervolgens het land rond. Meer info op de website van JazzLab Series. Tweede band in de Handelsbeurs is het Noorse pianotrio Splashgirl. Meer info over die avond hier.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − negen =