Keith Jarrett :: Rio

ECM Records, 2011

Zeggen dat Keith Jarrett een van de pilaren van de
jazzpianisten van de voorbije 50 jaar is, is een
understatement. Hij heeft met de grootsten gespeeld en
heeft zelf een trio met Gary Peacock en Jack DeJohnette – ook niet
bepaald de eerste de besten – dat al sinds zijn ontstaan in 1983
behoort tot de crème de la crème. Daarnaast staat ECM
oprichter en baas Manfred Eicher – een levende legende in zijn
eigen recht – al bijna zijn hele carrière op Jarretts speed
dial
, en heeft de man simpelweg een discografie waar toch wel
enigszins respectvol “U” tegen gezegd mag worden.

Niet per se het grootste, maar toch zeker een
uitermate belangrijk onderdeel van die discografie, zijn de
legendarische, volledig geïmproviseerde solo-optredens op piano die
Jarrett al sinds begin de jaren 70 van tijd tot tijd uit zijn mouw
tovert. Zijn ECM- en soloavontuur begonnen tegelijkertijd: het
eerste album voor Eicher was meteen ook zijn eerste solo
geïmproviseerde werk, langspeler “Facing You” uit 1971. Dit album
werd nog in de studio opgenomen, maar Jarrett besloot daarna de
sprong in het duister te wagen, en het concept te verhuizen naar
een podium. Ondergetekende wil er geen geheim van maken Jarret daar
al jaar en dag uitermate dankbaar voor te zijn, daar deze optredens
behoren tot de mooiste muziek ooit gemaakt.

Gedurende een dertigtal jaar bestond een typisch
solo-optreden van Jarrett uit een formaat van twee lange stukken,
met elk een tijdsduur van om en bij de 40 minuten. Door de jaren 90
heen is Jarrett echter langzamerhand geveld geraakt door het
chronisch vermoeidheidssyndroom, wat hem ertoe noopte het optreden,
in welk formaat dan ook, links te laten liggen. Zelfs al zou
Jarrett ooit nog terug publiekelijk achter een klavier kruipen, de
toekomst van zijn solo-optredens leek onherroepelijk bezegeld,
gezien hij meermaals verhaalde welke energie en inspanning deze van
hem vergen. But lo and behold… na een erg lange
recuperatieperiode, kondigde Jarrett in 2002 zijn terugkeer als
improviserend soloartiest aan, met twee optredens in Japan, later
uitgebracht als dubbelalbum en DVD, respectievelijk “Radiance” en
“Tokyo Solo”.

Deze optredens vormden een breuk met Jarretts
vroegere werk. Geen twee lange stukken meer, maar verscheidene
kleinere stukken. Jarretts uitleg was dat hij enerzijds nood had
aan een nieuw formaat om zijn solo-optredens nieuw leven in te
blazen, en anderzijds dat hij de vrijheid wou hebben om een idee
neer te leggen wanneer het “opgebruikt” was. Na deze twee optredens
was het weer drie jaar wachten geblazen eer hij zich nog eens solo
ten beste gaf, en sindsdien volgen er opnieuw systematisch enkele
optredens per jaar, steeds weer volgens dit nieuwe formaat.

Niet iedereen was echter even opgezet met deze
omwenteling in stijl. Jarretts eerdere (uitgebrachte)
solo-optredens werden steeds gekarakteriseerd door een uitgesproken
lyrisch aspect, met een speelstijl die noch jazz, noch klassiek
was, maar het beste van beide werelden wist te combineren.
“Radiance” en het daarop volgende “Carnegie Hall” dat dateert uit
2005 (en een jaar later gereleased werd) waren daarentegen
voornamelijk uitgesproken technisch. Daar waar de vroegere opnames
de luisteraar uitnodigden om zich helemaal te verliezen in de
muziek, en zich gedurende enkele magische minuten te laten
vervoeren naar muzikale hoogtes waar geen mens voorheen ooit
geweest was, kwamen deze nieuwe opnames eerder aan als een
mokerslag. Dromen zat er niet meer echt in, het werd vooral
volhouden en volharden. Oftenog, voor velen, ook ondergetekende,
een teleurstellende, koude douche.

In 2009 werd “Testament” aangekondigd, een 3CD set
met twee optredens uit Parijs en Londen, één jaar voordien
uitgevoerd. Aanleiding voor de programmatie van deze optredens
waren de toenmalige echtelijke perikelen van Jarrett, die
uiteindelijk resulteerden in een scheiding. Naar eigen zeggen had
hij nood aan solo-optreden, bij wijze van catharsis, om zichzelf
terug op te rapen. Zulke omstandigheden beloven natuurlijk intense,
lyrische muziek en inderdaad, “Testament”, hoewel nog steeds
volgens het nieuwe formaat met meerdere korte stukken, greep voor
het eerst sinds lang terug naar een meer verhalend karakter. Het
technische, a-melodieuze en atonale van zijn twee voorgangers werd
grotendeels aan de kant geschoven, en Jarrett begon meer
nummers te spelen, met een structuur, een evolutie.
Kortom, hij speelde weer muziek.

En nu is er dus “Rio”, een dubbelaar die een
optreden vastlegt dat slechts enkele maanden oud is, meer bepaald
uitgevoerd op 9 april dit jaar. In welke stad het ditmaal te doen
was, laat ik u graag raden. Jarrett zelf was zo overdonderd door
zijn performance die avond, dat hij na het optreden gebruik maakte
van bovenvermelde speel dial om Eicher overenthousiast te
informeren dat deze muziek koste wat het kost uitgebracht moest
worden, en snel. Moge het feit dat het album ondertussen ook
daadwerkelijk verkrijgbaar is een bevestiging zijn van zijn status
en belang.

Nu vraagt u zich misschien af waarom er niet minder
dan zeven paragrafen nodig waren, vooraleer eindelijk aan
te belanden bij de muziek op deze cd’s? Het punt is, waarde lezer,
dat ik u op het hart wil drukken dat Jarretts solo-optredens niet
zomaar optredens zijn, niet zomaar muziek. Er
valt een persoonlijke zoektocht te bespeuren doorheen zijn werk,
een zoektocht naar puurheid, naar essentie, naar spiritualiteit. Ze
staan op zichzelf, maar krijgen duidelijk een uitgesproken
meerwaarde indien ze beschouwd worden als één geheel, als een
continu evoluerende reeks. En wat dat betreft mag gerust gesteld
worden dat deze nieuwe telg opnieuw een stap voorwaarts is.

Van atonaliteit is in dit werk helemaal geen sprake
meer: alleen het openingsstuk is enigszins chaotisch, druk en
technisch te noemen, en zelfs daar zit structuur in. Maar vanaf het
tweede nummer is het duimen en vingers likken, zoals weleer. De
klankkleuren die Jarrett hier uit de piano weet te toveren zijn
simpelweg hemeltergend mooi. Hij moduleert binnen eenzelfde nummer
dat het een lieve lust is, maar met zulks een vloeibaarheid en
emotionele cohesie dat zelfs Debussy een nederige buiging zou
maken. Bovendien zitten deze improvisaties zo belachelijk goed
ineen, zijn ze zo mooi opgebouwd en gestructureerd, dat ze evengoed
gecomponeerd zouden kunnen geweest zijn. Dat, beste lezer, is
kunst.

De soms impulsieve, emotionele uitbarstingen die in
zijn vroegere improvisaties geregeld de kop opstaken, en vaak ook
voor hoogtepunten zorgden, hebben door de jaren heen geleidelijk
aan plaats geruimd voor een onwaarschijnlijke zelfbeheersing. Een
Zenboeddhist zou er bijna nog iets van kunnen leren. Het is een
genot om te horen met welke gecontroleerdheid Jarrett de toetsen
beroert, als een oosterse kalligraaf die het blad met
perfect uitgebalanceerde bewegingen bekleedt. Ook ritmisch
is hij absoluut ongeëvenaard in zijn strakheid, finesse, en
simpelweg breedte aan mogelijkheden.

Dit is het eerste optreden volgens Jarretts nieuwe
formaat waarbij alles lijkt te kloppen. Waarbij hij er eindelijk
mee bereikt heeft wat hij ermee wou bereiken, na lang toewerken,
evolueren en perfectioneren. En het mag gezegd, Jarrett heeft een
technisch en muzikaal meesterschap bereikt waar niet snel iemand
hem zal volgen.

Jarrett is een muzikaal genie. En zoals elk genie,
ja zelfs zoals elke mens, heeft hij zijn minder aangename,
uitgebreid gedocumenteerde kanten en kuren, die van menig optreden
voor het aanwezige publiek een minder aangename herinnering hebben
gemaakt. Maar wanneer hij geeft, geeft hij erg gul, en op 9 april
2011 was hij in een opper genereuze bui…

http://player.ecmrecords.com/jarrett-rio

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 11 =