June Tabor :: At The Wood’s Heart

Elvis Costello sprak ooit de gevleugelde woorden “If you don’t
like listening to June Tabor, you should stop listening to
music
“. Wie June Tabor ooit live zag, en vooral hoorde,
begrijpt wat hij bedoelde. In 1976 spande Tabor samen met Steeleye
Span’s Maddy Prior voor het alom bejubelde ‘Silly Sisters’. 30 jaar
na datum zijn er op die plaat nog steeds vocale harmonieën te
vinden waar groepen als Laïs een punt aan kunnen zuigen. Drie
punten. Een jaar later verscheen ‘Airs And Graces’, haar eerste
soloplaat. Sindsdien is, vooral in Groot-Brittannië, elke nieuwe
release met superlatieven overladen. En June Tabor weet ook hoe ze
de luisteraar met haar alsmaar zwaarder wordende alt aan haar
lippen kan kluisteren. Of ze nu acapella-folk brengt,
jazzexperiment met The Creative Jazz Orchestra, rock met The
Oysterband, of Weimarliederen in een na-oorlogs arrangement, Tabor
kent de kunst van het interpreteren. Want dat is wat ze doet. Zelf
zet ze geen noot op papier en beweert ook geen noot te kunnen
lezen. Begin dit jaar verscheen ‘Always’, een retrospectieve die
terecht werd verspreid over 4 cd’s, en nu krijgen we ‘At The Wood’s
Heart’ voorgeschoteld.

Zoals steeds gaat Tabor eerst op tournee en neemt ze daarna in één
take haar zangpartijen op. Een manier van werken die telkens
aanslaat en de cd een min of meer livegevoel meegeeft.
Puristen vinden Tabor het best als ze traditioneel werk aanpakt, en
ook hier start ze inderdaad met een opener van jewelste. De ballad
‘The Banks Of The Sweet Primroses’ brengt ons meteen in de juiste
sfeer. Begeleid door vaste pianist Huw Warren bouwt ze strofe na
strofe de spanning op om naar het einde toe met onderdrukte woede
het verlies van de trouwe liefde alsnog als een zegen te
beschouwen.

‘The Broomfield Wager’ is één van die zovele epische Engelse
vertellingen. Gekend als Child N° 43, en gerelateerd aan de Tam Lin
sage, vertaalt Tabor het nummer hier in opzwepende ritmes en
dansende muzikanten. Het anonieme 16de-eeuwse gedicht ‘Ah! The
Sighs’ is vijf minuten deemoed, melancholie en stervensklare
pijn.
Bij nummer vijf is het genie dat Tabor muzikaal is plots heel erg
duidelijk. Met enkel gitaar en stem zet ze een hartverscheurende
versie neer van een nummer dat eerst bekend klinkt en dan weer
niet. Tabor weet als geen één een nummer aan te pakken en er het
hare van te maken, in dit geval Anna McGarrigle’s ‘Heart Like A
Wheel’. Het van Gabriel Yacoub overgenomen ‘Les Choses Les Plus
Simples’ is opnieuw kommer en kwel, maar dan met een accent dat de
kommer ondraaglijk en de kwel voelbaar maakt. Waar Yacoub zijn
Engelse verzen niet geheel foutloos bracht, brengt Tabor de Franse
evenmin perfect, maar het is hen beiden vergeven wanneer het nummer
z’n kracht wint in intensiteit.

De anders zo hoopvolle traditional ‘She’s Like The Swallow’ krijgt
een donkere klank, en dat is misschien wel de sterkte van Tabor.
Ondertussen is de zangeres bijna 58, en in haar dertigjarige
carrière is haar stem zo duister geworden dat ze tegenwoordig van
elk nummer een triest en teneergeslagen verslag maakt. Maar het
siert haar, en elke nieuwe cd sinds het van verdriet verzopen
‘Aleyn’ (1997) krijgt een intensievere behandeling. In Engeland
heeft Tabor ondertussen een legendarische status en wordt ze
aanzien als de laatste echte Engelse vertolkster van het nationale
muzikale erfgoed. Tabor is er opnieuw in geslaagd om met ‘At The
Wood’s Heart’ een verzameling tijdloze klassiekers af te
leveren.

‘Wie niet graag naar June Tabor luistert, moet stoppen met naar
muziek luisteren’, is misschien overdreven, maar eens je haar beet
hebt, laat ze je niet meer los… Uit ‘Johnny Johnny’ van deze cd en
toepasselijk voor het leuk vinden van Tabors muziek: “I thought
I loved you, but I don’t. But maybe I do after all… Damn!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 3 =