June Tabor :: 2 mei 2012, De Roma, Borgerhout

De
Het was iets na half negen toen de zaallichten doofden in De Roma. Vier figuren in het zwart stapten het podium op en Tabor zette meteen de toon door haar zware alt en de alles behalve vrolijke tekst van ‘Finisterre’ op de zaal los te laten. Je kon een speld horen vallen. En het zou die avond niet veranderen. Het publiek was één en al oor en kreeg naar ‘t einde van het concert complimenten voor het inhouden van seizoenshoestjes en niesbuien.

De sfeer werd verdergezet in ‘Lazy Wave’ dat net zoals de rest van de nummers voorzien werd van een uitgebreide inleidingstekst. Het plaatst de nummers alvast in een historische context. Dat ‘Jamaica’ uit een elf delen tellende editie van ‘The Dancing Master’ uit 1670 stamde, zwierde het zeedeuntje meteen een aantal eeuwen terug de tijd in. Of dat het van Elvis Costello gecoverde ‘Shipbuilding’ een regelrechte aanklacht aan Margaret Tatcher’s politiek inzake de Falklands was, hielp het nummer te plaatsen en de kracht ervan te begrijpen. Wie de cd nog niet in huis had, of wie geen hoesnota’s las, kreeg dus eigenlijk meteen waar voor z’n geld.

De bindteksten zorgden ook voor de lichtere noot in wat anders een behoorlijk zwaar en geladen concert zou geworden zijn. Een show over de zee, want dit was waarmee Tabor naar aanleiding van haar laatste cd ‘Ashore‘ een kleine tour afwerkte, en vooral dan alle ellende die erbij komt kijken, is nu eenmaal niet de lichte en luchtige kost die een mens vrolijk maakt. Maar Tabor wist daar met goedgezette grapjes de scherpste kantjes af te halen. Zo kondigde ze ‘Riding Down To Portsmouth’ aan als een nummer over ‘ladies of the horizontal recreation’ en meldde ze dat de er bij de merchandisingsstand véél cd’s liggen want ‘I’m really old’ voegde ze er aan toe met een grinnik. De 64-jarige zangeres bracht echter niet alleen via de bindteksten wat humor in de set. ‘Le Petit Navire’ bijvoorbeeld is een vrolijk zeemansliedje over cannibalisme op zee en Tabor bracht het met de joie de vivre van een echte matroos. En in ‘Haul Away’ van de Engelse dichter Les Barker nam ze een loopje met alle cliché’s die het genre, en dan spreken we hier over jazz, weliswaar met een nautical theme, typeren. Het zorgde er ook voor dat Tabor zich duidelijk kon uitleven en naar ‘t einde van het nummer een doo-bi-doo-bi-doo scatgewijs en zichzelf amuserend de micro kon injagen. Het speelse gelach tussen haar en de pianist net na het nummer sprak boekdelen. En dat de door de Engelse pers tot folkkoningin gekroonde zangeres in haar nopjes was, bleek ook uit de danspasjes en wiegbewegingen die ze schuchter tijdens de nummers plaatste. De anders zo stilstaande Tabor was haast niet stil te krijgen.

Hoogtepunten waren er genoeg. Opener ‘Finisterre’ in de 2012-versie, is nu al een klassieker in haar oeuvre. ‘Shipbuilding’ werd met enkel de piano van Huw Warren gebracht en meer had het nummer niet nodig om te beklijven. Dezelfde spaarzame begeleiding vonden we terug bij ‘The Great Selkie Of Sule Skerry’ en ‘Winter Comes In’, deze laatste de kilte van de Shetlandeilanden evocerend zoals het hoort. Het elf minuten durende ‘Across The Wide Ocean’ was ronduit fenomenaal, en afsluiter ‘Sir Patrick Spens’ liet de band voluit gaan. Het resultaat was een overweldigende golf van geluid en kracht die het podium in lichterlaaie zette. Eer gaat in de eerste plaats naar Tabor zelf die zelfs van roepen een beheerste en elegante vocaal maakt. Maar ook de begeleidingsband wist waar ze hun noten moesten plaatsen, maar eigenlijk vooral waar ze geen noten moesten spelen. Huw Warren was fenomenaal met z’n pianobegeleiding, Andy Cutting haalde grootse stemmingen uit z’n accordeon en Mark Emerson plaatste z’n viool vakkundig tussen de andere twee begeleiders in. En geen enkele keer traden ze ongevraagd op de voorgrond. June Tabor’s stem bleef de ster van de show.

Er werd afgesloten met bisnummer ‘The Grey Funnel Line’ waarin beschreven werd hoe hard het is voor een matroos om afscheid te nemen van de zee. Het nummer nam Tabor in 1976 voor het eerst op toen ze samen met Maddy Prior hun eerste Silly Sisters-plaat opnamen. Hier kreeg het nummer zoals op ‘Ashore’ een veel beklijvender aanpak en je voelt het verdriet van de afscheidnemende matroos met elk woord de zaal instromen. Het werd meteen een mooi einde voor een concert dat een uur over z’n aangekondigde eindtijd ging. We denken aan de tevreden gezichten te zien en aan de wow-commentaren aan de vestiaire te horen niet dat iemand daar ontevreden over was.

Setlist:
Finisterre; Lazy Wave; Le Vingt-Cinquième Du Mois d’Octobre; Shipbuilding; Jamaica (instrumental); The Great Selkie Of Sule Skerry; Medley: Sea Beating/Swedish Waltz (instrumental)/The Dutch Boy; Across The Wide Ocean; Shallow Brown; Riding Down To Portsmouth/I’ll And Enlist For A Sailor; The Brean Lament; Le Petit Navire; Haul Away; Sheep (instrumental); Winter Comes In; Sir Patrick Spens – Bis: The Grey Funnel Line

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =