In het zog van het succes van hun rampenparodie Airplane! bedachten Jim Abrahams en de broers David en Jerry Zucker (toen bekend als ZAZ) anno 1982 de absurde serie Police Squad, waarin inspecteur Frank Drebin (Leslie Nielsen) de flaters aan elkaar reeg en zo een komische versie bracht van de vele toen zeer populaire politiereeksen zoals onder andere Hill Street Blues. In 1988 volgde een succesvolle overstap naar het witte doek (The Naked Gun: From The Files Of Police Squad) die twee sequels voortbracht. In 1994 droegen een veranderend landschap inzake komedies en verminderde kassaresultaten de reeks finaal ten grave.
Dertig jaar later, op een moment dat het soort grappen dat het origineel bracht zo goed als volkomen verdwenen is van het witte doek (het type actiekomedie dat hoogtij vierde in de jaren negentientachtig werd al jaren geleden afgevoerd, de Aziatische markt even buiten beschouwing gelaten) is er nu dus een poging om The Naked Gun nieuw leven in te blazen. In de hoofdrol niet langer de ondertussen overleden Nielsen, wel Liam ‘ik-was-ooit-een-échte-acteur-maar-verdien-nu-mijn-boterham-met-steeds-maar-weer-dezelfde-vermoeide-actierol-te-spelen’ Neeson, die in de huid kruipt van de zoon van blunderende inspecteur Drebin. Aan zijn zijde Pamela ‘ik-kon-nooit-acteren-maar-word-nu-plots-toch-serieus-genomen’ Anderson die sinds het overschatte The Last Showgirl aan een soort comeback bezig is.
De verrassing is dat dit hele opzet best werkt. In plaats van voor de hand liggende popculturele referenties, is dit een film opgebouwd uit visuele en verbale gags die warempel ook echt grappig en (vaak) geïnspireerd zijn. Alles baadt in een soort uitvergroting van het neo-noir genre, inclusief fraaie zonovergoten pastelfotografie waarvoor de Alexa LF digitale sensor gebruikt werd – het dichtst dat digitale cinema bij analoge pellicule kan komen, aldus regisseur Akiva Schaffer, die wist dat de studio nooit het budget voor analoog zou goedkeuren, maar toch een palet wou dat aanleunde bij de actiecinema van uit de jaren negentig van bijvoorbeeld Tony Scott. Ook uit de ‘noir traditie’ (en de originele films) zijn de ‘hardboiled’ interne monologen – denk Humphrey Bogart in The Maltese Falcon – waar zelfs een van de beste grappen uit de film rond wordt geweven. Neeson speelt alles met eenzelfde sérieux dat ook Nielsen ontleende aan de slapstick komedie: zelfs in de meest absurde situaties een uitgestreken gezicht opzetten dat weigert om mee te doen aan de lol en pretendeert dat dit alles doodnormaal is.
Uiteraard gaan er met dit soort humor evenveel dingen de mist in als er slagen, maar het hoge ritme zorgt ervoor dat The Naked Gun in ieder geval geen minuut verveelt. Onder de meest vermakelijke momenten tellen we zeker de opening, waarin een “P.L.O.T. device”-toestel wordt ontvreemd, de scènes die zich afspelen op het politiehoofdkwartier (alwaar CCH Pounder een parodie mag brengen van haar rol uit de geweldige reeks The Shield) én het Buffy The Vampire Slayer-moment. Onnozel is het allemaal zeker, maar ook vakkundig gemaakt en bijzonder onderhoudend.



