June Tabor & Oysterband :: Ragged Kingdom

: Folkrock, Tabor, Oysterband en
doorleefde songs.

Toen June Tabor in 1990 in zee ging met Oysterband (ja, zonder
‘the’) stond de folkwereld een beetje op z’n kop. De puriste Tabor
met de rockers van Oysterband…, dat kon niet goed komen. Was dat
even buiten ‘Freedom and Rain’ gerekend. De samenwerking tussen de
twee identiteiten, beiden heel erg op de hoogte van geschiedenis en
wat er op dat moment leefde, werkte meer dan wonderwel. ‘Freedom
and Rain’ herbergde traditionals naast covers van o.a. Richard
Thompson, Billy Bragg, Lou Reed en Shane McGowan en het project
kreeg goede, zeer goede punten. 21 jaar na datum krijgt ‘Freedom
and Rain’ zijn opvolger… En wat voor één.

Het was publiek geheim dat iedereen zat te wachten tot de
zangeres en de band het nog eens met elkaar zouden doen, maar dat
het zo’n vonken zou geven, daar had niemand ook maar enig idee van.
Te meer omdat de rockers al een jaartje ouder worden, en de
zangeres zich de laatste jaren had verdiept in zwaarmoedige en
vooral trage, eeuwenoude ballads. Toch lost het nieuwe
‘Ragged Kingdom’ zonder moeite alle verwachtingen in.

Er werd gekozen voor dezelfde formule als bij ‘Freedom and
Rain’; een perfect evenwicht tussen traditionals en hedendaags werk
zorgt ervoor dat de cd nergens blijft hangen. De muziek, de zang en
de gedrevenheid stuwen het geheel van nummer één recht naar nummer
twaalf, zonder ergens te stoppen. Een trein die geen station
kent.

De traditionals bijeengevoegd krijgen we een reeks up to
date
gebrachte twist- en oorlogsverhalen die hun weerga in de
recente muziekgeschiedenis met moeite kennen. Opener ‘Bonny Bunch
of Roses’ is meteen zo’n kraker van jewelste. Het is het fictieve
gesprek tussen Napoleons tweede vrouw Marie-Louise en hun zoon. Het
stuk drijft op Alan Prossers gitaar en Tabors gedreven voordracht.
Cowboys en soldaten zijn de beelden die bij het beluisteren meteen
op ons denkbeeldig netvlies geprent staan.

En ze doen verder bij ‘Son David’, opnieuw een conversatie
tussen moeder en zoon. De moeder, Tabor, ontdekt dat de zoon, John
Jones, iets gedaan heeft dat niet mag. Een understatement
dat vaak in traditionele muziek wordt gebruikt voor het moorden van
een naaste, in dit geval de broer annex zoon. De bende brengt het
hier op zo’n luchtige manier waardoor de aandachtige luisteraar
danig in de war raakt. Maar zoals het troubadours betaamt, moet
alles op een min of meer vrolijke noot eindigen. Hier eindigt dit
verhaal in de berusting dat het zo moest zijn, en dat het allemaal
niet anders kon. We geloven de vertellers graag.

En dat deze formatie kan vertellen, wordt dreigend duidelijk in
‘Judas (Was a Red-headed Man)’. Deze ballade ademt duistere
winternachten en vreugdevuren, donkere tijden en licht in de verte.
Het nummer marcheert vooruit als een legerfanfare, terwijl Tabor
als een hedendaagse heks haar bezweringen uit en Jones als een koor
nu en dan vanuit de achtergrond naar voren treedt. Een gelijkaardig
sfeer wordt opgeroepen in het van oorsprong Scandinavische
treurverhaal ‘If My Love Loves Me’, gedreven verteld met een vaart
die het paard uit de vertelling lijkt na te bootsen. ‘The Leaves Of
Life’ wordt dan weer een gebed, maar dan één dat niet rustig wordt
gezongen. Ook hier wordt geen afstand genomen van de gehaastheid
waarmee elk nummer wordt gebracht. Het nummer eindigt in een strofe
a cappella samenzang. En net die strofe draagt het hele lied. Elke
noot leidt naar die laatste vier regels waarin de hele band
stembanden samensmijt en koorsgewijs het gebed eindigt.

Twee traditionals springen uit de band door de manier waarop ze
worden gebracht. ‘Fountains Flowing’ wiegt lekker weg over een
tekst waarin de achtergebleven familie een vertrokken soldaat
toespreekt. Beelden van zacht wenende mensen op torenhoge kliffen
in de wind terwijl een schip het ruime sop kiest…, als muziek
visueel wordt, dan is de muzikant in z’n opzet geslaagd! En dan is
er nog het a cappella gebrachte ‘(When I Was But No) Sweet
Sisxteen’, Tabor begeleid door de Oysterbandstemmen brengt een
adempauze halverwege de cd. Door het gebruik van oud-Engels krijgt
het nummer een haast onaards karakter en drijft de luisteraar weg
op exotische golven…

De vijf covers die ‘Ragged Kingdom’ telt vullen de leegtes
tussen de traditionals zorgvuldig op. PJ Harvey‘s ‘That Was
My Veil’ rockt harder en dieper dan het origineel. Tabor schreeuwt
het uit en de drums jagen het tempo op tot een stamper van
jewelste. Joy Divisions ‘Love Will Tear Us Apart’ is al zo vaak
gecoverd dat het nogmaals doen zich op glad ijs begeven is. Fans
weten ondertussen al dat Oysterband en Tabor, als ze de kans
kregen, het nummer al jaren live brachten (een liveversie is te
horen op Oysterbands ‘The Big Session Vol. 1’ uit 2004) en zo
klinkt de studioversie nu ook. Als een handschoen die na jaren
dragen perfect rond de hand is komen te zitten, zo rust het nummer
op de doorleefde zang van zowel Tabor als Jones. Het duet werkt
trouwens op naar een emotionele climax die – opnieuw – z’n gelijke
niet snel zal vinden. Tabor krijgt trouwens alle eer, vooral omdat
ze hier meer dan ooit het nummer en niet de zangeres laat
schitteren, waardoor uiteraard de zangeres vanzelf gaat
schitteren.

The New Christy Minstrels’ ‘The Hills Of Shiloh’ is de brug
tussen de traditionals en de covers. Een origineel nummer
geschreven door Silverstein en Friedman, waarbij de eerste vooral
bekendheid geniet als de auteur van het Johnny Cash nummer ‘A
Boy Named Sue’. Het nummer handelt over de Amerikaanse burgeroorlog
en de gevallen soldaten tijdens de slag bij Shiloh en wordt met een
sereniteit en respect gebracht waar alleen de grootsten een patent
op hebben. Dylans ‘Seven Curses’
is pure opwinding. Het verhaal over de misbruikte en bedrogen
dochter wordt hier aan een duizelingwekkende vaart verteld. De
volledige groep laat zich gaan, maar voldoet tegelijkertijd steeds
aan de eisen die een goeie song verlangen. Dylan mag trots zijn op
hoe zijn nummer hier onder handen wordt genomen.

De cd eindigt met Moman en Penns klassieker ‘At the Dark End of
the Street’, opnieuw een doodgecoverd nummer. Hier wordt het
verheven tot een anthem voor de verloren en onbereikbare liefde. En
we weten dat we het op deze site al eerder schreven,
we zijn fans van June Tabor, maar elke luisteraar zal bij dit
nummer moeten toegeven dat ze over een onwaarschijnlijk instrument
beschikt. Haar stem klinkt hier zo warm en vertrouwd dat het een
zonde lijkt wanneer het nummer op twee minuten en 50 seconden
afklokt en daarmee de cd laat eindigen.

We kunnen het betoog voor deze cd zeer eenvoudig eindigen; zoek
de betere cd-winkel, ga internetwinkelen, doe wat moet, maar haal
dit juweeltje gewoon in huis. Niet alleen zal je er ettelijke uren
plezier aan beleven, je haalt er ook een van de (folk-)cd’s van het
jaar mee in huis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 1 =