Star Wars Episode I: The Phantom Menace

Van alle filmreeksen die ooit zijn uitgebuit als onuitputtelijke
cash cows, moet ‘Star Wars’ ongetwijfeld de meest
rendabele zijn. Zowel in de bioscoop als op video, dvd en nu weer
bluray, heeft George Lucas elk mogelijk excuus aangewend om met
veel bombarie “de definitieve, echt ongelooflijk ultieme,
allerlaatste versie” van zijn ruimte-opera te verkopen aan een
schijnbaar eeuwig gretig publiek. Geschrapte scènes werden
toegevoegd, achterhaalde special effects kregen een update en zelfs
acteurs werden digitaal vervangen om een continuïteit met de
prequels te bereiken. We hadden kunnen weten dat de
opkomst van de 3D-bubbel (die dankzij het succes van Hugo
blijkbaar nog net iets langer in de zalen zal zweven dan we gehoopt
hadden), niet onopgemerkt voorbij kon gaan. ‘Star Wars Episode I:
The Phantom Menace’ is het eerst aan de beurt om, voorzien van het
gevreesde viewmaster-effect, opnieuw de zalen in te
rollen.

Toen de film dat voor het eerst deed, in 1999, waren de
verwachtingen zo onredelijk hoog gespannen dat het resultaat
eigenlijk alleen maar een teleurstelling kon worden. De originele
trilogie had een plaats veroverd in het collectief bewustzijn
(zeker in de VS). Hij maakte integraal deel uit van de kindertijd
van een volledige generatie. Op de dag dat ‘The Phantom Menace’ in
première ging, draaide de Amerikaanse economie maar op halve kracht
omdat heel Wall Street in de cinema zat. En wat had George Lucas er
dan uiteindelijk van gemaakt? Een kinderfilm, met een
onsamenhangend verhaal, houterige acteerprestaties, ergerlijke
sidekicks en – godzijdank – hier en daar een half competent in
elkaar gestoken actiescène. De recensies waren lauw, en zelfs onder
de fans klonk er toch een beetje het geluid op: “was het dàt maar?”
Wat die fans er overigens niet van weerhield om de film luidruchtig
te verdedigen tegen hardere critici – loyaliteit aan een merknaam
is een gek fenomeen.

Naar aanleiding van de 3D release heb ik de film een tweede kans
gegeven op dvd (u dacht toch écht niet dat ik mezelf koppijn ging
bezorgen terwijl ik hem thuis in prachtig 2D kon bekijken, zeker?),
en gemerkt dat ik in grote lijnen nog steeds achter mijn bespreking
van destijds kan blijven staan. ‘The Phantom Menace’ is écht geen
goeie film, hoewel ik iets meer rekening wil houden met het feit
dat het in eerste instantie effectief een kinderfilm is en dat
sommige actiesequensen wel degelijk goed gedaan zijn.

Een groot probleem ligt bij de plot zelf, die vertrekt vanuit
een weinig opwindend gegeven (een handelsblokkade) en er daarna
nooit in slaagt om echt te kristalliseren tot een heldere intrige.
Een goed begrip van de film is eigenlijk onmogelijk als je niet
weet dat de mysterieuze slechterik in zijn zwarte pij en Senator
Palpatine (Ian McDermid) één en dezelfde persoon zijn, maar dat
wordt nergens expliciet gemaakt in het scenario. Uiteindelijk komt
het er op neer dat Palpatine kanselier van de intergalactische
senaat wil worden, als opstapje naar dominantie over de galaxy.
Daarvoor moet hij de heersende kanselier, afkomstig van de planeet
Naboo, weten af te zetten. En om dàt te bereiken forceert hij eerst
een handelsblokkade, en daarna een invasie van de planeet. Dat is
het in een notendopje. Eerlijk: was u helemaal mee, de eerste keer
dat u de film zag? In dat geval bent u slimmer dan ik. Lucas
presenteert zijn plot op een waanzinnig overgecompliceerde manier,
die niet vooruit wordt geholpen door de vele zijwegen die hij,
noodgedwongen, moet bewandelen. Want ondertussen moet hij ook het
personage Anakin Skywalker introduceren (wetende dat die ooit Darth
Vader zal worden), én heel het concept van de Force en de Jedi
situeren zoals het was voor het Evil Empire. Dat alles
maakt van ‘The Phantom Menace’ een onhandig kluwen aan
verhaallijnen – de elementen zijn wel aanwezig om de puzzel in
elkaar te steken, maar ze worden zo onbeholpen in het scenario
gesmeten dat de totaalindruk er één van simpele incoherentie
is.

Veel zal wel te maken hebben met het feit dat Lucas voor de
originele films altijd creatieve input had van anderen. Aan het
scenario van ‘Star Wars’ werd notoir geschaafd door zowat iedereen
in Hollywood die een pen kon vasthouden, en zowel ‘The Empire
Strikes Back’ als ‘Return of the Jedi’ werden zelfs door anderen
geregisseerd. Hoezeer Lucas ook de eindcontrole had, er was altijd
iemand bij om hem van feedback en correctie te voorzien. Niet zo
voor ‘The Phantom Menace’, geschreven én geregisseerd door Lucas
alleen, op een moment toen niemand hem nog durfde tegenspreken.
Zeker als scenarist heeft hij dat nochtans nodig. Iemand die hem
bijvoorbeeld op tijd en stond eens had durven vragen of hij wel
zeker was dat het personage Jar-Jar Binks wel zo’n goed idee
was.

Want ook daar loopt het fout in het script: Jar-Jar Binks werd
destijds het meest gehate figuurtje van de hele film – ik meen me
te herinneren dat er zelfs een website bestond waarop je hem in een
blender kon stoppen – en niet zonder reden. Zijn slapstick is
sowieso irritant en zijn manier van spreken roept zeer foute
herinneringen op aan racistische karikaturen van domme, luie
plantageslaven. Van dat laatste geloof ik graag dat het een
onfortuinlijk toeval was, maar serieus: was er niemand in de ploeg
die zich dezelfde bedenking maakte? Of was er gewoon niemand die
het tegen Lucas durfde te zeggen?

En dan is er nog de piepjonge Anakin Skywalker, gespeeld door
kindacteur Jake Lloyd, die zodanig hard werd aangepakt dat je er
bijna medelijden mee zou krijgen. Lloyd weet zich inderdaad geen
blijf met de gekunstelde dialogen die Lucas in zijn mond legt. Maar
om eerlijk te zijn: het is dus wel de regisseur die hem verplichtte
om luidop “Jippie!” te roepen als teken van blijdschap. Doe het
maar eens, probeer maar eens om “Jippie” te roepen zonder dat het
geforceerd klinkt. Hoe goed wil dat lukken? Lloyd speelde achteraf
nog maar in één film, en draagt ‘The Phantom Menace’
klaarblijkelijk met zich mee als een soort jeugdtrauma. De kindster
that never was. Overigens is hij het niet alleen die
teleurstelt in de cast. Zelfs gevestigde waarden als Ewan McGregor
en Natalie Portman staan er maar wat verloren bij. In teksten die
op geen enkele manier een vonkje leven bevatten, is het moeilijk om
toch wat bezieling te leggen. Liam Neeson trekt nog het best zijn
plan, maar doet dat dan ook vooral door zijn indrukwekkende fysiek
voor zich te laten spreken.

Dus tja… Ik wil ‘The Phantom Menace’ gerust alle mogelijke lof
toewuiven voor zijn pod race – een sequens van zo’n 15
minuten die continu opwindend blijft én knap overzichtelijk
geënsceneerd is – maar op narratief vlak blijft het een
ontegensprekelijke stinkerd. En nu mag u die dan in 3D gaan
bekijken. Jippie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 6 =